Architectuur : de veertiende biënnale van Venetië

Bouwen zonder triomf

Rem Koolhaas verbaast met zijn invulling van de Architectuurbiënnale. De belangrijkste expositie ter wereld vertelt niets over nu, nauwelijks iets over de toekomst, maar alles over de afgelopen eeuw – die boosaardig begon.

Medium 2014 24

Wie de wereld van ‘MondItalia’ binnengaat, komt terecht in een eeuw waarin het modernisme heer en meester was, en is. Modernisme staat voor hoop, optimisme, transparantie en veel meer. Het is een bijna utopisch ideaal. Inmiddels weten we wel beter. Het tijdperk 1914-2014 was immers ook gevuld met gruwelen in allerlei vormen waarvoor het modernisme is gebruikt. Of misbruikt, mogen we gerust zeggen. Als we ons tot de architectuur beperken: zowel fascisten als communisten hebben zich willen manifesteren met indrukwekkende complexen die niet zozeer indruk wilden maken op het volk, maar vooral een vertoon van (totalitaire) macht waren. Toen het in 1976 werd geopend, belichaamde het Palast der Republik op de Schlossplatz in Berlijn het zelfbewustzijn van de toenmalige ddr met zijn ongehoorde hoeveelheid travertijn, koper, kroonluchters en een façade van goudkleurig spiegelglas. De trots is gesloopt.

Het Palast was beslist niet de enige modernistische trofee. Dergelijke complexen staan of stonden in Moskou, Pyongyang, Boekarest, Qatar en zo verder. ‘Absorbing Modernity: 1914-2014’ luidt het subthema in 66 landenpaviljoens op de Architectuurbiënnale van Venetië omdat, zo blijkt, elk land vanaf 1914 het modernisme als een universele taal voor zijn (overheids)gebouwen heeft gehanteerd, waarmee de nationale identiteit grotendeels is opgegeven.

‘MondItalia’ is de hoofdtentoonstelling in de Cordiere van het Arsenaal op de Biënnale dit jaar. Het mag dan gewijd zijn aan het Italië van de afgelopen eeuw, het staat model voor de hele (westerse) wereld, lichtte de curator van de Biënnale, Rem Koolhaas, toe. Italië staat voor geschiedenis, kunstschatten, religie en tegelijk voor politieke en sociale gebreken. ‘Het zou zo veel beter kunnen, alleen slaagt het er niet in.’

Misschien nog verrassender uit zijn mond: deze Biënnale gaat niet uitsluitend over architectuur. Koolhaas heeft de hulp van dans, muziek en 82 Italiaanse films ingeroepen. ‘We kunnen het met architectuur niet meer alleen af.’ Dat is veelzeggend. Architectuur staat in de ogen van Koolhaas kennelijk zwak op dit moment, gehavend door de economische crisis. Een belangrijkere verklaring is waarschijnlijk een gebrek aan creativiteit. Vandaar de radicale keus van Koolhaas: niet de architecten vertellen het verhaal van deze Biënnale, de architectuur doet dat. En die duikt het verleden in. De belangrijkste expositie ter wereld vertelt niets over nu, nauwelijks iets over de toekomst, maar alles over de afgelopen eeuw, die boosaardig begon, met de Eerste Wereldoorlog. De conclusie die je na het zien van de lawine van presentaties kunt trekken, is dan ook dat architectuur schuldig is, of althans verantwoordelijk voor wonden in onze samenleving.

Koolhaas committeerde zich aan deze Biënnale met twee eisen. De Biënnale moest drie maanden langer duren dan gewoonlijk – en dat is het geval, eind november sluiten Giardini en Arsenaal. Een deel is gewijd aan de levenslange fascinatie van Koolhaas voor elementen die samen een gebouw vormen: trappen, vloeren, daken, plafonds, wanden, maar ook wc’s en verwarming. Een heerlijk doolhof van herkenning en verrassing. Ander verzoek: de nationale paviljoens zouden zich bij voorkeur bij het thema ‘Fundamentals’ moeten aansluiten. ‘Fundamentals’ is samengevat op de uitgedeelde linnen tasjes met de tekst: ‘Is modernisme een bedreiging of een belofte?’

