Braaf aruba

Hij voelt zich nog steeds diep gekrenkt door Frits Bolkestein. Want de Arubaanse drugseconomie valt in het niet vergeleken bij die vanNederland. En over de Cargo-affaire is het laatste woord ook nog niet gesproken. Maar overigens is premier Henny Eman zeer tevreden.
HET WAS EEN soort overwinningsfeest voor Henny Eman, verleden week vrijdagavond in het Waaggebouw in de Leidse binnenstad. Ten overstaan`van de fine fleur van de Arubaans-Nederlandse samenleving, met in het midden ook Winnie Sorgdrager, Joris Voorhoeve en een zware ministersdelegatie van het in 1986 met een status aparte bedeelde eiland, kon de Arubaanse premier na een week van keiharde onderhandelingen in Wim Koks torentje melden dat de Aruba-crisis eindelijk was getemd.

Met de wederzijdse acceptatie van de voorstellen zoals oud-minister Job de Ruiter die had geformuleerd in zijn rapport Met alle respect, mocht de zenuwenoorlog tussen Den Haag en Oranjestad als beëindigd worden beschouwd.
Eman sprak dan ook van ‘een historische dag’ en 'de afsluiting van een zwarte periode’. 'Vanaf het moment dat ik in oktober 1994 weer premier werd, heeft ons land in het verdachtenbankje gezeten’, sprak Eman tot het publiek. 'De toekomst van Aruba werd bedreigd. Met dit rijksbesluit is dat boek gesloten.’
Speciaal Joris Voorhoeve werd in het zonnetje gezet door de diverse Arubaanse hoogwaardigheidsbekleders. De minister van Defensie, tevens gemoeid met Arubaanse zaken, trad met zware wallen onder de ogen op het podium en werd als een ware Messias toegejuicht. Toen Voorhoeve in zijn speech ook nog eens warme woorden sprak over de glorieuze economische ontwikkelingen op het eiland ('Als uw groei zo doorgaat, klopt Nederland binnenkort bij u aan voor economische hulp’), kon de stemming helemaal niet meer stuk. Eensgezind klonken de zoete klanken van het volkslied 'Aruba dushi tera’ door de regenachtige Leidse avond. De Arubaanse delegatie feestte in Den Haag, waar de hofhouding van Eman is neergestreken, tot diep in de nacht door.
DE ARUBAANSE euforie is begrijpelijk. De delegatie van Henny Eman - onder wie ook minister van Justitie Watty Vos, de grootste kwelgeest van politiek Den Haag - heeft het onderste uit de kan weten te halen. De commissie-De Ruiter zegt zwart op wit dat de Arubaanse economie niet die door drugsgeld overstroomde witwasfabriek is waar Frits Bolkestein het over had toen hij het eiland als 'een roversnest’ aanduidde. De strategie van Eman en Vos, die er telkens op wezen dat de Nederlandse drugseconomie als aanzienlijk groter moet worden beschouwd, wierp zijn vruchten af.
De grootste overwinning voor het kabinet-Eman is het gedwongen vertrek van procureur-generaal Jan Zwinkels van Aruba. Zwinkels was de man die de Arubaanse regering beschuldigde van nauwe contacten met Colombiaanse drugskartels. Zo wees Zwinkels op de financiële band tussen de familie Mansur, de Arubaanse zakendynastie die met name door de Amerikaanse DEA wordt beschuldigd van belangen in de drugswereld, en de huidige Arubaanse regering. Godfather Jossy Mansur had indertijd 125.000 Antilliaanse guldens gestort in de verkiezingskas van Emans AVP. Twee neven van Mansur worden binnenkort waarschijnlijk naar de Verenigde Staten uitgewezen om te worden gehoord over een witwasaffaire, hetgeen als de laatste wraak van Zwinkels mag worden beschouwd.
