Ger Groot

Botul

Filosofen staan niet bekend als grote erotomanen, al hebben hoerenloper Georges Bataille, rokkenjager Alfred Ayer en darkroomklant Michel Foucault weinig nagelaten om dat beeld te loochenen. Ze hadden een negentiende-eeuwse voorloper in Schopenhauer, wiens filosofie van de redeloos stuwende Wereldwil een nauw verhulde weerspiegeling vormde van zijn eigen erotische aandriften. Omdat die ook toen al niet als een wijs gerige aanbeveling golden, presenteerde hij ze als een uitwerking van het denken van Immanuel Kant, ongetwijfeld de grootste droogkloot van de moderne filosofie.

In het inmiddels verramsjte boekje De filosoof staat om vijf uur op («Interessante weetjes over grote denkers») heeft Frédéric Pagès een tipje opgelicht van de sluier over Kants erotiek. Veel valt er in dit leven van plicht en regelmaat niet te onthullen. Geen onwettige echtgenote of maîtresse, zelfs geen «professionele dames»: Kant bewaarde al zijn levenssappen voor zijn denkwerk. Zijn enige frivoliteit was de uitvinding van de jarretelgordel — om zijn eigen kousen op te houden.

Tafelgenoegens moeten die onthouding hebben gecompenseerd. Kant was een toegewijd gastheer en zijn déjeuners waren befaamd. Amateur de bonne chère, mais non de bonne chair, wel een dijstuk maar geen dijbeen, moet de filosoof Jean-Baptiste Botul ooit hebben uitgeroepen. Que de contradictions!

In de ogen van Botul was dat geen bijzaak. «Voor mij vormt het seksuele leven van Kant een van de ernstigste vraagstukken van de metafysica», verklaarde hij ooit. In 1946 hield hij daarover een serie lezingen, waarvan de teksten onlangs zijn teruggevonden. Eerdaags verschijnt er een Nederlandse vertaling van.

Botul heeft nooit iets gepubliceerd en stierf in 1947 in vergetelheid. Toch had hij bij de Bevrijding gestreden naast André Malraux en rond 1930 een amoureuze correspondentie gevoerd met Lou Andreas-Salomé. Hij was toen 34, zij 69. Botuls Kant-lezingen vormden zijn zwanenzang. Hij hield ze in Paraguay voor een gehoor van uit Königsberg gevluchte Duitsers die een vredig bestaan zochten in een exacte navolging van Kants levensstijl. Nueva Königsberg heette hun kolonie, die door haar eigen principes helaas ten dode opgeschreven leek. Hoe kon zij, met een celibatair filosoof als voorbeeld, ooit nageslacht verwachten?

Ten overstaan van dit geprangde gehoor concludeerde Botul dat het bij Kants fameuze Ding-an-sich, waartoe ons kennen nooit toegang krijgt, in werkelijkheid handelt om het vrouwelijke geslacht. En wanneer de filosoof in zijn Kritik der Urteilskraft over het sublieme komt te spreken, herinneren zijn voorbeelden — vulkanen, stormen, watervallen — opnieuw aan het ewig Weibliche, even fascinerend als schrikwekkend. Geen wonder — aldus Botul — dat Kants levenssappen zich transformeerden tot zwarte gal en, als inkt uitgestort, zijn enige nakroost verwekten in geschrifte.

Kants kritische oeuvre is één lange poging tot seksuele therapie, zo besluit Botul. Boek na boek zoekt hij, even filosofisch als manmoedig, het Ding-an-sich, maar hij krijgt het niet te pakken. Had hij de vrouwen beter gekend, mijmert zijn commentator, dan had hij geweten dat ze zich, net als de waarheid, niet laten bezitten.

Dat klinkt bekend, maar erg kantiaans is het niet. Ongemerkt heeft Nietzsche bij Botul het woord overgenomen, in het Paraguay van diens zuster Elisabeth. Zestig jaar vóór zijn lezing had zij er, samen met haar echtgenoot, de rein-arische kolonie Nueva Germania gesticht. Ook dat experiment, waarover de journalist Ben MacIntyre tien jaar geleden het (eveneens verramsjte) boek Vergeten vaderland schreef, bleek ten dode opgeschreven — om financiële, niet om seksuele redenen.

In zijn «weetjes»-boek fantaseerde Pagès al over een gemeenschap als Nieuw-Koningsbergen, die hij «de Amish van het kantianisme» noemde. Nu treedt hij op als de «tekstbezorger» van Botuls Het seksuele leven van Immanuel Kant en pleitbezorger van diens filosofie, het «botulisme», in het algemeen. Niet zonder succes, zo meldt de website van de inmiddels opgerichte Association des amis de Botul, ondanks de hinderlijke spraakverwarring met een gevreesde vogelziekte.

In Frankrijk is alweer een nieuw geschrift van de spookfilosoof verschenen. Niet Kant is er het onderwerp van, maar vrouwenverleider en -moordenaar Henri-Désiré Landru, die Botul kort voor diens terechtstelling in 1922 zou hebben ontmoet. Het heet, onverbeterlijk provocerend: Landru, voorloper van het feminisme (Landru, précurseur du féminisme).