Brandmerk

De hoofdpersoon van Morgièves pornografische roman Sex vox dominam over zichzelf: ‘Sterrenbeeld kreeft, ascendant kreeft.’

Verrek, dat heb ik ook, dat sterrenbeeld, die ascendant. Ik geloof natuurlijk niet dat dat iets betekent, maar toch. Zou ik iets met die hoofdpersoon gemeen hebben? Die moeder van hem, de enige van wie hij ooit liefde heeft gekregen. Heb ik ook wel eens over mezelf gedacht, zulke onzin. Schijnt typisch voor kreeften te zijn.
Heb ik gewoon iets heel persoonlijks met dat boek? Is het eigenlijk een slecht boek, een boek dat, afgezien van de spectaculaire seks, nauwelijks aandacht verdient en dat ik een ‘belangwekkend’ boek noem alleen omdat het mij om heel particuliere redenen beroert? Ik roemde het boek in de vorige aflevering van deze kroniek en ik vraag me nog steeds af of ik dat wel waar kan maken.
Ik heb inderdaad iets heel persoonlijks met dat boek. Het is vertaald door een van mijn dierbaarste vrienden. Zou ik daarom met extra sidderingen Sex vox dominam hebben gelezen? Kletskoek.
De hoofdpersoon ontdekt zijn homoseksualiteit. Het is een masochistische homoseksualiteit. Ha, eindelijk iets dat ik niet herken. Of toch? Probeert dat boek mij iets over mezelf te vertellen?
Wat een verschrikkelijk gewauwel is dit.
Toch gaat het over de wezensvraag van deze kroniek. Wat is literaire pornografie? Sex vox dominam, zei ik vorige keer, is een toonbeeld van literaire pornografie omdat je het niet anders dan met je lichaam kunt lezen. Dat was een mooie zin om mee te eindigen. Klonk diep. Maar ik moet zelf heel hard nadenken om erachter te komen wat ik ermee zou kunnen hebben bedoeld. De zin werpt in ieder geval één heel groot probleem op. Is mijn lichaam particulier of algemeen? Mag ik op grond van mijn particuliere lichamelijke lezing van Sex vox dominam iets zeggen over zoiets algemeens als het literaire gehalte van het boek?
Ja, dat mag ik. Literaire critici doen niets anders. Met dien verstande dat het meestal niet hun particuliere lichaam is die hun vertelt wat literatuur is, maar hun particuliere geest. De literaire kritiek is heel onlichamelijk. Wanneer critici een boek gaan bespreken, raadplegen ze alleen hun geest, niet hun lichaam. Daarom wordt er ook nooit serieus over literaire pornografie geschreven.
Begrijpelijk. Want hoe kun je nu serieus schrijven over passages als: 'In haar werkhandschoen van synthetisch rubber - in haar handschoen houdt ze mijn lid. De ballen - mijn ballen. Ik heb een stijve. Ze scheert me. Met het. Scheermes. Ze gaat weg. Komt terug. In de lucht houdt ze een staaf. Van metaal. En aan het uiteinde. Van die staaf. Is een brandmerk. Een roodgloeiend brandmerk. Ik voel de hitte. Ik schreeuw. NEE. Daar, onder mijn ballen, daar brengt Miss. Demoniac. Het brand. Merk. Aan.’
Het brandmerk, stelt het slachtoffer later vast, bestaat uit de letters SVD: Sex vox dominam.
Tja, hoe kun je daar nu serieus over schrijven zonder je eigen lichamelijke reacties erin te betrekken. Reacties van walging of fascinatie.
Mij fascineert het. Maar misschien komt dat alleen omdat ik een kreeft ben.