De Arubaanse regering op haar beurt wist Zwinkels danig in het nauw te brengen met onthullingen over zijn merkwaardige activiteiten inzake een Caribische IRT-affaire. Uit documenten van de politietop van Aruba, gevormd door hoofdcommissaris L.E. Rasmijn en commissaris L.E. Zaandam van Oranjestad, bleek dat Zwinkels aan het hoofd stond van een schimmig netwerk van de Amsterdamse politie, de BVD en de Koninklijke Marine dat op Aruba via criminele stromannen, kersvers uit de Nederlandse gevangenis gerecruteerd, de lokale drugswereld was geïnfiltreerd. In het kader van de 'gecontroleerde doorvoer’ liet Zwinkels in de jaren negentig grote partijen hasj en weed naar Nederland vervoeren, aldus Zaandam en Rasmijn in hun rapporten over deze 'Cargo-affaire’. Waar de opbrengsten van deze gecontroleerde doorvoer bleven, is nog altijd vaag, terwijl de gehele actie voor zover bekend geen enkele arrestatie opleverde.
In Nederland was het met name super-procureur A. Docters van Leeuwen die in grote woede ontstak over de indiscrete rapportages van de Arubaanse politie. Rasmijn en Zaandam moesten weg. De commissie-De Ruiter drong in zijn rapport ook aan op ontslag voor de beide politieagenten. Maar daar wil Aruba niet aan, blijkt uit een gesprek dat De Groene Amsterdammer een dag na de ondertekening van het rijksbesluit met Eman voerde in zijn Haagse hotel.
'NIETS IN HET rapport-De Ruiter toont aan dat Rasmijn en Zaandam buiten hun boekje zijn gegaan’, aldus Eman. 'Het enige wat zij hebben gedaan, is hun zorg uiten over een duistere operatie van de heer Zwinkels met medewerking van diverse Nederlandse instanties op Aruba. Er is geen juridische ruimte om tot hun gedwongen vertrek te komen. En een andere functie zit er ook niet in. Anders dan in Nederland, waar alle politiechefs vanwege de IRT-affaire een andere stoel krijgen toegewezen, zitten we op ons kleine eiland met een minimum aantal posten. Dus de heren Zaandam en Rasmijn zullen op een of andere wijze vrijwillig moeten vertrekken.
Dat Zwinkels gedwongen weg moet, lijkt me niet meer dan rechtvaardig. Die man heeft er alle blijk van gegeven niets van de Arubaanse cultuur te snappen. Dat is het probleem van wel meer ambtenaren die door het kabinet van Aruba en de Antillen (Kabna) naar ons eiland worden gestuurd. Je kan niet zomaar van Zwolle naar Oranjestad worden getransplanteerd. Dan krijg je onvermijdelijk misverstanden. In het geval van Zwinkels waren die fataal. Die man heeft alle fouten gemaakt die er te maken zijn, vanaf de eerste dag dat hij voet op Aruba zette.’
Mogen de heren Zaandam en Rasmijn dan een gouden handdruk à la Van Randwijck toegemoet zien?
Eman: 'Ja, daar zal je dan waarschijnlijk op uitkomen. Dat hebben we tijdens de onderhandelingen met de Nederlandse regering ook als voorwaarde gesteld.
Die Cargo-affaire blijft ons ondertussen bezighouden. Er zal door de Arubaanse politie nog een onderzoek naar worden ingesteld, en wat daaruit voortvloeit, zien we dan wel weer. U moet weten, bij ons op Aruba kennen we geen semi-legale hasjhandel, zoals in Nederland. Bij ons is dat allemaal strafbaar. Dat de Nederlandse justitie en politie overgingen tot die semi-gecontroleerde doorvoer, is wellicht begrijpelijk, want uiteindelijk moeten de coffeeshops ook hun spullen krijgen. Bij ons is daar allemaal geen sprake van. Dus we zijn het wel verplicht om die Cargo-affaire tot de bodem uit te zoeken.’
De heer Bolkestein heeft er tijdens het recente bezoek van de vier voorzitters van de grootste Tweede-Kamerfracties aan Aruba nog eens op gehamerd dat Aruba in de greep van de drugseconomie is.
