Break a leg

De een moet het van zijn hersenen hebben, de ander van zijn behendigheid en ik was een wandelaar.

Het verlangen om te lopen werd geboren toen ik, als hulpeloze zuigeling, in mijn wiegje lag, overgeleverd aan de infantiele aandacht van de volwassen.
Wegwezen! schreeuwde alles in mij, terwijl ik in werkelijkheid lopen noch praten kon.
Maar waar een wil is, is een weg. Ik was nog geen vier maanden toen ik op een nacht stiekem de wieg verliet en de wijde wereld in dribbelde. Hoe wijd die wereld was, wist ik natuurlijk nog niet.
Het is inmiddels vierenveertig jaar geleden. Ik heb mij al die tijd aan twee regels gehouden: je doel ligt voor je en je kijkt niet om. Niemand is het ooit gelukt mij te stoppen. Wel had ik af en toe een meeloper/ster aan mijn zijde die zich mijn vriend of geliefde noemde. Zij stelden me de vreemdste vragen. Het ging meestal over geluk en of ik daar patent op had.
Toen bleek dat ik die vraag niet kon beantwoorden, haakten zij onmiddellijk af.
Behalve een. Hij gaf me een paar loopschoenen en liet me een papiertje tekenen. Sponsor noemde hij zich en dat papiertje bleek een contract te zijn.
Nu weet ik eindeljk wat ongeluk is, al is er schijnbaar niets veranderd. Nog altijd wandel ik me de blaren op de voeten, maar nu onder het permanente toezicht van de camera’s. ‘Laat me met rust!’ roep ik af en toe, altijd tevergeefs. Soms spuw ik in de richting van de lens, maar dat schijnen ze alleen maar interessant te vinden.
Gelukkig, vanaf morgen heb ik weer rust. Dan breek ik beide benen en vlucht de rolstoel in.