Boven de knoflookgrens

Wat verbindt Nederland en Duitsland met China? Alle drie voeren in de ogen van andere landen een onverantwoorde handelspolitiek. Ze exporteren veel meer dan ze importeren. Dat leidt elders tot economische problemen, want iemand moet die spullen kopen. In Amerika groeit de onvrede over het Chinese beleid met de dag. De onevenwichtigheden in de betalingsbalans tussen de twee landen gelden als een van de fundamentelere oorzaken van de crisis. En de oplossing is niet in zicht. Een handelsoorlog dreigt.

Sinds kort moet behalve China ook Duitsland het ontgelden. De Franse minister van Financiën Lagarde leverde in de Financial Times forse kritiek op de voormalige Exportweltmeister. Met haar gigantische handelsoverschot en politiek van lage salarissen - de Oost-Duitse kappers met een uurloon van 3,50 euro zijn daar een symbool van geworden - zou Berlijn medeschuldig zijn aan de Zuid-Europese misère. Lagarde noemde Nederland niet bij name. Maar als economische satellietstaat van Duitsland mag ook Den Haag zich aangesproken voelen. Met uitzondering van het landelijke minimumloon verschilt de Nederlandse politiek van loonmatiging en exportoverschotten weinig van die van de Oosterburen.

De Franse kritiek lijkt even vergeten nu de Europese landen een akkoord hebben bereikt over Griekenland. Mocht het failliet dreigen te gaan, dan zullen zowel het Internationaal Monetair Fonds als de andere eurolanden geld lenen. De vraag waar het met de eurozone op langere termijn heen moet, is daarmee nog niet beantwoord. Het getuigt van naïviteit te denken dat Nederland in die discussie vooral andere, spilzieke landen de les kan lezen. Vroeg of laat komen ook de Noord-Europese landen in de beklaagdenbank te zitten. Net als China.

Natuurlijk, dat laatste land exporteert niet alleen veel, het houdt de koers van de renminbi kunstmatig laag. Zo blijven Chinese producten goedkoop. Nederland en Duitsland spelen als het om hun munteenheid gaat niet vals, toch? Het is maar hoe je het bekijkt. Zonder de euro was de koers van de gulden en de D-mark al lang de lucht in geschoten, en werden Hollandse en Duitse waar in het buitenland vanzelf stukken duurder. Dankzij de zwakke eurobroeders blijft Nederland concurrerend. De eenheidsmunt maakt het de Zuid-Europese landen bovendien onmogelijk te wedijveren met de verder ontwikkelde Noord-Europese economieën - exit concurrentie.

De Franse kritiek kan dan ook niet als louter jaloezie worden afgedaan. De Duitse vakbonden sloten zich er direct bij aan. Zij eisen hogere lonen en uitkeringen, om zo de binnenlandse vraag te stimuleren. De gezaghebbende Duitse econoom Peter Bofinger wees erop dat in tien jaar tijd de Duitse export met vijftig procent is toegenomen, terwijl de binnenlandse consumptie gelijk bleef. ‘Als alle landen in Europa en de wereld zich zo hadden gedragen, zouden in de wereldeconomie het afgelopen decennium de lichten zijn gedoofd’, aldus Bofinger.

De critici hebben gelijk. We vinden het de normaalste zaak van de wereld dat China haar binnenlandse vraag moet stimuleren. Maar zodra het om de eigen economie gaat, geloven we dat andere landen tot het einde der dagen ons overschot blijven consumeren. En vervolgens worden we nog boos ook als ze zich in de schulden steken. Een duurzame aanpak van de Griekse crisis moet daarentegen ook consequenties hebben ten noorden van de knoflookgrens. Met alleen bezuinigen op de publieke sector, lonen bevriezen en uitkeringen korten komt de wereld niet uit de crisis. Ook Nederland niet.