‘bovendien beschik ik over een serie geslaagde jezusgrappen’

Duizend jaar na het begin van de Kruistochten neemt Shmuel Golding wraak. De ex-dominee uit Manchester heeft de strijd aangebonden met christelijke missionarissen. Alle christenen de wereld uit, te beginnen in Jeruzalem!
JERUZALEM - Lang verkeerde Shmuel Golding in de veronderstelling dat hij een Britse christen was. Opgegroeid in Noord- Engeland kreeg hij de gedachte dat joden de moordenaars van Jezus waren met de paplepel mee. Toen hij eenmaal dominee was geworden in de doopsgezinde kerk van Manchester, kreeg hij ooit een schrijven van zijn superieuren waarin werd gewaarschuwd voor joden die zich bij de kerk wilden voegen. Daar kon toch geen sprake van zijn! Golding (hij droeg toen nog een andere naam) was het daar van harte mee eens. ‘Als zich hier een jood aanmeldt voor bekering, verdrink ik hem hoogstpersoonlijk in het doopwater’, sprak hij overtuigd.

Enkele jaren later ontving hij een schrijven uit Rusland. Bijgesloten zaten enkele documenten die heel zijn leven zouden veranderen. Voor het eerst vernam hij dat het echtpaar dat hem had opgevoed, helemaal niet zijn echte ouders waren. Zijn geboortewieg had in werkelijkheid in de Oekraine gestaan. Zijn ouders waren joden die hun kind bij het uitbreken van de oorlog naar Engeland hadden laten verschepen. Zijn vader was een historicus geweest, met belangrijke contacten in de Osmaanse wereld. Hij had onder meer een boek op zijn naam staan over de tien verloren stammen van Israel. Zijn moeder, wier achternaam hij zou aannemen, was medewerkster van de zionistische activist Jabotinsksi en ijverde voor een joods thuisland in Palestina. Beiden hadden de oorlog niet overleefd, maar in Turkije en Rusland bevonden zich nog wel enige familieleden.
Goldings leven stond in een keer volledig op zijn kop. Hij maakte lange omzwervingen over de wereld, onder meer als militair in Cyprus, alwaar hij gewond raakte. Hij knoopte contacten aan met de joodse wereld, onder meer met de opperrabbijn van Istanboel, die waakte over zijn zieleheil en hem terugbracht naar het ware geloof. Familieleden in Istanboel boden hem een bruid en een baan aan, die Golding beide resoluut afwees. ‘Ik had het gevoel dat ik een andere zwaai aan mijn leven moest geven, al wist ik nog niet welke.’
TWINTIG JAAR GELEDEN vond hij zijn ware bestemming in Jeruzalem. Daar is hij inmiddels uitgegroeid tot een van de lokale bezienswaardigheden. Als hoofd en oprichter van de Jerusalem Institute of Biblical Polemics is de gewezen dominee getransformeerd tot de vurigste bestrijder in de stad van alles wat christelijk is. Zijn wekelijkse donderpreken tegen de erfenis van Karel de Grote, de Heilige Inquisitie en de Orde der Tempeliers staan garant voor een avondje religieus cabaret van het meest verzengende niveau. Op een bijna Lenny Bruce-achtige wijze bindt Golding de strijd aan met de opvolgers van de ridders die ooit met kruis en zwaard de straten van Jeruzalem koloniseerden in naam van de Kerk van Rome.
Als zijn grootste opponent beschouwt hij de organisatie Jews for Jesus, een zwaar door Amerikaanse tv-dominees gesubsidieerde fundamentalische club gericht op het bekeren van joden tot het christendom. 'Welk religieus systeem inspireerde Karel de Grote tot het slachten van elf miljoen Europeanen, inspireerde de kruisvaarders om met een getrokken zwaard Jeruzalem te veroveren, en zette Torquemada aan tot het uit elkaar trekken van mensen om ze vervolgens levend te verbranden? Welk religieus systeem inspireerde Hitler om zes miljoen joden te vermoorden? Kan er een nieuwe holocaust komen, gebaseerd op de woorden van Jezus?’ zo verkondigt Golding tegen iedereen die het maar horen wil.
