Bouwfonds god

Ze wisten meteen hoe God eruit moest zien.

Een man met baard op een wolk en hij moest alles en iedereen kunnen beïnvloeden. Sterker, hij had hemel en aarde en de mens geschapen.
Dat laatste was een probleem want hemel en aarde waren er al en de mens ook. Maar de geschiedenis kon vervalst worden en dus werd God degene die hemel, aarde en de mens uit het niets had gemaakt.
Op een dag zei iemand in de kerk: ‘We weten weliswaar dat God alles heef gemaakt, maar we zijn vergeten Hem te maken. Waar is Hij?’
De man wees op de luiheid van de mens en werd dus doodgeknuppeld onder het motto: 'Godslastering.’
Toch was men wijzer geworden. Hoewel God nog niet gemaakt was - en zeker niet af - beweerde men het tegendeel. Als de ene geschiedenis vervalst kon worden, waarom dan niet de andere? Je moest alleen zorgen dat het nooit ontdekt werd.
Dus je kon God nooit zien, je kon Hem alleen voelen. Je moest in Hem geloven, en deed je dat niet, dan werd je veroordeeld. God sprak ook nimmer iedereen toe, want dat kon niet. Je kon wel persoonlijk contact met Hem maken, want dat was niet controleerbaar.
Af en toe haalde men de bouwplannen van God te voorschijn om te zien hoe Hij er eigenlijk uit moest zien. En vond men die plannen te ouderwets dan werden ze aangepast.
De man op de wolk met een baard werd zo zelfs een vrouw. Of een neger. Of iemand die Mohammed heette. Ze deden rare dingen met het oorspronkelijke plan - en heel modern was wel, dat bepaalde ontwerpers zeiden: 'Wat Hij is, mag je zelf invullen.’ Maar aan het daadwerkelijk bouwen kwam men niet toe.
Hoe moet je ook iets bouwen dat je zelf mag invullen?
Ook voor dit probleem vond men een oplossing. Als de mens iets maakte en dus niet lui was, noemde men dat: 'De hand van God.’ Al had je niets, dan kon je toch iets van Hem zien - je had het immers 'zelf ingevuld’. Tekeningen, kerken, machines, een kruiswoordraadsel, het werk van Gerard Reve - het was allemaal de hand van God.
Het 'Bouwfonds God’ stond soms wel voor onoplosbare problemen.
Bijvoorbeeld: in die prachtige kunstwerken konden we weliswaar de hand van God zien, maar dan waren al die rampen ook van Gods hand. Dat kon niet want God is altijd goed. Hoe lossen we dat op? De factor tijd werd nu belangrijk.
Er werd 'Het Hogere Plan’ bedacht, een bedoeling, waardoor je er uiteindelijk (of op den duur, neem maar een willekeuri ge tijdsspanne) altijd goed uitsprong. Dus je kind was overreden en dood - dan had God eigenlijk heel veel later (misschien wel na je dood) iets goeds met je voor. Zo ook als je kanker kreeg of als je liefste familielid stierf. Jouw lijden zou je uiteindelijk beter maken. Al die dooien waren trouwens in een hemel waar ze heel gelukkig waren, daar zorgde God zelf voor.
Een rampje hier, een oorlogje meer of minder, een epidemietje - het was nu niet erg meer. God had daar een bedoeling mee.
Maar aan God zelf werd nog steeds niet gebouwd.
Ondertussen waren er al verschillende projectontwikkelaars met God aan de haal gegaan. De een wilde Hem goedkoop maken, de ander duur maar met een hoog rendement. Weer een ander wilde Hem op maat maken, maar men kwam er niet toe.
Zolang men het geloof maar had, hoefde je eigenlijk niets te doen.
De mens is lui - geloven is gratis.
Allengs begon dus de noodzaak te verdwijnen om die bouwplannen van God ten uitvoer te brengen.
Men wilde zelfs de bouwplannen van God rustig laten verdwijnen.
'Maar als ons geloof verdwijnt, wat hebben we dan nog?’ Het werd toen stil, en men keek naar elkaar.
Men vond elkaar lelijk, want mensen zijn lelijk. Men was ook jaloers, want mensen zijn jaloers.
Men stak elkaar neer, en uiteindelijk pleegde de laatste mens zelfmoord.
Opgeruimd staat netjes!