Bosnie is geen kerstkalkoen

Is het verstandig van de Europese veiligheidsorganisatie OVSE om de Bosnische verkiezingen per se binnen drie maanden te willen houden? Vooralsnog lijkt de organisatie toe te geven aan de eis van de Verenigde Staten om de termijn van 14 september aan te houden zodat de boys, bij wijze van opkontje voor Bill Clintons herverkiezing, met kerstmis home kunnen zijn. Maar Bosnie is geen kerstkalkoen. De OVSE en de troepenleverende landen doen er goed aan om de termijn te heroverwegen, anders loopt Ifor hetzelfde risico als Unprofor: krachtig genoeg optreden om hoge verwachtingen te wekken, maar tekortschieten op de beslissende momenten.

Er is tot nog toe krachtig, ja robuust opgetreden. Het militaire gedeelte van het Dayton-akkoord is welhaast voorbeeldig uitgevoerd: de strijdende partijen zijn van elkaar gescheiden, nutsvoorzieningen zijn hersteld en belangrijke doorvoerroutes opengesteld voor humanitaire hulp en contacten tussen burgers. Het civiele gedeelte loopt echter ver achter bij de gestelde termijnen. Afgezien van de wet van de traagheid is vooral de onwil van de Bosnische politici hieraan debet. Niet voor niets willen de felste nationalistische leiders de verkiezingen liever gisteren dan vandaag houden; ieder uitstel betekent een verdere aantasting van hun door oorlogsdreiging en haatpropaganda gelegitimeerde machtspositie. ‘Het is in dit land gemakkelijker om de generaals weer bij zinnen te brengen dan de politici’, zei Mehmet Halilovic, hoofdredacteur van het onafhankelijke Bosnische dagblad Oslobodenje, onlangs in Amsterdam.
Het formele aftreden van Radovan Karadzic, hoe noodzakelijk ook, is niet voldoende om het democratisch gehalte van de verkiezingen te waarborgen. Als vereiste voor vrije en eerlijke verkiezingen stelt het akkoord van Dayton de volgende voorwaarden: 'een politiek neutraal klimaat (…) zonder angst of intimidatie (…) en met vrijheid van meningsuiting, drukpers, vergadering en beweging.’ Aan geen van die voorwaarden is ook maar ten dele voldaan. De OVSE heeft de toestand nog gecompliceerd door toe te geven aan de Servische eis dat de etnische zuiveringen worden beloond. Hoewel 'Dayton’ voorschrijft dat alle vluchtelingen stemmen voor de gemeenteraad van hun oorspronkelijke woonplaats, staat de OVSE toe dat zij 'bij uitzondering’ hun stem uitbrengen voor de gemeenteraad van hun huidige woonplaats. Zo worden er straks twee gemeenteraden van Srebrenica gekozen: een Servische en een Bosnische-in-ballingschap.
Zoals de etnisch 'zuivere’ uitslag van de tussentijdse verkiezing in Mostar aantoont, kunnen verkiezingen onder de huidige omstandigheden niet meer opleveren dan een bevestiging van de etnische opdeling van Bosnie. Alvorens verkiezingen te houden, zou de OVSE tenminste moeten afdwingen dat in elk gebiedsdeel de persvrijheid wordt gerespecteerd, dat vluchtelingen onbelemmerd kunnen terugkeren en dat multi-etnische partijen geen strobreed in de weg wordt gelegd. Het zou onvergeeflijk zijn als de vredeskansen in Bosnie door kalenderfetisjisme teniet werden gedaan.