John Collier, Lilith, 1892 © Atkinson Art Gallery and Library

Het is helemaal niet eerlijk. Van je ouders mag je geen wenkbrauwpiercing, je klasgenoten dragen allemaal dezelfde saaie kleren en volgens de kerk is Lilith gewoon de verdorven eerste vrouw van Adam, in plaats van de bad ass feministische femme fatale die jij in haar ziet. Hoe heerlijk, hoe terecht is het om je als puber tegen al die saaie meningen te verzetten en hoe nog veel heerlijker is het om ook als zo iemand herkend te worden, aan je kleren, je haar, je frons en je muzieksmaak. Er zijn gelijkgestemden, die kun je ook makkelijk thuisbrengen en waarschijnlijk hebben ze uitstekende boekentips. Gothics zijn niet echt cool, nee, maar goth is wel ’s werelds grootste subcultuur, een trouwe gemeenschap van buitenbeentjes.

Gothic, de subcultuur die vanaf de late jaren zeventig opkwam als opvolger van de punkstroming, heeft iets vertederends, iets liefs dat onder de angstaanjagende make-up vandaan kan komen. Misschien komt dat doordat de meeste gothics voor het eerst met de subcultuur in aanraking komen als ze tiener zijn, hopeloos op zoek naar identiteit, verdrinkend in veel te veel, veel te hevige gevoelens van oneerlijk en onecht. Hun zelfexpressie maakt de opluchting tastbaar om eindelijk een gemeenschap te hebben gevonden die onomwonden raar is. Er is het spel met vervreemding, het afwijzen van posers, de fascinatie met sprookjes. En er is romantiek: het zwelgen in het verdriet van de hoofdpersonen van Wuthering Heights, het zwijmelen bij melodramatische uithalen van The Cure.

Remembering you fallen into my arms
Crying for the death of your heart
You were stone white
So delicate
Lost in the cold
You were always so lost in the dark

Bij Goth – Designing Darkness in Design Museum Den Bosch kunnen zij met een fascinatie voor het occulte hun hart ophalen. De albums van The Cure zijn er te zien, maar de tentoonstelling trekt gothic ver voorbij het zoete puberale verzet, en dat zonder de betovering te verliezen die voor gothics zo kenmerkend is. In de zwartgelakte ruimte werpen tussenschotten lange schaduwen, zijn een opgezette bok en een enorme gevallen kandelaar uitgestald en liggen rouwamuletten uit de negentiende eeuw naast leren jacks van de post-punkgeneratie. Wie de audiotour neemt, kan de muziek van Joy Division beluisteren en de videoclip bekijken die Anton Corbijn maakte bij het nummer Atmosphere, waarin foto’s van de dan al overleden frontman Ian Curtis door monniken over een strand worden gedragen.

Achter in de schemerige ruimte hangt haar beeltenis, die van Lilith, in 1892 geschilderd door John Collier. Naakt natuurlijk, staand in een donker paradijs, innig verstrengeld met een slang. Het lange rossige haar hangt op haar billen, op haar gezicht een gelukzalige glimlach. Lilith is een popcultureel fenomeen sinds de jaren zeventig, toen haar mythe (ze wilde tijdens de seks met Adam niet onderop liggen omdat hij en zij gelijk geschapen waren; ze vloog het paradijs uit omdat ze de geheime naam van God achterhaalde) door feministen werd omarmd. Plots was deze vrouw, die volgens de overlevering de moeder der demonen is en zodanig wordt geassocieerd met het kwellen van kinderen dat jonge moeders afwerende amuletten tegen haar droegen, een onafhankelijk en vrijgevochten voorbeeld. Seksgodin, feminist, maar is ze ook goth?

