J. Kessels is de openingsfilm van het Nederlands Film Festival

Bravoure met bier en billen

De ongenadige toon van ironie, spot en zelfbewustzijn in J. Kessels: The Novel van P.F. Thomése maakt de roman moeilijk leesbaar, tenminste voor mij. Maar nu is er de filmversie geregisseerd door Erik de Bruyn waarmee het Nederlands Film Festival in Utrecht opent.

Medium kessels

Het is een sterke film, een visuele, hallucinante chaos in de stijl van Terry Gilliams Fear and Loathing in Las Vegas (1998) of een film van Oliver Stone uit midden jaren negentig. Misschien leent het verhaal van Thomése zich juist meer voor de cinema van de frenetieke stilering. In ieder geval werken zinnen als ‘… waar vreeswekkend grote frikadellen (de zogeheten “negerlullen”, plaatselijk bekend van de “negerlul” speciaal) zich gaar lagen te gillen in het hete frituurvet’ beter als visuele uitspatting dan als woorden die normale mensen uitspreken.

Bij De Bruyn, die vijftien jaar geleden Wilde mossels maakte, is er geen gebrek aan beeldtechnische bravoure. Dat laat J. Kessels zien. Het plezier van het spelen met stijlen zoals gebogen kaders die een trip simuleren, groothoeklenzen om het groteske te creëren en wijde shots om het epische van de reis te suggereren, spat van het scherm af, al vanaf de eerste scène waarin de op een archaïsche schrijfmachine geproduceerde tekst vastgeplakt is op objecten en personages, alsof die gebrandmerkt zijn door de verbeelding van de schrijver. Immers, dit is een verhaal waarin voorgenoemde schrijver, Frans (Fedja van Huêt), op stap gaat met zijn eigen personage, J. Kessels (Frank Lammers), een kruising tussen spaghettiwestern-held Bud Spencer en hardboiled-detective Sam Spade. De setting is derhalve van het soort dat Quentin Tarantino de ‘movie-movie universe’ noemt, een alternatieve wereld met elementen van het bovennatuurlijke. Hoe je het wendt of keert, met een verzonnen figuur valt niet op stap te gaan, maar in J. Kessels gebeurt precies dat. Het resultaat is een trip. En een boek. En nu dus een film.

De plot is even bizar als irrelevant. Frans en J. Kessels rijden in een oude Amerikaanse roestbak, die alleen in een movie-movie universe kan bestaan, naar Hamburg. Daar gaan ze om redenen die ik niet precies kan achterhalen op zoek naar een frikandellenhandelaar die verantwoordelijk is voor een trauma uit Frans’ jeugd. Oorzaak: BB’tje, een wulpse tiener die het hoofd van Fransje danig in de war heeft gebracht tijdens zijn jongensjaren, BB’tje, ‘dubbelzijdig sneetje, jongensdroom en uitlaatklep in één’, in de woorden van Thomése. En die BB’tje heeft Frans nooit kunnen vergeten. Zijn visioenen van haar vormen een nostalgische caleidoscoop met frituur, bier, billen en flipperkasten als objecten van begeerte. Deze snackbarscènes zijn prachtig gefilmd, begeleid, zoals de hele film, door een onweerstaanbare soundtrack die voor een groot deel bestaat uit countrymuziek van Hank Williams, Kris Kristofferson en Jerry Lee Lewis, allemaal harde mannen met zachte harten.

Fransje was, is, een gevoelige jongen omringd door zulke mannen. De vader van BB’tje is een herverbeelding van Rodney Dangerfields monstrueuze personage in Oliver Stone’s Natural Born Killers. En wat lijkt Van Huêt qua uiterlijk toch veel op Robert Downey Jr., die in dezelfde film te zien is in de rol van een tv-reporter. Wat meer is, het erotische gevaar van Juliette Lewis’ personage in Killers, een road movie evenals J. Kessels, echoot in Romi van Renterghems vertolking van BB’tje. Als Papa Frikandellenbakker woedend achter arme Fransje aan gaat, die dus aan de billen van zijn dochter heeft gezeten, dan is de vergelijking met Stone’s film compleet, natuurlijk mét grote verschillen: bij Stone is de satire nihilistisch tot op het bot, bij De Bruyn is er slechts de suggestie van existentiële crisis.

Dat maakt het werk ook wel een beetje vlak. Misschien valt J. Kessels het best te waarderen wanneer je op gevoel kijkt: niet ‘verstand op nul’, maar wel meegaan met het referentiespel. Dat betekent dat Frans en J. Kessels vanzelfsprekend kettingrokers zijn, want in films roken de stoere mannen nu eenmaal veel sigaretten. En wordt alles wat ze doen begeleid door muziek, behalve country ook Ennio Morricone en ten slotte een nummer prachtig gezongen door Lammers zelf. Tegen zoveel movie-movie universe moet je maar kunnen. Als dat lukt, dan is J. Kessels een fijne ervaring.

J. Kessels is van 23 september tot 2 oktober te zien op het Nederlands Film Festival in Utrecht. Vanaf 1 oktober draait de film in bioscopen in het hele land


Beeld: Fedja van Huêt en Frank Lammers in J. Kessels_._