#3: Exotisch wij-zijdenken

Botsende eetgewoontes

Ter ere van het veertigjarig bestaan van Kinderen voor Kinderen nemen Feike Dietz en Laurens Ham elke maand een thema onder de loep uit de 522 KvK-liedjes. Deze maand: de invloed van het identiteitsdebat.

Tijdens het dertigjarig jubileum van Kinderen voor Kinderen in 2009 luisterde PVV-Kamerlid Martin Bosma voor het eerst naar het oudere KvK-liedje ‘Baklava en rijstevla’ (1993), waarin een meisje zingt over de kloof tussen het Nederland van haar vader en het Marokko van haar moeder. Tot zijn afschuw hoorde Bosma maar liefst 27 keer het regeltje ‘Allah ak’bar’ (‘Allah is groot’) terugkomen. Regelrechte islampropaganda, meende hij. Zijn ongenoegen werd voorpaginanieuws in het Algemeen Dagblad van 29 oktober 2009 en leidde tot Kamervragen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ronald Plasterk: ‘Deelt u de mening dat dit opnieuw een indicatie is dat de staatsomroep vooral de belangen dient van een kleine multiculturele elite?’

Blijkbaar was dit KvK-liedje belangrijk genoeg om voorpagina’s mee te vullen en Kamervragen over te stellen. En blijkbaar kon een liedje van ruim vijftien jaar oud een snaar raken die het bij verschijning niet had geraakt. Dat heeft alles te maken met de grote verschuiving die er inmiddels had plaatsgevonden in het denken over de Nederlandse multiculturele samenleving. Het zinnetje ‘Allah ak’bar’ deed in 2009 denken aan islamradicalisme, en riep zo de angst op voor islamitisch geïnspireerde terreur. Het zinnetje was, kortom, politiek geworden. In 1993 leek het vooral als couleur locale bedoeld.

In ‘Baklava of rijstevla’ staat baklava tegenover rijstevla, couscous tegenover patat met appelmoes, Marrakech tegenover Appelscha, moskeeën tegenover sneeuwpret. Culturele verscheurdheid wordt kortom uitgebeeld door stereotypen uit de Nederlandse en Marokkaanse cultuur tegenover elkaar te zetten. Ook de muziek in het lied botst: je hoort eurohouse in de stijl van het toen razend populaire 2Unlimited, gekruid met Arabisch aandoende klanken. In combinatie met beelden van traditioneel geklede mensen, cactussen en dromedarissen brachten de woorden ‘Allah ak’bar’ voor de luisteraar in 1993 ongetwijfeld een ‘authentieke’ Marokkaanse wereld tot leven. Die wereld werd niet neergezet als minderwaardig, eerder als nadrukkelijk anders.

In de vroege jaren negentig zijn meer KvK-liedjes gemaakt die het eigen Nederland afzetten tegen exotische culturen, en waarin de verschillen tussen die werelden geen probleem zijn, maar eerder een pré. Seizoen 14, waar ‘Baklava of rijstevla’ deel van uitmaakt, stroomt zelfs over van dat soort liedjes. De televisiemusical die rondom dit seizoen is gemaakt – tussen 1990 en 1994 werd er geen studio- of theaterregistratie van de liedjes uitgezonden, maar werden clipjes ingepast in een dunne verhaallijn met glansrollen voor BN’ers – staat geheel in het teken van culturele diversiteit.

De idealistische ome Harry (gespeeld door Coen Flink) bekritiseert ouders die vinden dat hun kinderen met ‘gewone’ kinderen moeten spelen in plaats van met ‘bruine’: het is in zijn ogen juist hartstikke leuk dat we allemaal anders zijn. Hij wordt ook boos als sommige kinderen suggereren dat de Marokkaans-Nederlandse jongen Hakim, of misschien wel de zigeuners, zijn konijn zouden hebben gestolen. Als juist Hakim het konijn weet terug te vinden, kunnen alle negatieve vooroordelen terzijde worden geschoven. De kinderen zingen gezamenlijk ‘Dansen’, een liedje over de opmerkelijke gewoontes van asociale en ongastvrije Nederlanders, waarin dansen wordt neergezet als een ‘wereldtaal’ waarin iedereen zich kan vinden.

Liedjes die op het eerste gezicht niet over culturele diversiteit gaan, worden in deze televisiemusical binnen dat kader ingepast: als ome Harry de kinderen verwijt te veel te zoeken naar zondebokken, wordt het liedje ‘Zwarte Schaap en Zondebok’ ingezet. Andere liedjes uit seizoen 14 bejubelen de culturele verschillen zelfs. In ‘Lege plekken in de klas’ missen kinderen de ‘vreemde vogels’: hun vriendjes van buitenlandse komaf die terug moesten naar eigen land. ‘Als iedereen hetzelfde was’ is een optimistische ode aan de diversiteit: ‘We boffen dat we allemaal anders zijn / hoera voor het verschil’.

