Bouterse verkiest Cubaanse artsen boven eigen medici

Paramaribo – Deze zomer zetten vijftig Cubaanse artsen voet aan grond in Suriname. Zij moeten het zogenaamde tekort aan Surinaamse artsen opvullen, maar volgens (internationale) cijfers is er helemaal geen tekort. Met gemiddeld 12,26 artsen per tienduizend inwoners heeft Suriname volgens de Wereldgezondheidsorganisatie genoeg artsen om al zijn inwoners van de nodige zorg te voorzien. Maar omdat bijna alle Surinaamse artsen in de kuststreek – en dan voornamelijk in hoofdstad Paramaribo – werken, heerst er een tekort aan artsen in het zuiden van het land. In een poging dit op te lossen, besloot de regering een delegatie artsen uit Cuba te halen. Zij zullen er maximaal vier jaar werken en kunnen rekenen op een inburgeringscursus van vier maanden.

Surinaamse collega’s zien de komst van de Cubanen als een excuus van de regering om fundamentele problemen en tekorten in de gezondheidszorg niet aan te pakken. Cubaanse artsen zouden – in tegenstelling tot Surinaamse artsen – niet (durven) klagen over de gebrekkige omstandigheden waarin ze moeten werken in het zuiden van het land. ‘De Surinaamse arts wil niet naar het binnenland, want de werkomstandigheden zijn erbarmelijk’, zegt Bobby Ramautar, een Surinaamse arts werkzaam in Paramaribo. ‘Het inzetten van Cubanen is geen structurele oplossing. De regering wil de binnenlandbewoners, die maar al te vaak in een achtergestelde positie worden geplaatst, nog voor de verkiezingen (in mei 2020) laten zien dat er wel degelijk gezondheidszorg voor ze is.’

‘Surinaamse artsen willen niet werken in het binnenland, omdat ze alleen maar op geld uit zijn. Als het aan mij lag, had ik vijfhonderd Cubaanse artsen laten halen’, luidde de reactie van president Desiré Bouterse. Zelf reist hij altijd naar Cuba voor zijn medische begeleiding.

Wereldwijd worden Cubaanse artsen na het afronden van hun studie door hun overheid verplicht om een aantal jaren in het buitenland te werken. Hier verdienen ze een veel beter salaris dan in eigen land, maar van dit inkomen verdwijnt zo’n zeventig procent verplicht in de staatskas van Cuba. De buitenland-ervaring van de artsen levert Cuba jaarlijks bijna tien miljard Amerikaanse dollar op. Cubaanse artsen zijn daarmee het grootste exportproduct van Cuba.