Klassieke muziek - Erik Bosgraaf

Boven het ruisende klavecimbelveld

‘Een vrij vervelende componist, maar wel nul fout’, morde Frans Brüggen grumpy over de Italiaanse barokcomponist Arcangelo Corelli.

Dat had ook op de oerdegelijke Georg Philipp Telemann (1681-1767) kunnen slaan, een van de vele kundige barokmeesters waar de door Bach verpeste kenner met een wijde boog omheen loopt, net te min.

Anderzijds was dit de man die door de vroede vaderen van Leipzig de ideale Thomascantor was geweest, de plaats die Bach pas toeviel nadat Telemann was afgehaakt; het zegt genoeg over zijn reputatie. Naast cantates, oratoria, passies en concerten voor diverse instrumenten componeerde Telemann kamermuziek, waaronder een reeks fluitsonates die de Nederlandse blokfluitist Erik Bosgraaf met de Italiaanse klavecinist Francesco Corti voor het Nederlandse label Brilliant Classics opnam. Hoewel ze stuk voor stuk niet in de schaduw kunnen staan van Bach op zijn gewoonst krijgt Bosgraaf het gedaan om je negen sonates uit te laten zitten.

Die jongen is een wonder; de tweede Nederlandse fluitmeester na Frans Brüggen die je de tweederangsjongens als meesters door de strot kan douwen. Hoe krijg je het voor elkaar? Met de virtuositeit en de lichtheid die hem al onderscheidingen als de Borletti-Buitoni Trust Award en de Nederlandse Muziekprijs brachten. Bekend werd Bosgraaf met zijn opname van Jacob van Eycks Der Fluyten Lusthof, oud-Hollands cultuurgoed, en een spectaculair arrangement van Vivaldi’s Vier jaargetijden. Maar Bosgraaf speelt ook veel moderne muziek, waaronder het blokfluitconcert van Willem Jeths en zijn eigen bewerking van Boulez’ Dialogue de l’ombre double voor klarinet en elektronica, die hij met toestemming van de componist vervaardigde en op cd vastlegde – een bijzondere, spookachtige dialoog tussen een instrument en zijn digitale schaduw. Maar met Yuri Honing en het POW Ensemble speelt hij ook. Dat maakt hem, evenals vroeger Brüggen en Walter van Hauwe, uniek in de doorgaans tot de oude muzieksector veroordeelde beroepsgroep.

Bijzonder aan de Telemann-opname is dat de stukken zelf niet heel veel om het lijf hebben. Het melos mist het luisterrijke dat je ze na één keer draaien niet meer uit je kop krijgt. Maar wanneer je in de prachtig ruime opname-akoestiek Bosgraafs ongedwongen objectieve toon boven dat ruisende klavecimbelveld hoort uitstijgen, word je opgenomen in een atmosfeer die je na te veel Mahler dankbaar toelaat. Ik geloof dat je het psychologische effect van de muziek niet moet onderschatten: licht en ruimte. Daarbij komt in de snelle delen een virtuositeit waarvan alleen het Duitse keck de lading dekt: een niet agressieve, ontspannen bravoure. Even verbazingwekkend als Bosgraafs ritmische precisie is de geïmproviseerde, bijna achteloze toon die in de presto’s en allegro’s die ademende onschuld vasthoudt en elke drammerigheid weet te vermijden.

Maar het liefst hoor ik hem rustig zingen. In het largo van de sonate in F-groot TWV 41:2, met het klavecimbel zachtmoedig tokkelend in het luitregister, hoor je hoe de wereld is geweest in de schoonste gedachten van de mensen. In die avondkoelte is Bosgraaf als de spreker bij wie het nauwelijks uitmaakt wat hij zegt, die het gewoon maar schone aankleedt met de geheime weelde van het grote.

Erik Bosgraaf Francesco Corti, Telemann: The Recorder Sonatas