Boycot van eigen bodem

‘Ik moet eerlijk zeggen dat ik de laatste tijd eigenlijk nauwelijks meer Nederlandse fictie lees.’ Die zin heb ik dit kalenderjaar al minstens drie keer horen uitspreken. Eén keer door een literatuurwetenschapper, één keer door een student, en eergisteren door een vrouw die me kwam interviewen voor een opinieweekblad.
Al die keren was niet alleen de woordkeuze exact dezelfde, maar ook de intonatie. Een uiterst interessante toonzetting, die erin slaagt zowel verontschuldiging als trots uit te drukken. Of misschien wel alleen het laatste, na een schijnbeweging van het eerste. Alsof ze zeggen: ‘Ik koop eigenlijk nauwelijks meer groente.’ En na een adempauze: ‘In de supermarkt. Ik haal het tegenwoordig allemaal op de biologische markt.’
Wat bezielt deze mensen? Waarom die als bekentenis vermomde boycot van boeken
van eigen bodem? Ik tel vijf mogelijke motieven.

  1. Het pragmatische. Buitenlandse romans die in vertaling zijn verschenen of in de oorspronkelijke taal in onze boekhandels verkrijgbaar zijn, zijn al door een selectiefilter gegaan. Natuurlijk verschijnen er ook in Frankrijk, Italië, Duitsland of Engeland net zo veel dertien-in-een-dozijnromans als hier, maar op wat hier beschikbaar is, hebben allerlei kenners en handelsgezanten reeds hun keurmerk gedrukt. De Frankfurter Buchmesse als literaire biologische markt. Toch is dat onvoldoende reden om landgenoten ongelezen te laten. Een groot deel van hen is immers in vele talen vertaald, van kosmopolieten als Nooteboom en Grunberg tot plattelandskoningen als Siebelink en Bakker.
  2. Het exotische. Een boek lezen is een reis maken en we gaan  in weerwil van wat staatssecretaris Heemskerk graag ziet  toch ook liever niet op een camping in de Veluwe staan. Wat je van ver haalt is lekker. En wat er in die Hollandse boekjes valt te lezen, dat maak ik in mijn eigen straat al mee. Dat klinkt al aannemelijker, maar wil er bij mij toch niet helemaal in. Want mijn God, wat wordt er toch veel gereisd door Nederlandse schrijvers! Alleen het Fonds voor de Letteren al deelt jaarlijks 75.000 euro aan reisbeurzen uit. Bovendien vertrekken veel schrijvers zodra ze hun kans schoon zien naar het buitenland, zodat de boycotters met een gerust hart uit een palet zo breed als Van Dis, Komrij, Grunberg, Meijsing en De Winter kunnen putten. Bovendien is België ook nog altijd in alle opzichten buitenland.
  3. (We schuiven langzaam op naar de minder nobele regionen.) Het snobistische. Een boek lezen is in dit geval zoiets als een pak of handtas dragen, en daarvoor ga je ook niet naar de Hema. Vul je boekenkast met Nobelprijswinnaars, antieke folianten en Japanse prenten en men zal weten wie je bent, een wereldburger. Cachet, savoir-vivre, la dolce vita, life style, Aufschwung, saudade, Sturm und Drang, joyeux, Spielerei: is het toeval dat al deze woorden volstrekt onvertaalbaar zijn in het Nederlands? Mogelijk is dit type snobisme ook een reactie op nationalistische tendensen onder het plebs. De groep die altijd al potjes pindakaas mee op vakantie nam, stemt nu op Wilders en Trots Op Nederland. Wie tot de intellectuele elite wil behoren, kan daarom het beste al het Nederlandse maar afzweren. Zelfs Murakami leest men veiligheidshalve in Engelse vertaling. Deze groep is doorgaans te herkennen aan planken met verzamelde werken in verzamelcassettes. Alle delen Proust. Plato compleet. Zoals je een opzichtige Rolex draagt.
  4. Het vooringenomen. Sommige verzamelaars hebben wél bij De Slegte het boxje verzameld werk van Reve gehaald, of bij de Selexyz de complete grafkist Couperus. Nederlanders, maar in acceptabel gemummificeerde vorm. ‘Bij mij is het allemaal opgehouden bij Reve.’ Opvallend aan deze types is dat ze sinds De avonden ook nooit meer gelachen hebben. Ze zijn zelf al een beetje gemummificeerd. Laat ze maar lekker versterven, met hun Nescio.
  5. (Nu we toch op die toer bezig zijn.) Het huichelachtige. In Engeland is een onderzoek gedaan waaruit blijkt dat 65 procent van de Britten wel eens liegt dat ze een boek gelezen hebben. Dit gebeurt vooral bij Orwells 1984 en Joyce’s Ulysses. Ongelezen exemplaren verminken ze met ezelsoren en vouwen. Mensen die ‘eigenlijk nauwelijks meer Nederlandse fictie lezen’ kunnen wel eens eenzelfde huichelachtigheid bezitten. Stiekem Saskia Noort op het nachtkastje hebben liggen en die snel verwisselen voor een Coetzeetje als er visite komt. Het zou wel eens waar kunnen zijn. Vraag je immers door, dan vertellen de boycotters doorgaans dat schrijver A ‘altijd hetzelfde trucje doet’, B ‘altijd zo gewichtig is’, en C ‘altijd zo oeverloos’. Altijd. Dus men leest het toch, en zelfs volledig? Altijd: dat woordje verraadt veel. Bijvoorbeeld dat ze snobistisch, vooringenomen of huichelachtig zijn.