Bouta’s mediaoorlog minister van financiën atta mungra: ‘suriname verwordt tot een dictatuur op parlementaire beginselen’

VORIGE WEEK IN Paramaribo. Ramon de Freitas, lid van het juridische ‘dream team’ dat Bouterse bijstaat, betoogt dat zijn cliënt een ‘martelaar’ is en het dertig delen tellende dossier van procureur-generaal Docters van Leeuwen een ‘roman met inhoud van horen zeggen’. Dan mag de pers vragen stellen.

Bouterse ziet de ‘persconferentie’ blijkbaar ook als onderdeel van een zorgvuldig uitgewerkt scenario. Op de eerste vraag, van een verslaggever van De Ware Tijd opent hij gelijk de tegenaanval. 'Mag ik ú een vraag stellen? Waarom schrijft De Ware Tijd altijd leugens? Is het een rioolblad geworden? Hoe komt de krant erbij dat zijn vrouw is toegetreden tot het “Bureau van de First Lady”? En dat hij Moszkowicz “persoonlijk” van het vliegveld heeft gehaald?’
Ogenschijnlijk niemendalletjes. Maar uit zijn mond was de uithaal naar het gezaghebbende dagblad grimmig. 'Ik kreeg er gewoon kippevel van’, zegt radiojournaliste Willy Alberga achteraf. 'Het was de grootste persconferentie sinds tijden, met veel Nederlandse journalisten erbij. En dan geeft Bouterse De Ware Tijd zo'n veeg uit de pan! Weinig respectvol. Vooral als je in je achterhoofd hebt dat de Surinaamse media juist heel erg voorzichtig zijn.’
Het is voor een Surinaamse journalist geen pretje als van regeringszijde een persconferentie wordt gegeven. 'Vrijwel iedere eerste regel is een trap na aan de pers’, zegt Alberga. Soms in het algemeen, maar niet zelden heel direct naar een bepaalde verslaggever. Als zo'n aanval uit de mond van Bouterse komt, is de sfeer extra onbehaaglijk. De 'adviseur van staat’ heeft nu eenmaal een verleden. Tijdens zijn militaire regime is het nodige bloed vergoten en tot de vijftien slachtoffers van de 'decembermoorden’ in 1982 behoren vijf journalisten. Ook werden drie mediahuizen in de as gelegd en kregen andere een spreekverbod.
Nederlandse journalisten worden al helemaal met de nek aangekeken. Maar erger is nog altijd een zwarte journalist die een Nederlands medium vertegenwoordigt, want die collaboreert. 'Je hebt journalisten en ratten’, werd mij te verstaan gegeven door aanwezige Bouta-mannen die mij na afloop openlijk intimideerden. Een directeur van een staatsmedium gaf mij te kennen me het liefst een 'klap in het gezicht’ te geven. Mijn te directe vraagstelling, waarbij ik Bouterse op tegenstrijdigheden wees, werd vertaald als gebrek aan respect voor hun Grote Leider. Ik werd uitgenodigd mee naar buiten te komen voor het 'leren stellen van vragen’. Bij zo'n confrontatie voel je toch even de bodem onder je voeten wegzakken.
'Wat Bouterse deed moeten we niet lichtvaardig opvatten’, zegt hoofdredactrice Nita Ramcharan van De Ware Tijd over de aanval. 'Als het van hem komt, nemen wij het serieus.’ Haar ochtendblad heeft tijdens het militaire regime geen verschijningsverbod opgelegd gekregen; wel bepaalde een censor zo'n twee jaar lang de inhoud. Vooral met Ramcharans krant voert Bouterse een psychologische oorlog. 'Omdat wij onafhankelijk en ongebonden zijn en alles brengen zonder terughoudendheid’, verklaart Ramcharan. 'Wij kwamen ook met de kritiek dat de staat zijn advocaat betaalt. Bouterse haalt zijn gram omdat wij veel blootleggen.’
