H.J.A. Hofland

Bot heeft gelijk

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot had gelijk. Op 5 oktober 2005 zei hij in een commissievergadering van de Tweede Kamer over de oorlog in Irak: ‘Als ik op het hele proces terugkijk, kan de vraag gesteld worden of het verstandig was dat er een inval door de bezettingsmogendheden heeft plaatsgevonden. Dat is een vraag die je legitiem zou kunnen stellen. Nu, terugkijkend, zou het antwoord daarop kunnen zijn dat het niet verstandig is geweest en dat er misschien met andere middelen, met diplomatieke middelen, meer bereikt had kunnen worden. Misschien was nog eens verder onderzoek instellen beter geweest.’

Eindelijk een verstandig man, dacht ik toen, en ik schreef er columns over in De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Premier Balkenende werd heel boos op zijn minister. Geen wonder, want hoe voorzichtig Bot zich ook had uitgedrukt, hij had het kabinetsbeleid ondermijnd. Bot kon toen twee dingen doen. In vaderlandse traditie zeggen: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders. Dan liever de lucht in.’ Of in een andere vaderlandse traditie bakzeil halen. Hij koos voor het laatste. Want Balkenende had hem ‘het mes op de keel gezet’.

Jammer dat Bot gezwicht is. Als hij was afgetreden, zou de kans op een parlementair onderzoek naar de manier waarop we in Irak terecht zijn gekomen groter zijn geweest. Balkenende verdedigt dit besluit nog altijd met verwijzing naar Saddam Hoessein, die alle resoluties van de VN aan zijn laars lapte. Als die insubordinatie een algemeen geldende casus belli was, zouden we nu met misschien wel een kwart van de wereld in oorlog zijn.

De werkelijkheid is dat Den Haag kritiekloos achter Washington aanliep, ook ‘om er toegang te houden’ en dus graag geloofde wat daar over massavernietigingswapens verzonnen was en wat de neocons over de aanstaande dageraad van de democratisering in het Midden-Oosten vertelden. Dit alles ondanks de uitdrukkelijke reserves van onze eigen inlichtingendiensten. ‘Het is zoals Amerika vindt dat het is’, zei Bot afgelopen week in een interview met Juurd Eijsvoogel in de NRC.

Nu is Balkenende opnieuw boos geworden. Bot had moeten opstappen, zei hij. Dat vindt ook VVD-kamerlid Hans van Baalen. ‘Je bent een vent of niet.’ En de opvolger van Bot, Maxime Verhagen, zag kans een klein gluiptrapje uit te delen. ‘Ik begrijp dat het best zuur voor hem was dat hij niet opnieuw minister kon worden in dit kabinet.’ De reacties zijn typerend voor het niveau waarop in Den Haag de discussie over het belangrijkste onderdeel van de buitenlandse politiek, oorlog en vrede, wordt gevoerd.

De Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak is een voldongen feit, maar nog geen geschiedenis. Door zijn onterechte goedgelovigheid en voorzichtige gedienstigheid is het kabinet-Balkenende II regelrecht medeplichtig aan de tot dusver grootste militaire ramp van deze eeuw. Dat het na ruim vier jaar misschien wat beter gaat in Irak, verandert daar niets aan. Er blijft alle reden om een parlementair onderzoek in te stellen naar de manier waarop we daarbij betrokken zijn geraakt.

Irak is bovendien niet alleen een militaire ramp. De gevolgen van de militaire mislukking hebben de verhoudingen in de Amerikaanse binnenlandse politiek drastisch veranderd; zodanig dat daar nu bij alle kandidaten voor het presidentschap een manifeste verwarring heerst. De schokgolf plant zich verder voort.

Want wat te denken van Afghanistan. Ik geef toe dat dit wijsheid achteraf is, maar stellen we ons voor dat de Amerikaanse regering in 2003 bij haar politiek van containment jegens Saddam was gebleven. Dat de wapeninspecteurs van de VN hun werk hadden kunnen voortzetten, met de militaire dreiging op de achtergrond, maar niet meer dan dat. Wat dan?

Misschien hadden de Amerikanen, met hulp van de coalitie, zich dan op Afghanistan kunnen concentreren. Misschien was daar dan, zes jaar na 11 september, de dageraad van de democratie langzaam zichtbaar geworden. En, wie weet, hadden we dan niet de vertoning gehad die nu in Den Haag wordt opgevoerd om de Nederlandse militaire missie met twee jaar te verlengen. Er is een Afghaanse claque naar Den Haag gekomen, de internationale druk neemt toe, alles om onze zestienhonderd soldaten nog twee jaar te laten doen waar onze bondgenoten geen zin in hebben. En waarom meteen twee jaar? Is om te beginnen een half jaar niet voldoende? Wat zeggen onze geheime diensten erover? Wordt straks een parlementair onderzoek opnieuw taboe verklaard?

Sinds het aantreden van het tweede kabinet-Balkenende voltrekt het Nederlandse beleid van oorlog en vrede zich in een mist van geheimzinnigheid. Als dan een mislukking wordt vastgesteld en een onderzoek het redelijkste is wat men kan vragen, wordt de premier ontzettend boos.