TONEEL  Ifigeneia in Aulis (2)

BOVENTITELING

Ik probeer het me voor te stellen: artistiek vooroverleg bij Toneelgroep Amsterdam met Robert Woodruff, beoogd gastregisseur van Euripides’ Ifigeneia in Aulis. Voor de eerste repetities geeft-ie nog niks prijs, omdat-ie veel aan zijn medewerkers en toneelspelers wil overlaten. Staat-ie ook om bekend. Zou dat ook gelden voor het onderwerp: het koor? Ik denk het niet. Toneelgroep Amsterdam is een toneelbedrijf, veel cruciale beslissingen vallen in zo’n bedrijf vroeg. Dus ergens in een voor-voor-traject moet de gastregisseur een enkeling in vertrouwen hebben genomen over wat te doen met het koor. Vijf zangeressen met operastemmen, is zijn voorstel, ze zingen de koorteksten, of een selectie daaruit, in een mix van oud en nieuw Grieks, op speciaal gecomponeerde muziek. Grieks? Ja, Grieks! Wat te doen met de verstaanbaarheid? De voorstelling wordt boventiteld. En als je dat soort dingen maar lang genoeg blijft roepen is het op een bepaald moment gewoon de realiteit.
Dus wat krijgen we te zien? Na het voorspel tussen generaal Agamemnon (Roeland Fernhout) en de oude man (kleine diamant van Marieke Heebink) wordt het speelvlak betreden door vijf dames in een uitmonstering die nog het meest doet denken aan de verkiezing van Miss Aulis-Bitch 1200 BC. Ze zingen op elektronisch versterkte muziek in een taaltje dat inderdaad best nieuw (of oud) Grieks kan zijn, of Esperanto of Oezbeeks, hoe dan ook onverstaanbaar. En wij lezen de vertaling van de teksten mee middels de boventiteling. Griekse tragedie, briljante vertaling beschikbaar (Gerard Koolschijn), een Amsterdams toneelensemble anno 2008 en wij kijken naar… boventiteling! Ik ben tegen een hoop opgewassen, maar hier brak mijn hart tegelijk met mijn klomp. Zou er dan werkelijk geen held-op-sokken bij Toneelgroep Amsterdam rondlopen die ergens in het traject tegen de gastregisseur heeft gezegd: ‘Robbert, beste man, dit is mogelijk het mooiste idee voor het koor in een Griekse tragedie ooit verzonnen, alleen het gaat hier niet werken’? Niet dus. De artistieke ja-knikkers hebben de overhand. ‘Grieks met boventitels, klinkt reuze interessant.’ Neem van mij aan: het is he-le-maal niks. Veel geblaat en weinig wol, dit koor voegt niks toe aan de vuurkracht van het stuk.
En dan nog iets waar u me nooit over hoort maar nu een keertje wel: elektronische stemversterking. Heb je een tekst te pakken waarbij een tandje bijschakelen in het authentieke (dus onversterkte) stemgeluid goed kan werken, trekken ze toch weer die verrotte zendmicrofoons uit de kast. En als twee van die elektriek versterkte speelhoofden te dicht bij elkaar staan te schreeuwen (of te fluisteren) hoor je ofwel alles dubbel, of je zoekt je een ongeluk naar het hoofd dat bij de stem hoort, terwijl je in een soort geluidsorkaan verdwaalt waarin iedere poging tot nuancering van de tekst is verdwenen. Uit eerdere voorstellingen is toch gebleken dat ze bij Toneelgroep Amsterdam een paar goeie geluidsregisseurs hebben rondlopen. Hier niks van gemerkt.
De gedeeltelijke mislukking van deze toneelonderneming ligt volgens mij in de inconsistentie van de hierboven beschreven keuzes. En van wankelende keuzes in regie en techniek gaan toneelspelers niet beter toneelspelen. De Klytaimnestra van Chris Nietveld (mooi ingehouden in het intens trieste slot van de voorstelling) schoot in het aan krankzinnigheid grenzende pleidooi voor het leven van haar dochter wel erg door en daarin pijnlijk mis. Roeland Fernhout etst in zijn portret van de generaal die ook nog eens vader is scherp alle krassen van ontreddering, en als hij zich tegen het slot, vechtend tegen de tranen, bruut schikt in het onvermijdelijke, is-ie ronduit prachtig. Maar ook dat redt de voorstelling als totaal niet. Je voelt waar de makers je willen raken. Maar ze schieten met losse flodders.

Ifigeneia in Aulis door Toneelgroep Amsterdam. Tot eind november, daarna vanaf 9 januari, www.toneelgroepamsterdam.nl