Ook de 'directeur van een radiostation’, die hand- en spandiensten zou hebben verleend aan de BVD, moest het tijdens de persconferentie ontgelden. Bedoeld werd Johnny Kamperveen van radiostation ABC, dat ook geen blad voor de mond neemt. Het station ging in 1982 in vlammen op. Vader André ('Ampy’) Kamperveen - toen directeur en beticht van subversieve activiteiten tegen het regime - was een van de vijftien slachtoffers die in Fort Zeelandia vielen. In 1993 werd ABC weer opgericht.
MET HET BELEID van de huidige regering en de negatieve aandacht die de pers wederom ten deel valt, is de lucht voor Nita Ramcharan boven Paramaribo weer 'vertroebeld’. 'Bouterse heeft er een bedoeling mee. Vooral naar zijn achterban, die moet gaan denken dat wij alleen maar leugens schrijven’, zegt zij over de aanvallen op de pers.
Suriname kent een viertal staatsmedia. Iedere nieuwe regering beschouwt deze als persoonlijke speeltjes, en plaatst gelijkgezinden op de sleutelposities. Dit inkleuren van de staatsmedia is cultuur in Suriname; het wordt over het algemeen zonder mokken geaccepteerd. Maar de huidige regering legt zo weinig subtiliteit aan de dag dat de perschef Borger Breeveld reeds de 'Goebbels van Suriname’ is genoemd.
Voor de particuliere media is er wel persvrijheid, maar er zijn wel allerlei barrières die die vrijheid in de praktijk beperken. Het wordt steeds moeilijker de samenleving behoorlijk te informeren over het regeringsbeleid. Er heerst nauwelijks openbaarheid van bestuur en steeds meer beslissingen komen 'toevallig’ naar buiten. Ook heeft menig bestuurder een geheim telefoonnummer. De door de NDP overheerste regering maakt gebruik van democratische regels om haar macht te verstevigen. Instituten fungeren als lege omhulsels die omstreden besluiten van een legaal laagje voorzien. Het parlement functioneert nauwelijks meer.
Enkele maanden geleden werd na een motie van de coalitie besloten de Rekenkamer geen stukken meer toe te sturen omdat haar voorzitter te vaak de pers informeerde. President Wijdenbosch hoeft geen verantwoording af te leggen over een geheime rekening van ettelijke honderd miljoenen. Hij heeft het alleenrecht van spreken namens alle ministers. De onlangs ontslagen minister van Financiën Atta Mungra, die volgens Wijdenbosch de eenheid verbrak, gaf bij zijn afscheid opening van zaken. 'Suriname verwordt tot een dictatuur op parlementaire beginselen’, zo typeerde hij de ontwikkelingen.
De particuliere media lijken het laatste bastion dat moet worden overwonnen voor de vervolmaking van een onvrij staatsbestel. Bij belangrijke kwesties worden de media afgescheept met: 'Er komt een fax.’ Of: 'Er komt een perscommuniqué.’ Als het al tot een persconferentie komt, doet zich het probleem voor van de lange inleiding en de ellenlange antwoorden, waarbij vooral beoogd wordt de pers te versuffen. Alberga: 'Suriname telt inmiddels twintig radiostations. Als er dan maar zes vragen gesteld mogen worden, dan hebben we een probleem. Je komt gewoon niet aan bod. De media worden gezien als doorgeefluik. Daar verzet ik me tegen. Ik wil niet beweren dat het bij de vorige regering zoveel anders was, maar bij de huidige kun je vragen stellen tot je een ons weegt. Niemand wil antwoorden.’
