Boterbriefjes voor iedereen of niemand

Nederland is weer een kwestie rijker: het huwelijk. Drie paarse kamerleden hebben hun fracties weten te overtuigen van de onredelijkheid dat homo’s nog steeds niet kunnen trouwen en daarmee is de deur van het stadhuis op een kier gezet voor een internationale primeur: het homohuwelijk. Tegelijkertijd stelt de Emancipatieraad voor om de deur van het stadhuis voor alle paren dicht te gooien. Relaties zijn een prive-kwestie en daar heeft de staat zich niet mee te bemoeien, zo stelt de Emancipatieraad om de discussie over het personen- en familierecht aan te zwengelen. Wie iets met een ander wil vastleggen, moet zich maar tot de notaris wenden.

Iedereen naar het stadhuis of niemand naar het stadhuis; het huwelijk democratiseren of privatiseren. In een tijdperk dat het gezin in veel westerse landen aan het uitgroeien is tot een politiek strijdpunt en een vesting die de voortgaande morele verloedering kan keren, troeven hier te lande parlementariers en emancipatologen elkaar af met voorstellen die hoe dan ook het beeld van het klassieke gezin ondermijnen. Het zal echter geen discussie worden waar een groot deel van Nederland warm voor loopt. De inzegening van het huwelijk is voor een grote meerderheid van de Nederlanders niet slechts een juridische handeling, maar veeleer een betekenisvol psychologisch ritueel. Dat de staat daarvoor gelegenheid biedt en ambtenaren ter beschikking stelt is niet zomaar een onbeduidend detail dat zich gemakkelijk laat verplaatsen naar een willekeurig notariskantoor. Wie zo redeneert snapt niets van de betekenis van symboliek in het denken en handelen van mensen. Wie het stadhuishuwelijk schrapt, zoals de Emancipatieraad suggereert, schrapt dus meer dan een achterhaalde juridische vorm, en zet de zoveelste stap in een systematische ondermijning van de verhouding tussen burger en overheid. De privatisering van het huwelijk past naadloos in de liberale mode van een terugtredende overheid die daardoor op steeds meer maatschappelijke terreinen haar aanwezigheid en haar menselijke gezicht prijsgeeft. Daarom is de weg van de drie paarse parlementariers welbeschouwd ook veel sympathieker. Zij zijn niet voor privatisering, maar voor democratisering van het huwelijk. Zij zeggen: bevrijdt het huwelijk uit zijn heteroseksuele exclusiviteit en laat homoseksuelen die daar behoefte toe voelen, toe tot de festiviteiten ten stadhuize en de bijbehorende rechten (zoals het adopteren van kinderen). Daar valt - voor wie enig gevoel voor gelijke berechting heeft - weinig principieels tegenin te brengen. Maar des te groter zijn de praktische bezwaren. De adoptieorganisaties gaan daarbij voorop. Ho, ho, zeggen zij, buitenlandse kinderen zullen straks niet meer naar Nederland worden verwezen, omdat dit nieuwe familierecht elders in de wereld op onbegrip zal stuiten. Het homohuwelijk leidt dus tot stagnatie in de toestroom van weesjes uit China, India, Bangladesh of waar ook ter wereld. Dat kun je een bezwaar noemen, zeker. Maar misschien is deze neokoloniale kinderhandel wel juist een argument om het homohuwelijk gewoon zo snel mogelijk in te voeren.