Brandweertje spelen

Brandweermannen van Toneelgroep Wederzijds speelt maar zelden in theaters, meestal in gymzalen, voor scholen. Bel voor speellijsten en informatie naar Wederzijds: 020- 6824854.
Na een duizelingwekkende rit in de geimproviseerde brandweerauto is het tijd voor de oefening uit hoofdstuk een van het handboek: kat in boom. We zijn aanwezig bij de training van vijf brandweermannen. De ietwat suffige Koos Elfering moet de kat omlaag halen (‘in fase twee zetten we het materieel in!’), de rest kijkt geamuseerd toe en aanhoort het tersluiks gemompelde commentaar van instructeur Loek Beumer. Via een simpele scene zitten we midden in het verhaal. En we zijn op slag allemaal lid van de vrijwillige brandweer. Het is met brand immers net als met voetbal: iedereen heeft er verstand van. De voorstelling Brandweermannen (voor kinderen vanaf 9 jaar) knabbelt geestig aan dat vooroordeel.

Regisseur Ted Keyzer stuurde zijn vijf acteurs op stage naar diverse Amsterdamse brandweerkazernes. De voorstelling (een jongensdroom van Keyzer) ontstond vervolgens op basis van improvisaties, herinneringen en ervaringen uit de kazernes.
Laura de Josselin de Jong ontwierp niet zozeer een decor, eerder een omgeving. Grondkleur (uiteraard): rood! De achterwand werd samengesteld uit die benauwde metalen kastjes waar de mannen hun persoonlijke spullen in opbergen. Ze doen afwisselend dienst als wc, slaapkot en als een stortkoker waarin een van de brandweermannen bekneld is geraakt. Voorts wemelt het op de speelvloer van voorwerpen die naar van alles verwijzen, behalve naar brand en brandweer. Uit een regenscherm, een prullenbak en een fietspomp worden het pak en het zuurstofmasker samengesteld waarmee twee brandweermannen een zwaar vergiftigde ruimte binnengaan. De scene is een visueel wonder en staat model voor wat het waarmerk van deze voorstelling is: je lacht je tranen en houdt tegelijk de adem in.
De voorstelling Brandweermannen is in de verte familie van een andere Ted Keyzer-produktie: Op hoop van zegen (met Heyermans had die produktie, op een zinnetje na, niks te maken), die de regisseur een paar jaar geleden maakte in Maastricht. Ook daar waren de acteurs op stage gestuurd - naar de zoutwatervisserij -, ook daar werd in losse scenes het vissersleven geschetst, waarbij het publiek dwars door de daverende lach heen de tragiek van dit eenzame bestaan ontpelde.
In Brandweermannen is iets dergelijks aan de hand. Gevaren en angsten die bij het beroep horen worden met liefde en humor getekend. En wat voor een humor! Loek Beumer en Koos Elfering werkten samen in Op hoop van zegen. Met Peter Drost, Jan Elbertse en Bram Kwekkeboom vormen ze het leukste slapstick-kwintet dat Nederland in tijden heeft gekend. Tijdens een muzikale sketch (volgens klassiek revue-patroon: vier mannen dansen in de maat, eentje doet echt alles verkeerd) moest ik denken aan Tom Manders (‘Dorus’) en zijn parodie op een mondharmonicatrio. En vooral aan een Engelse groep (ik geloof dat deze 'Fox Follies’ heette), die televisiekijkend Nederland (tijdens Een van de acht) ooit op de rand van een lachberoerte bracht. Maar eigenlijk zijn deze vijf jongens beter: het is geen nummer meer dat ze brengen, het is larger- than-life-itself-humor, genuanceerd en gedetailleerd tot in de beweging van de wenkbrauwen.
Naast me zaten twee binken van dertien. Lijzig vroegen ze een minuut voor aanvang aan hun ouders: 'Waar gaat het over?’ Landerig hingen ze vervolgens in de banken. Daar kan geen grap meer tegenop, dacht ik. Maar verdomd, de twee begonnen in de loop van dat uur een beetje te smelten.
Naast hen zat een iets jonger joch. Hij keek de eerste minuten verbaasd naar de verrichtingen van de vijf acteurs. Vanaf minuut zes begon hij te schateren. En dat schateren hield niet meer op. Tijdens het muzikale intermezzo - waarbij Koos Elfering op onnavolgbare wijze zijn fouten met kleine nonsensbewegingen poogde te corrigeren - rolde het joch bijna van zijn bank van het lachen.
Ontroerd dacht ik terug aan mijn eerste Laurel & Hardy in onze dorpsbioscoop. Ze konden me opdweilen. Na afloop bekende de jongen aan zijn moeder dat hij het bijna in zijn broek had gedaan.
Ted Keyzer in de programmafolder: 'Herkennen gebeurt in je buik en niet in je hoofd. Daarom zijn lachen en huilen zo mooi. Dat komt van binnenuit. Goede clowns veroorzaken dat.’