Ger Groot

Box

Iedere bloemlezing is discutabel, zelfs wanneer ze drieduizend bladzijden omvat. Toegegeven, voor de hele geschiedenis van de filosofie is dat niet veel. Maar wie dezer dagen bij het Kruidvat voor nog geen vijftig euro de felgele box Filosofie heeft aangeschaft, mag zich voor de komende winteravonden onder de pannen weten. Bijna tachtig denkers uit het Westen en ruim de helft daarvan uit het Oosten overdonderen hem met bespiegelingen waarvan hij ongetwijfeld hoopt wijzer te worden.

Of dat zo gemakkelijk zal gaan is een moeilijk te beantwoorden vraag. Moei lijker in ieder geval dan die naar de feilen en verdiensten van het gebodene. Waarom vinden we Heidegger of Lévinas nergens terug? Waarom zo veel Seneca en zo weinig Plotinus? Waarom ontbreekt Austin en moeten we het in plaats daarvan doen met relatief onbekenden als Butler en Ouaknin?

Veel van die vragen vinden hun antwoord in de omstandigheden: onverkregen rechten, niet-beschikbare vertalingen en vooral het feit dat al het materiaal genomen moest worden uit het fonds van de uitgeverijen Boom en Sun. Overtuigend is dat niet altijd, maar de twijfel wijkt snel voor blijdschap over wat er in de box allemaal wél te vinden is.

Deel 2 opent met de volledige tekst van Descartes’ Discours de la méthode, de klaroenstoot van de moderniteit, en in deel 4 volgt integraal Sartres Existentialisme is humanisme, haar laatste opleving. Deel 4 telt niet minder dan tweehonderd bladzijden Kant en elders is bijna half zo veel Spinoza, Rousseau, Hegel, Schopenhauer, Nietzsche en Arendt te vinden. Plato, Hobbes, Hume, Adorno/Horkheimer en (opmerkelijk) Nussbaum moeten het doen met ieder ruim de helft dáárvan, nog altijd zo’n vijftig bladzijden – en daarmee is de inventaris pas begonnen.

Voor filosofiehongerigen met een smalle beurs is er dus alle reden om likkebaardend naar het dichtstbijzijnde drogisterijfiliaal te snellen, op het gevaar af de schappen er leeggekocht te vinden. Filosofie is inmiddels even sexy als Mozart en Bach, zo moet het Kruidvat hebben gedacht, met een half oog op het succes van Filosofie Magazine. Terugogend verzorgde dat laatste op zijn beurt de inleidingen in elk afzonderlijk deel en een beknopte geschiedenis van de westerse filosofie in een toegevoegd artikel.

Wie nog net een exemplaar heeft weten te bemachtigen, moet zich intussen wel hoeden voor een ál te gretige consumptie. Nieuwsgierig beginnend bij de eerste denker van de Griekse wijsbegeerte zal hij zich eerst verdwaald wanen in de wereld van Tolkien («Dit was de weg waarlangs de wijze merries, die de wagen trekken, mij brachten, en jonkvrouwen waren het die ons de weg wezen») en daarna in een metafysisch duister («Dat het ís, en dat niet is dat het niet is, is de weg der Overtuiging (want deze vergezelt de Waarheid)») waarin hij iedere hoop daarvan ooit wijzer te worden definitief lijkt te zien vervliegen.

Dat is te vroeg gewanhoopt, maar illustreert wel het probleem van iedere poging de filosofie nader te komen via haar geschiedenis. De aanvangen ervan staan niet alleen chronologisch maar ook qua mentaliteit zeer ver bij ons vandaan. Zonder zorgvuldige toelichting gaat het niet, en daarin laat deze box het bij de westerse denkers een beetje afweten. De inleidingen zijn te algemeen en de teksten te specifiek om de lezer tussen die twee in aanvankelijk niet radeloos te laten bungelen.

Daarom had het Kruidvat er goed aan gedaan zijn box te voorzien van een waarschuwende bijsluiter: Lees deze boeken van achter naar voor, of desnoods vanaf de vroeg-moderne tijd zowel vooruit als achteruit. Er is in de zeventiende eeuw in onze beschaving nu eenmaal iets onherstelbaars gebeurd, dat ons heeft afgesneden van de voorgeschiedenis én de rest van de mensheid. De lezer die in deel 1 pijnlijk zijn neus gestoten heeft, komt daar vanzelf achter. Een actueler les kan een filosofiebloemlezing nauwelijks geven.