Niet alleen in ‘Baklava of rijstevla’, maar ook in andere nummers uit de jaren negentig is eten de toegang tot een beter begrip van culturele verschillen. Zo viert in ‘Ramons verjaardag’ (1991) een jongen de geboortedag van zijn geadopteerde Foster Parents-broertje. De scherpe tegenstelling tussen zijn eigen wereld (rijkdom, spelen) en die van Ramon (armoede, werken) begrijpt hij langs de lijn van botsende eetgewoontes: hij heeft ter ere van het feest een taart gebakken, terwijl Ramon waarschijnlijk ‘alleen een kopje rijst’ voor zijn verjaardag zal krijgen.

In ‘De kassieklap’ (1992) zet een kind het gematigde leven in Nederland af tegen de veel feestelijker Arubaanse wereld van haar ome Desi en tante Jos. De Caraïbische sfeer komt tot leven aan de hand van sambaballen, palmenstranden, limbodansen, kleurige kleding – en het eten: kouseband, pindasoep en tafels vol tropisch fruit. In het verhitte feest laat iedereen de teugels vieren: papa die zijn dochter normaal gesproken ‘in de pas en in de maat’ laat lopen, doet nu ‘zijn stropdas los’.

De liedjes brengen de Nederlandse cultuur stereotiep, en zeker niet uitsluitend positief, in verband met een stijve calvinistische levensstijl of – tegenstrijdig genoeg – met een vanzelfsprekende welvaart. De cultuur die daar tegenover staat, is alles wat de Nederlandse cultuur niet is. Zelfs in ‘Ramons verjaardag’, waarin die andere wereld weinig vrolijk wordt neergezet, is de andere cultuur niet iets om je van af te keren, maar een plek om naar te verlangen: ‘M’n ouders sturen geld, da’s waar / maar ik zou liever naar hem toe gaan / om hem te zien, o kon dat maar.‘

In de jaren-negentigliedjes benadrukt voedsel dus de verschillen in de wereld, maar na de millenniumwisseling brengt het mensen juist samen. In ‘Heimweetaart’ (2005) bakt een uit Afrika afkomstige moeder een taart waarmee zij op Hollandse grauwe dagen de Afrikaanse zon naar Nederland haalt: ‘Heel ons huis ruikt naar de zomer uit mijn moeders meisjestijd.’ Met de heimweetaart bouwt moeder dus een eigen Afrika in het regenachtige Nederland: eten als poort naar integratie.

In de jaren dat ‘Heimweetaart’ wordt uitgebracht, verschijnen er meer KvK-liedjes waarin culturele verschillen worden overwonnen in plaats van toegejuicht. Volgens ‘Het begin van het einde’ (2005) kunnen we via onderwijs voor alle kinderen de ongelijkheid in de wereld uitbannen en allemaal hetzelfde worden – in plaats van allemaal anders blijven, zoals ome Harry in 1993 nog dacht. ‘Nou en’ (2006) benadrukt eerst de verschillen (‘Zij draagt een hoofddoek en ik een pet, nou en?’) om daarna te stellen: ‘Ook al zijn we niet hetzelfde, we zijn allemaal gelijk.‘

Maar de culturen kunnen nog verder door elkaar worden geklutst. In de ‘Hollandse pot 2.0’ (2017) wordt alles vrolijk samen in de pan gegooid: stamppot, patat, sushi, tapas en sambal. Moderne jonge Nederlanders tonen zich hier ‘wereldkoks’ die zich laten inspireren door ‘mensen uit de hele wereld’ en een nieuwe ‘mengelmoes’ creëren. Het bijbehorende clipje toont kinderen met verschillende huidtinten, dansend op fluorgele klompen.

De draai ten opzichte van de jaren negentig kon niet groter zijn. KvK is in 2017 even positief over diversiteit als 25 jaar eerder, maar het exotische wij-zijdenken lijkt verdwenen: het maakte plaats voor een loflied op de hybriditeit. Het baklava-versus-rijstevla-recept heeft het afgelegd tegen fusion cooking. Blijkbaar verlieten de KvK-makers het multiculturele ideaal van de jaren negentig inmiddels ook. Ze kozen met hun mengelmoes-aanpak wel een totaal andere oplossing dan een PVV’er als Martin Bosma zou doen: de links-progressieve consensus is nu dat culturen niet tegenover elkaar moeten worden gezet, maar nader tot elkaar zouden moeten komen.

Of – consensus? In het hedendaagse identiteitsdebat klinkt inmiddels alweer vaak een nieuw geluid, zeker bij activisten van kleur. Zij stellen de vraag of culturele verschillen überhaupt wel overwonnen kunnen worden, en of het geen vorm van cultural appropriation is, culturele toe-eigening, wanneer witte Nederlanders niet-witte culturele tradities proberen te integreren. Hoe lang is de verzoenende lijn van KvK nog houdbaar? En hoe zal de volgende menukaart eruitzien?