'Dat is mij niet ontgaan. Ik heb dat als zeer beledigend ervaren. Bolkestein heeft mij persoonlijk diep gekrenkt. Het rapport-De Ruiter geeft toch heel duidelijk aan dat het witwassen op Aruba op zeer beperkte schaal plaatsvindt. Een vertegenwoordiger van de Nederlandsche Bank heeft het bankwezen in Aruba hierop geheel doorgelicht - ook hij kwam tot de conclusie dat het zeer meevalt. En nu begon Bolkestein toch weer met zijn bizarre beschuldigingen.
Toen hij aankwam op ons eiland, was Bolkestein nog heel gematigd. Maar 24 uur later was hij geheel omgedraaid en begon hij met zijn boutades. En dat op grond van een gesprek met een dorpsgek op het eiland, als ik goed ben geïnformeerd. Daarnaast noemde hij nog wat boeken waarin hij het allemaal gelezen had, vooral wat idioterie uit België.
Ik blijf bij mijn mening dat de Arubaanse drugseconomie in het niet valt vergeleken met die van Nederland. Voordat ik eind deze week vertrek, wil ik nog een keer met Bolkestein gaan praten. Die extremiteiten van hem moeten de wereld uit.’
VOLGENS EMAN is Aruba in een kwalijk daglicht komen te staan door de verrichtingen van zijn voorganger Oduber. Eman: 'Toen wij in september 1994 na vijf jaar oppositie weer terug in de regering kwamen, troffen we een situatie aan die in niets leek op dat wat we hadden achtergelaten. Aruba zit nu eenmaal klem tussen Noord en Zuid. In het noorden hebben we de Verenigde Staten, met die verdomde, almaar groeiende markt voor alle soorten drugs. Ten zuiden zitten we met landen die die drugs in steeds grotere kwantiteiten produceren, zoals Colombia. Aruba zit daartussen, en dat is ons noodlot.
We hadden eerder gezorgd voor een goede kustwacht en douane, met hulp van de Amerikanen. Ook hadden we tussen 1986 en 1989 diverse malen aan minister van Defensie Van Eekelen gevraagd of hij geen marineschepen beschikbaar wilde stellen voor een strengere controle van de wateren rondom Aruba. Maar die vraag was bijna een belediging. Hoe durfden we het pronkstuk van het leger te vragen voor zoiets onbenulligs? De Koude Oorlog woedde nog volop, de Russen en de Cubanen dienden te worden bestreden, dat drugsprobleem van ons was maar bijzaak.
Toen we uit de oppositie terug in de regering kwamen, bleek dat alle maatregelen die we eerder hadden op poten hadden gezet, inmiddels waren vervallen. De vorige regering had daarvoor gezorgd. Met die erfenis zaten wij. Ondertussen begon Nederland, daartoe aangespoord door de Amerikanen, steeds meer kritiek op Aruba te leveren. Men keek stomverbaasd naar de enorme groei van de Arubaanse economie. Aruba kroop sinds de sluiting van de Exxon-raffinaderij in 1986 uit een diep dal. Er was een werkloosheid van twintig procent. Die is nu nihil. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking van zestienduizend dollar per jaar is het hoogste in de hele regio.
Dat is niet makkelijk bereikt. Het ging met een ijzeren planning in de uitbreiding van de toeristenindustrie. Maar die spectaculaire groei van de economie riep vele vragen op. Onze fout was dat we daar niet tijdig op reageerden. We gingen ervan uit dat Den Haag en de Nederlandse pers zelf wel het onderscheid konden maken tussen Indianenverhalen en de ratio. Op het punt van de informatievoorziening zijn we tekort geschoten.’
WILT U, GEZIEN die nare ervaringen, nu niet helemaal van Nederland af?
Eman: 'Nee, we blijven de waarde inzien van onze koninkrijksband met Nederland. De expertise die hier in Nederland is op juridisch en economisch gebied, is ons dierbaar. Ons onderwijs en onze rechtspraak blijven op Nederlandse leest geschoeid.
Wat de verhouding tussen onze beide landen ten goede zou komen, is als de bewindslieden meer face to face zouden praten, op gelijkwaardige basis. Dat is beter dan allerlei ambtelijke omwegen.’