Brazilië schaft laatste slavernij af

São Paulo – Luiza, gekleed in huishoudstersuniform, strekt even haar benen op de benedenverdieping van een flatgebouw in de chique wijk Higienopolis (‘hygiënestad’) in Brasilia, de hoofdstad van Brazilië. Ze heeft vijf minuten pauze. Haar werkweken bestaan gemiddeld uit vijftig uur. Als er ’s avonds om elf uur nog een maaltijd klaar moet worden gemaakt voor de jongste zoon des huizes, dan moet Luiza klaarstaan: ‘En dan moet ik ’s ochtends om zeven uur weer het ontbijt op tafel hebben voor de rest van de familie.’

Toch lijkt de tijd voorbij dat een rijke middenklasse vrijuit kan beschikken over haar personeel. Brazilië heeft, decennia na het afroepen van de veertigurige werkweek voor alle overige werknemers, in maart eindelijk een wet aangenomen die de arbeidsrechten van het huishoudelijk personeel beschermt. Luiza kan voortaan haar overuren in rekening brengen. ‘Maar ik vind het nog wel moeilijk om eisen te stellen: de familie heeft me altijd gesteund. Als ik op reis wilde naar mijn familie betaalden ze bijvoorbeeld mijn busticket.’

Werkverhoudingen zijn opeens op scherp gezet. Veel huishoudsters als Luiza wonen nog altijd in bij hun werkgevers. Maar volgens de nieuwe wet is er nu geen sprake meer van kopjes thee op de bank laten serveren om tien uur ’s avonds. En dat doet pijn voor de elite, die altijd keihard heeft moeten werken om de privé-scholen voor hun kinderen en private gezondheidszorgverzekeringen te betalen. Ze zijn boos dat de regering zich nu ook nog eens met hun privé-leven bemoeit, zoals Danuza Leão, columniste van de krant Folha de São Paulo, al een paar keer in haar column schreef.

Volgens haar zal de wet bovendien leiden tot werkloosheid, omdat veel werkgevers niet bij machte zullen zijn om alle extra kosten die de arbeidswet met zich meebrengt (zoals bijdrage aan een sociaal fonds en boete bij ontslag) te betalen. En wat moeten die arme huishoudsters dan? Haar collega-columniste Eliane Catanhede noemt dat een drogreden: ‘Met hetzelfde argument werd de slavernij in stand gehouden: “Waar moeten die arme slaven heen als we ze vrijlaten?” Het wordt de hoogste tijd dat we dit beroep professionaliseren.’ De elite zal óf moeten gaan betalen voor de service, óf zelf de handen uit de mouwen moeten steken.