Brabantse nonkels

Deel III, 2.2; door Miet Ooms, Ines Blomme, Joep Kruijsen en Jos Swanenberg
Woordenboek van de Brabantse dialecten: Familie en seksualiteit; het huiselijk leven
Gopher Publishers, 230 blz., € 28,50

Regelmatig zijn er overheden van provincies of regio’s in het nieuws die ijveren voor de erkenning van hun dialect en die dan hopen door die erkenning geld te krijgen om dat dialect te ondersteunen. Naïeve ambities en weggegooid geld natuurlijk, want er is geen taal ter wereld die door subsidies in leven gehouden kan worden. Wie wat in het belang van dialecten wil doen, kan het geld beter besteden aan de archivering en het onderzoek ervan en dat is urgent.
Er zijn in Nederland gelukkig nogal wat gebieden waarvan de regionale woordenschat al gearchiveerd is in een woordenboek. Een van die gebieden is dat van het oude hertogdom Brabant oftewel de Nederlandse provincie Noord-Brabant en de Belgische provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant. Onlangs verscheen de laatste aflevering, geheten Familie en seksualiteit, van het Woordenboek van de Brabantse dialecten. Het is de bekroning van een onderneming die in 1958 begonnen is, op initiatief van de toen pas in Nijmegen benoemde hoogleraar Weijnen.

Het Woordenboek van de Brabantse dialecten is een systematisch woordenboek, geen alfabetisch. Dat wil zeggen dat de begrippen geordend zijn naar hun verwantschap. Zo staan alle begrippen die verband houden met kleding, als hemd, jas, broek, in één aflevering bij elkaar. Ook zijn er afleveringen gewijd aan de terminologie van verschillende beroepen, boer, timmerman, slager, molenaar. In het algemeen wordt het Woordenboek der Nederlandsche Taal beschouwd als het grootste woordenboek in ons taalgebied. Dat blijft zo, al is het Brabantse woordenboek met zijn 33 afleveringen, twaalfduizend bladzijden en een miljoen trefwoorden ook geen kleintje. Een dialect kent dan wel minder begrippen dan een standaardtaal, maar daar staat een enorme variatie aan synoniemen in de dialecten van het geëxploreerde gebied tegenover. Voor ‘grootmoeder’ bijvoorbeeld bestaan in de Brabantse dialecten 55 namen: grootmoeder, groo(tje), grootmère, bonnema, bonbonne, moemoe, peet, opoe, mé, oma, meetje, enzovoort. Van al deze namen komen er maar een paar voor in het Woordenboek der Nederlandsche Taal.

Behalve systematisch is het Brabantse woordenboek een archiverend woordenboek en niet verklarend. Het geeft van elk begrip alle benamingen en verder van elke benaming de gebieden en/of de plaatsen waar-ie gebruikt wordt. Verrassend is dat er vrijwel geen begrip is waarvoor in alle Brabantse plaatsen hetzelfde woord gebruikt wordt. Bij de verwantschapsnamen valt op dat voor vader, grootvader, oom, moeder, grootmoeder en tante veel Brabantse plaatsen een Frans leenwoord kennen: papa, bonpapa, nonkel, mama, bonmama, tante. Maar dat is niet het geval bij zoon en dochter. Alle ruimte dus voor interpretatie en voor speculatie over hoe dat komt.

Op ruim vijftig verspreidingskaartjes is de geografische spreiding van de verschillende benamingen voor een begrip te zien. Daarnaast geven die kaartjes vaak extra informatie over de rol die de staatsgrens tussen Nederland en België, die midden door het hele gebied loopt, bij de verspreiding van de woorden gespeeld heeft. De staatsgrens is bijvoorbeeld scheidslijn tussen het noordelijke oom en het zuidelijke nonkel. Die scheidslijn is op de kaart heel scherp: er is geen enkele plaats in Noord-Brabant waar nonkel gezegd wordt, terwijl het onmiddellijk ten zuiden van de staatsgrens het gewone woord is. Nonkel is een Frans leenwoord (oncle), maar dat zegt niet alles, want ook schoonbroer is aan het Frans ontleend (leenvertaling uit beau frère) en schoonbroer komt wél ook volop in Noord-Brabant voor, naast zwager. Het verschil is dat schoonbroer veel eerder ontleend is, vóór 1600, dan nonkel, waarvan de oudste vermelding uit 1851 is. Dit laatste woord heeft dus pas heel lang na de Vrede van Münster (1648) zijn intrede gedaan, want de staatsgrens die toen is vastgesteld en sindsdien loopt waar-ie ook nu nog loopt, heeft voor een blijvende separatie van de twee gebieden gezorgd, waardoor er geen nonkel de grens over kwam.

Behalve informatie over de invloed van externe culturen biedt dit woordenboek een inkijkje in de denk- en gevoelswereld in het Brabantse taalgebied. De factoren en motieven die bepalend zijn geweest bij taalveranderingen zijn universeel en spelen ook een rol in andere taalgemeenschappen. Ook in die waarin het abn de voertaal is. Het Woordenboek van de Brabantse dialecten is dus niet alleen van belang voor het Brabantse taalgebied, maar voor iedereen die geïnteresseerd is in bijzondere woorden en de verhalen erachter.