Medium france pavilion  6

De landen hebben daar grotendeels gehoor aan gegeven. Nederland bijvoorbeeld brengt het naoorlogse erfgoed van Jaap Bakema, de man van de Rotterdamse Lijnbaan, het stadhuis van Terneuzen en het paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Osaka. Mister Wederopbouw. Een expositie voor de liefhebbers, is het meest lovenswaardige dat je erover kunt zeggen. Organisator Het Nieuwe Instituut heeft geen duidelijke keuze gemaakt waardoor het een volgepakte indruk maakt. De expositie is bovendien hermetisch van aard. Menige buitenlander zal zijn schouders ophalen bij het zien van de in kratten verpakte filmpjes, tekeningen en foto’s. Wat een blikvanger had kunnen zijn, een ontdekt filmpje waarin Bakema met onder anderen Aldo van Eyck het bord ciam meesleept, staat weggestopt in een stellingkast. De Lijnbaan, in de jaren zestig de eerste winkelpromenade van Europa, en vervolgens nagebootst: niemand die daar iets van meekrijgt in het paviljoen. Zielig en teleurstellend.

Dan heeft Frankrijk het verzoek van Koolhaas beter begrepen. Het toont een grote maquette van de villa Arpel uit de film Mon Oncle (1958) van Jacques Tati met hilarische scènes waarin de gebruikers niet meer weten hoe de afstandbedieningen van fontein, garagedeuren en zoldervensters werken. Ze raken daardoor opgesloten in hun eigen droomhuis. De vooruitgang is hiermee op een provocerende manier op haar staart getrapt. In de ruimte ernaast vinden we als tegenhanger het bouwpakket van Jean Prouvé onder de titel ‘Constructieve verbeelding of utopia?’ Daar staan de stalen panelen waarmee in een handomdraai een huis voor daklozen in elkaar kon worden gezet. Want modulaire systemen waren een uitkomst in de door woningnood geplaagde naoorlogse jaren, ook in Nederland. Er is trouwens niks nieuws onder de zon: de containers voor studenten en de aso-woningen hebben dezelfde bedoeling: fast huisvesting.

De geprefabriceerde standaardsystemen lijken een rode draad in de modernistische architectuur van de afgelopen decennia. En nog steeds. Zelfs de ambachtelijk ogende Vinex-villa’s van nu zijn schijn. Achter de bakstenen façade schuilt een beton- en staalconstructie uit de fabriek. Bouwen is assembleren geworden. In hetzelfde Franse paviljoen zijn beelden van zware betonnen panelen te zien, een systeem dat de Franse overheid in de jaren vijftig aanvankelijk subsidieerde. Uiteindelijk werd het ironisch genoeg in sovjetfabrieken geproduceerd en geëxporteerd naar Cuba en Chili.

Menige buitenlander zal zijn schouders ophalen bij de filmpjes, tekeningen en foto’s in het Nederlandse paviljoen

En dan komen we bij een van de meest onthutsende beelden op deze expositie: het betonnen paneel met raamopening in het Chileense paviljoen. Ook dat was onderdeel van een modulair systeem voor sociale woningbouw, een ‘geschenk’ van de Sovjet-Unie aan het linkse regime van president Salvador Allende uit 1972. Allende zou zelf zijn handtekening in het natte cement gezet hebben, voordat het bij de ingang van de fabriek geplaatst werd. Het werd de inzet van een verhitte politieke en ideologische discussie. Na de moord op Allende transformeerde de kunstenaar Walter Benjamin het tot een kunstwerk annex monument. Van foto’s weten we dat Benjamin achter de opening de Heilige Maagd plaatste, omringd door twee koloniale lampen. Dat is in Venetië niet te zien. De brute vertoning van dit paneel is aangelicht door rode lampen en dat is al veelzeggend genoeg. Bloed op de wand.

Medium france pavilion  7

Het is niet de triomf van de architectuur die we laten zien, luidde min of meer de schuldbekentenis van Koolhaas op de persconferentie. Bovendien ontbreken grotendeels sterren uit de afgelopen eeuw, zoals Le Corbusier, Mies van der Rohe en Frank Lloyd Wright. Daaruit zou je kunnen concluderen dat hun betekenis veel minder is dan lang is aangenomen. Symbolisch voor de betrekkelijkheid van deze groten is het skelet van de villa Dom-Ino van Le Corbusier dat al een halve eeuw staat te verpulveren op een rots aan de Middellandse Zee. De villa is op kleine schaal nagebouwd – in hout – op het gazon van de Giardini alsof er postuum een bewijs geleverd moet worden dat Italië een kans heeft laten liggen.