Ja en nee. Veel van wat je ziet ís niet goth, maar wordt het puur door associatie. Omdat goth boven alles een sfeer is, iets unheimisch heeft, kun je het pas benoemen als je het ziet. Zangeres Phoebe Bridgers op de rode loper met sneeuwwitte huid en bloedrode lippen in een galajurk met opgestikt glitterskelet: goth, maar een beetje on the nose. Alles van Jheronimus Bosch is goth, ruige landschappen zijn het, boze bruiden, dode dieren, fluwelen gordijnen.

De opstelling van de tentoonstelling is eerder thematisch dan chronologisch. Mode, literatuur, muziek en beeldende kunst worden steeds samengepakt om een verhaal rondom een van de thema’s te vertellen. Dat werkt goed, omdat alles en niets goth kan zijn. Het begon weliswaar ooit ergens, maar vernieuwt zich ook al generaties lang, terwijl het blijft teruggrijpen op nieuwe geromantiseerde interpretaties van het (eigen) verleden. Goth verwijst soms naar de gothic literatuur, maar ook in bredere zin naar griezelige oude dingen die in hun eigen tijd helemaal zo griezelig niet waren. Zo is er de fascinatie met de uitgebreide rouwtraditie van de Victoriaanse tijd: zwarte jurken, sieraden waarin het haar van de overledene werd verwerkt en antieke foto’s waarop een van de geportretteerden doet alsof ze een geest is. Destijds was dat niet eng, maar tegenwoordig is het in de mildste interpretatie vreemd, en vaak ronduit macaber.

Een poging tot een beginpunt van deze stroming: volgens de Amerikaanse cultuurcriticus Camille Paglia begon de literaire traditie die met gothic wordt geassocieerd bij de gothic novel van Ann Radcliffe, en daarmee is het volgens Paglia een van de weinige stijlen die door een vrouw zijn ingeleid. Radcliffe’s The Mysteries of Udolpho (1794) is de eerste gothic roman, waarin de jonge vrouw Emily St. Aubert in, hoe kan het ook anders, een spookachtig kasteel het ene na het andere soms bovennatuurlijke ongeluk treft, waaronder het overlijden van allebei haar ouders. Vanuit haar benarde toestand wordt Emily verliefd op de onstuimige, natuurlievende jongeman Valancourt.

Hoe fantastisch, hoe magisch, hoe betoverend zou het zijn als er meer was tussen hemel en aarde

De rest – iets met een ontvoering, iets met een erfenis en een kwaadwillende oom – klinkt allemaal vast bekend, ook voor wie het boek niet heeft gelezen. Het is het stereotypische goth-verhaal met alle vaste clichés en het had onder meer invloed op Jane Austen (Northanger Abbey), Edgar Allan Poe (The Oval Portrait) en Henry James (The Turn of the Screw).

Een ‘tweede golf’ van gothic novels begint ongeveer bij Mary Shelley’s Frankenstein (1818), met nu als belangrijkste invloed de vervreemdende werking van de industriële revolutie op de maatschappij. Uit die tijd stammen ook de foto’s met geesten erin, en naar die tijd wordt teruggegrepen door bijvoorbeeld steampunk goths, gothic jongeren van nu die geboeid zijn door techniek en kleding van vroeger en verwijzingen daarnaar in hun eigen outfits en accessoires verwerken. Denk aan een combinatie van sciencefiction en Victoriaanse literatuur, met veel koper, dikke spijkers, tandwielen en hoge hoeden.

De opkomst van het sensationele middeleeuwse griezelverhaal in de achttiende eeuw ging gelijk op met de fascinatie uit die tijd voor de Middeleeuwen als romantische, nationalistische periode. Het leidde tot twee vertakkingen van de gothic traditie die, zo wordt benadrukt in Designing Darkness, erg van elkaar verschillen. Tijdens de Verlichting waren de Middeleeuwen nog een achterlijke tijd geweest, en de puntige kathedralen van toen werden spottend weggezet met het scheldwoord ‘gotisch’, maar dat beeld kantelde in de achttiende en negentiende eeuw volledig. Niet geheel toevallig gebeurde dat tijdens versnelde technologische ontwikkeling en sociale verandering. Er was iets ongrijpbaars en mysterieus ontstaan, dat deed terugverlangen naar authenticiteit, naar volksheid en naar bovennatuurlijke verklaringen.