'Wat Hitler niet gelukt is, wordt nu verder geprobeerd door christelijke missionarissen’, zo meent Golding. 'Ze zijn uit op de vernietiging van de joodse identiteit, en daarmee van het joodse volk. Ik beschouw het als mijn missie op aarde om dat tegen te gaan. We hebben al genoeg joden verloren. Hier werven de missionarissen hun joodse zieltjes vooral onder de allerarmsten, zoals tegenwoordig onder de Russen. Na tachtig jaar communisme weten die niet eens meer hoe je God spelt. Als je die maar een beetje financiele steun belooft, zijn ze bereid om wie dan ook tot hun Messias uit te roepen. Je kan die mensen alleen via goede voorlichting terughalen. Dat doe ik dan ook. Ik neem op mijn informatie-avonden in snel tempo het Nieuwe Testament door en laat alle blasfemische onzin zien waar dat boek van doordrenkt is. Daarnaast beschik ik over een stevig arsenaal aan geslaagde Jezusgrappen. Dat helpt meestal ook een stuk. Zo'n tachtig procent van de bekeerlingen van Jews for Jesus win ik weer terug.
Mijn grootste triomf was toen ik een van de topmensen van Jews for Jesus wist te overtuigen. Die was eigenlijk langsgekomen voor een zwaar debat, maar gaf zich uiteindelijk gewonnen. Hij is nu een van mijn persoonlijke assistenten. En in dezelfde vaart bekeer ik nog een paar echte christenen ook. Er komen weleens toeristen uit Amerika of Europa langs die zo schrikken van mijn verhalen dat ze stante pede joods willen worden. Dat leidt weleens tot klachten bij het ministerie van Toerisme, die dan brieven ontvangt van christelijke missionarissen waarin wordt geprotesteerd tegen de verspreiding van mijn informatiefolders. Maar ze klagen maar. Ik geef niet op.’
IN ZIJN PIEPKLEINE werkkamertje in het souterrain van een flat aan de rand van de stad oreert Golding in sappig noord-Engels over de verschrikkingen van de christelijke kerk. 'Het papendom is de laatste tijd nog redelijk aan de banden van een iets rationelere kijk op de zaken gelegd’, zo meent hij. 'De grootste idiotie wordt nu verspreid door de fundamentalistische christenen in de Verenigde Staten, Canada, Europa en Zuid-Afrika. In mijn ogen zijn dat de rechtmatige erfgenamen van de inquisitie, in hun aanhoudende campagne om de wetenschap een paar eeuwen terug te draaien. Als het aan de moral majority ligt worden alle wetenschappelijke bevindingen, van Darwins evolutieleer tot de moderne geologie, in een klap verboden verklaard. Die zijn er echt op uit je vrijheid te pakken en je gedachten te veroveren. In mijn ogen barst het in die dwaalleer van allerlei animale instincten. Vroomheid wordt als een soort brandverzekering tegen het hellevuur gepropageerd, niet als een innerlijke noodzaak van de mensheid.
Waar het mij om gaat is te bewijzen dat het christendom niets anders is dan een heidens meergodenstelsel dat aan elkaar hangt van allerlei dogma’s die op een volkomen waanzinnige kijk op de wereld aansturen, van de onbevlekte ontvangenis tot het eeuwige dreigen met de barbecueroosters in de hel. Geef mij dan maar de islam, dat is tenminste een behoorlijke monotheistische leer. De thora verordonneert helemaal geen eenduidige dogma’s. Daar staan wel zeventig manieren in om naar de werkelijkheid te kijken. Waar het om gaat is dat je je leven goed leeft en dat je je niet verliest in allerlei waanideeen over het hiernamaals. Het leven is al moeilijk genoeg. Als je goed bent voor je familie en je buren en uit de buurt blijft van menstruerende vrouwen, kom je al een eind in de buurt van het goede leven.’
Zoals gezegd komt Golding nogal eens in aanvaring met de christelijke missionarissen die zo veelkoppig actief zijn in Jeruzalem. Maar ook fundamentalistische joden hebben herhaaldelijk tegen zijn missiewerk geprotesteerd. 'Een keer hebben ze zelfs mijn kantoortje met verf beklad, grote kruisen op mijn deur geschilderd en een soort protestdemonstratie op de stoep belegd. Er was sprake van enige miscommunicatie. Men verkeerde in de veronderstelling dat ik een instrument was van de christenen door zulke intensieve voorlichtingsavonden over Jezus te beleggen. Ze eisten eigenlijk dat ik nooit meer tegenover joden over de valse profeet zou spreken. Zo opereer je in Jeruzalem eigenlijk altijd tussen meerdere vuren.’