Brahms en kraftwerk coveren

Is er iets fantasielozers denkbaar dan het naspelen van bestaande nummers? In de popmuziek is het maken van zogeheten covers op dit moment schering en inslag. Ordinair jatwerk dat varieert van een onherkenbare recycling van andermans songs of een parodie op een bekend en lekker in het gehoor liggend nummer (zoals Coolio Stevie Wonder onder handen nam) tot een letterlijke reproduktie (zoals Bob Marleys No Woman No Cry door de Fugees). Het is een vorm van muziek maken die tegelijkertijd grappig, brutaal, onorigineel en beperkt is.

De vonk is overgeslagen naar de ‘serieuze’ muziek. Steim presenteerde vorige week, onder het motto 'De snel vervliegende Tijdsgeest’, een avond met covers van elektronische klassiekers: Soirée des couverts électro-acoustiques. Een avond voor gevorderden want je moest van goeden huize komen, wilde je van elke cover ook het origineel kennen. Zo had ik geen enkele referentie bij de twee stukken die Sonja Mutsaerts door haar synthesizer haalde: Bowery Bum van Mimaroglu en Artikulation van Ligeti. Maar dat neemt niet weg dat Mutsaerts op de voor haar zo kenmerkende krachtige manier twee explosieve interpretaties neerzette. De klank-, geluids- en stemfragmenten waren niet alleen priemend hard en direct, maar ook messcherp gemonteerd.
Al even moeilijk was de speurtocht die Michel Waisvisz voor zijn luisteraars had uitgezet. Hij had het muzikale geheugen (van de afgelopen zeven jaar) van zijn computer als uitgangspunt genomen als symbool voor een persoonlijke muziekgeschiedenis. Het schijnt dat wij citaten van onder anderen Stockhausen, Raaijmakers en Schwitters hebben gehoord, maar vraag me niet welke. In A la… heeft Waisvisz zijn muzikale indrukken samengeperst tot een dwingende stroom van klanken waarvan de buitenkant, de textuur, steeds van kleur en samenstelling verandert. Vanuit een simpele eenstemmigheid bouwt hij met De Handen een complexe meerstemmigheid op door zowel lagen in de hoogte toe te voegen als aan de onderkant, in de vorm van zware pulserende bassen. Het resultaat is een machinale maar rijkgeschakeerde en elektriserende noise, waar de oude Italiaanse futuristen jaloers op zouden zijn geweest.
Florentijn Boddendijk, het brein achter dit cover-concert, presenteerde drie stukken waarvan de bron wel duidelijk herkenbaar was. Zo had Edwin van der Heide voor de gelegenheid een transcriptie gemaakt van de geluidsopname van Poème électronique van Varèse. Dit legendarische werk werd nu uitgevoerd met live elektronica (Boddendijk op laserbass en Van der Heide met De Handen), stem (Anne Wellmer) en slagwerk (Paul Koek). Ondanks de zeer waarheidsgetrouwe reproduktie van het Poème - waaronder een uitstekende imitatie van Christina Deutekom die ooit een paar riedels voor Varèse inzong - had de uitvoering een hoog nepgehalte. De magie was totaal zoek, alsof je de studio-opname van een hoorspel bijwoonde.
Het meest verrassend en amusant was eigenlijk 'de electro-romantische mono media potpourri’ waarmee de avond opende: een bewerking van Brahms’ Dubbelconcert voor cello (Irma Lammers) en laserbass (Boddendijk). Terwijl Irma Lammers een serieuze vertolking van de grote solopassages uit het concert gaf, had Florentijn Boddendijk als een dirigent het in de computer opgeslagen orkest onder zijn hoede. Door voortdurend de draad van Brahms weer op te pakken, maar terloops wijdlopige muzikale omzwervingen (tot aan Kraftwerk toe) te maken, ontstond een spitse en fantasievolle bewerking van deze klassieker.
Daarmee werd ook in een klap de waarde van het fenomeen coveren duidelijk: niet het origineel maar de oorspronkelijkheid waarmee een authentiek stuk wordt geïnterpreteerd maakt een cover interessant.