We zijn aangekomen bij de schuldige architectuur, resultante van het modernisme. In twee biechtstoelen zijn op schermen de concentratiekampen te zien die Italië in de jaren twintig tijdens het bewind van Mussolini in Libië heeft opgetrokken. Je kunt het een opperste vorm van cynisme noemen dat deze het uiterlijk hebben van een moskee met voorplein. Dan zijn we een andere beladen plek gepasseerd, het eiland Lampedusa, symbool voor de onmacht van de westerse wereld om een menswaardige opvang te bieden aan de stroom vluchtelingen. De architectuur van Italië, maar lees hiervoor de wereld, biedt onderdak aan porno en entertainment – in die zin zijn de shows van Berlusconi een rechtstreekse follow-up van pornotopia, zoals Pompeï wordt genoemd, en het eiland Capri dat te boek stond als decadent lustoord. Je wordt er niet vrolijk van, die schandknapen en hoeren. Italië is daarin niet uniek; Las Vegas en Hollywood doen vrolijk mee, denk maar aan de film Behind the Candelabra over het verschijnsel Liberace.

Eerder typisch Italiaans dan mondiaal is de behuizing van de maffia. Architectuur met een hoofdletter A zou ik het beslist niet willen noemen, onthutsend is eerder de gewoonheid van de straten en buurten waarin deze veroorzakers van terreur verblijven. Dat is in de geschiedenis vaker vertoond. Het kwaad woont om de hoek in een doodgewone bungalow.

Je gaat anders naar de wereld om je heen kijken dankzij deze Biënnale. Want modernisme – in Nederland Nieuwe Zakelijkheid genoemd – bepaalt onze biotoop. Het is de grondslag voor ‘onze’ Bijlmermeer, voor de talrijke galerijflats die zijn verrezen. De overheid wilde de burgers licht en lucht schenken na de sombere vooroorlogse jaren. De Nieuwe Zakelijkheid was bij uitstek de manier om een ziekte als tbc uit te bannen. Het was en is een manmoedige, sociaal bewogen richting in de bouwkunst. Het is dus niet allemaal somberheid troef. Dat de modernistische gebouwen desondanks op grote schaal zijn gesloopt, komt natuurlijk ook doordat ze op grote schaal zijn neergezet.

Medium france pavilion  8

Is het perverse aspect van het modernisme verleden tijd? Nee, moet je concluderen bij het zien van een film over het paradijselijke eiland La Maddalena bij Sardinië. Daar staat een verwaarloosd arsenaal uit de achttiende eeuw, bewoond door een kunstenaar. Hij heeft er als een eigentijdse Robinson Crusoe zijn eigen utopia geschapen. Vlakbij heeft Berlusconi in 2009 een strak congrespaleis laten bouwen voor de G8 die daar destijds werd gehouden. Het megalomane complex is nu ten prooi gevallen aan weer en wind, en opnieuw moet je cynisch constateren dat machthebbers gebouwen en landschappen ten eigen faveure misbruiken.

Hoopgevend is dat verhaal van Koolhaas dus niet. Het is daarom niet verrassend dat architecten zelf op deze Biënnale weinig te zoeken hebben. Ze kunnen er niet schitteren met hun nieuwste aanwinsten. Er zijn te veel wonden geslagen. Ondertussen moet je constateren dat Koolhaas, die lang aan deze ‘Fundamentals’ heeft gewerkt, vriend en vijand verbaast met zijn keus. Research was zijn doel, omdat de kloof tussen architectuur en de burgersamenleving zich heeft verdiept. Er is een dualisme ontstaan, tussen excessen en onverschilligheid, dat het gevaar van conformisme in zich draagt, aangemoedigd door economie en technologie. In dat licht bezien was deze hersteloperatie hard nodig.


Tot 23 november in Venetië

Beeld: (1) Nederlands paviljoen, Open: A Bakema Celebration (Andrea Avezzu/Courtesy La Biennale Di Venezia). (2, 3 en 4) Frankrijk, Modernity: Promise or Menace? Maquette van de villa Arpel uit de film Mon Oncle (1958) van Jacques Tati (Andrea Avezzu/Courtesy La Biennale Di Venezia).