Frits Barend

Boudewijn

Woensdag 20 november werd Duitsland-Nederland gespeeld, op de avond dat Boudewijn Büch voor het laatst bij ons aan tafel zat. Afgaande op wat we op televisie hadden gezien en gehoord, moesten we concluderen dat het prettig toeven was in het Duitse Gelsenkirchen. Sportief publiek en een mooi stadion, net zo mooi als de Arena. «Wat had je dan gedacht, Duitsland is een beschaafd land», zei Boudewijn.

We keken samen met Ronald Koeman en Boudewijn. Wij keken onder het praten naar het voetballen, Boudewijn keek toch vooral naar ons. «De Duitsers speelden beter dan Nederland hè?» concludeerde ook Boudewijn. Toen Patrick Kluivert en Roy Makaay waren gewisseld, bewees Rafael van der Vaart dat hij nooit meer op de bank mag beginnen, vonden wij. «Mag Van der Vaart nooit op de bank beginnen, Ronald?» vroeg Boudewijn. «Vraag dat straks maar in de uitzending», zei Koeman. Toen invaller Jerrel Hasselbaink een prachtig doelpunt maakte, bewees hij weer eens wat Frank Rijkaard helemaal niet en Louis van Gaal pas wilde zien toen het al te laat was, dat hij levens gevaarlijk is, meenden wij. «Hessel wie?» vroeg Boudewijn. Die kende hij niet, in tegenstelling tot Pierre van Hooijdonk. Van Hooijdonk was toch die mooie, lange jongen die in zijn eentje Feyenoord naar de Uefacup had geschopt? Ja Bouw, klopt. «Die is geblesseerd en toch winnen we van Duitsland», merkte Boudewijn met guitoogjes op. «Hoe zou Louis van Gaal nu naar Duitsland-Nederland kijken», vroeg hij aan Ronald, «jij kent hem, jij hebt toch met hem gewerkt?» Ronald glimlachte veelbetekenend.

Hij genoot van ons genieten. Hij kwam ’s woensdags steeds vroeger, al was het alleen maar om zich te verbazen over onze wijze van kijken naar een voetbalwedstrijd. Natuurlijk was het woensdag 20 november maar oefenen, maar wel oefenen tegen de vice-Weltmeister op de avond dat we voor het laatst Boudewijn bedankten voor zijn medewerking. Het klinkt misschien gek, maar Boudewijn hoopte dat we bondscoach Dick Advocaat een keer op woensdag zouden uitnodigen. Leek hem zo’n grappige man. «En hij doet het toch beter dan die schoolmeester, nietwaar Ronald?» Want ook daarover had hij een mening.