Een hoogtepunt in de opstelling van Designing Darkness is dan ook de verwijzing naar het werk van William Morris, de negentiende-eeuwse ontwerper die zoekend naar authenticiteit een firma oprichtte voor middeleeuwse ambachten en een van de grondleggers was van de arts and crafts-beweging, die tegen de ‘zielloze’ industriële productie inging. Hij ontwierp bloemige behangpatronen en artisanale houten stoelen en begon een ambachtelijke boekdrukkerij. Dat alles met aandacht voor de werkomstandigheden van zijn arbeiders, want hij wist heus dat handgemaakt meubilair voor de lagere klassen niet betaalbaar was. En dan weer de vraag: is dát gothic? Die zoete ontwerpjes, het onomwonden socialisme? Nee, niet in het algemeen. Ja, wel in deze context.

Hyper-authenticiteit heet het medicijn tegen de koude technologische werkelijkheid, zo authentiek, zo overdreven teruggrijpend op het verleden dat het een toneelspel wordt. De fysieke werkelijkheid is in de gotische traditie maar een deel van het volledige spirituele leven, want hoe fantastisch, hoe magisch, hoe betoverend zou het zijn als er meer was tussen hemel en aarde. In die overtuiging schuilt de zoektocht naar iets subliems, of het nu sprookjesachtig is, zoals de schitterende jurken die hedendaagse gothics naar sommige festivals dragen, griezelachtig of volks, zoals de hervertellingen van oude bijbelse en mythische verhalen.

Heroplevingen van goth gaan niet voor niets vaak gelijk op met momenten van snelle technologische ontwikkeling, de industriële revolutie, de jaren tachtig en nu. Het zijn de momenten waarop de aanwezigheid van iets overstijgends tastbaar wordt, en we ons des te bewuster worden van onze eigen menselijkheid, eeuwenoude cultuur en geschiedenis.

Prachtig natuurlijk, maar daar wringt ook de schoen. Zodra wordt teruggegrepen op de volkse, vaak Europees-christelijke traditie en op een vorm van nationalisme, ontstaat er ook een ‘ander’ om zich tegen af te zetten, die die geschiedenis niet meedraagt. Voor zover goth een vaste stijl heeft, bedient die zich van symbolen zoals doodskoppen en spinnen, maar ook van soms schadelijke stereotypen. Monsters zijn in gothic novels vaak onnatuurlijk, buitenstaanders en gluiperds, ze komen soms letterlijk uit een ander land. Wuthering Heights’ monsterlijke Heathcliff is anders dan de Engelse hogere klasse met wie hij zich omringt, omdat hij dik, krullend donker haar heeft en een bruine huidskleur. Vrouwen zijn vaak hysterisch, heksen of, zoals Lilith, femmes fatales, die hun seksualiteit, benadrukt met strakke korsetten, inzetten om mannen in de val te lokken.

Het is een tegenstrijdigheid, racisme en seksisme binnen een subcultuur die juist subversief zou moeten zijn. De problematiek daarvan wordt ook aangestipt in Designing Darkness, met de geruststelling dat er juist ruimte is om die vooroordelen te bespreken. ‘De subcultuur goth experimenteert als geen ander met gender, seksualiteit en stijl, en vindt zo steeds nieuwe betekenissen voor oude subculturen’, staat in een van de bijschriften.

Wat ontbreekt is de hete aardappel. Over het racisme in de gothic literatuur wordt pas sinds enkele jaren een wetenschappelijke discussie gevoerd. Witte suprematie binnen de subcultuur – de stereotiepe goth heeft immers een lijkbleke huid – is hot topic op message boards en fora. Een serieuze bespreking daarvan had in deze tentoonstelling niet misstaan.

Goth – Designing Darkness, t/m 18 april in Design Museum Den Bosch