De regering maakt de media het verwijt van onzorgvuldigheid. Tegelijkertijd wordt directe confrontatie in de vorm van interviews angstvallig vermeden. Wel verschijnen kopstukken strak geregisseerd achter de microfoons van de staatsmedia, zoals Bouterse onlangs naar aanleiding van het dossier. Het vermoeden bestaat dat de regering haar informatie wil 'standaardiseren en centraliseren’. Zeker nu naar buiten is gekomen dat er geld is vrijgemaakt voor apparatuur voor een 'instituut voor informatie’, waar mediawerkers zullen worden opgeleid. 'Wij zien het centraliseren van de overheidsinformatie als een poging tot het uitschakelen van de particuliere media. Onder de huidige omstandigheden moeten de burgers het hebben van de particuliere media’, zegt SVJ-voorzitter Dennis Samson. Volgens hem begaat de regering een grote beoordelingsfout. 'De burgers zijn zich voldoende bewust van wat nieuws en gekleurd nieuws is. Uit gesprekken met collega’s van de staatsmedia weet ik dat zij door vrienden en familieleden worden aangesproken over de ontwikkelingen en dat de mensen steeds minder op hen afstemmen. Daarom is de invloed van Radio Nederland hier zo groot. Dat is ontstaan in de jaren tachtig. Toen had het volk ook door waar het echte nieuws vandaan kwam.’
VOOR EEN complete herhaling van de jaren tachtig wordt binnen het Surinaamse journaille niet gevreesd. Omdat men verwacht dat het zowel nationaal als internationaal niet zal worden getolereerd. Alberga: 'De betrokkenheid van de mensen is groter dan ooit. Ze hebben al eens meegemaakt dat hun media zijn afgepakt. Bepaalde zaken kun je niet meer maken in deze tijd; je pleegt tegenwoordig geen coup meer.’ Samson wil er niet aan denken. 'Bij de uithalen van Bouterse wil je er wel eens bij stilstaan, maar niet te lang. Het is in ieder geval intimideren, bewust of onbewust.’ Hij verwacht dat na stemmingmakerij door Bouterse, regeringsgezinden aanslagen zullen gaan plegen. De SVJ-voorzitter grijpt terug naar 1993, toen de staatstelevisie STVS in brand werd gestoken door militairen van lagere rang, die zich geroepen voelden 'de baas een goede dienst te bewijzen’.
Wel wordt er een 'harder en groter’ gevecht om de informatie verwacht. Alberga: 'Velen zullen daarbij ontmoedigd raken en zeggen: geef mijn portie maar aan fikkie. Jongere mediawerkers zijn bang dat ze van de overheid geen interviews zullen krijgen. Die hebben liever geen verstoorde relatie. Daar begint de beknotting.’
Vorig jaar oktober nam Ramcharan op 37-jarige leeftijd de leiding van De Ware Tijd over van boegbeeld Leo Morpurgo, een zeventiger. Met deze verjonging werd ook een aanzet gegeven tot de inhoudelijke verbetering van de krant. Ramcharan haast zich erbij te zeggen dat de krant, sedert haar oprichting veertig jaar geleden, vooral bezig geweest is 'in woelig water te overleven’, waarvoor ze haar voorgangers complimenteert. In de jaren tachtig is de krant zo'n elf keer gesloten geweest door gebrek aan papier. Nu valt de redactie op door haar strakke computers; de typemachines behoren tot het verleden.
Het afgelopen jaar is de oplage van de krant fors gestegen. Het regeringsbeleid wordt tegenwoordig dermate kritisch gevolgd dat Bouterse spreekt van 'oppositie voeren’. Ramcharan ziet ook iets positiefs in deze aantijging. 'Je zou eerder moeten uitkijken als we complimenten krijgen. Zolang coalitie én oppositie kritiek geven, betekent het dat we boven de partijen staan. Ik denk dat Bouterse wil bewerkstelligen dat we zelfcensuur gaan toepassen.’
Ramcharan bevestigt ongevraagd wat ik persoonlijk heb mogen ondervinden. 'Je merkt ook dat zijn aanhangers grof worden tegen journalisten. Hij schept een negatief beeld; dat we leugens schrijven en in dienst zijn van Nederland.’ Hoewel de hoofdredactrice ook niet aan het ergste scenario denkt, zegt zij: 'Bouterse is onvoorspelbaar. Hij laat niet in de kaart kijken. Misschien kan hij zichzelf niet eens voorspellen.’