Brecht

In zijn recensie van Brechts Kaukasische krijtkring in De Groene van 14 augustus schrijft Loek Zonneveld dat het stuk van oorsprong een raamvertelling is: ‘Boeren maken ruzie over hoe een stuk grond het best kan worden gebruikt, ze komen er niet uit, een groep acteurs speelt in de pauze van het beraad een stuk “tot lering en vermaak”.’

Zonneveld is er blijkbaar niet toe gekomen zijn herinnering even aan de tekst te toetsen. In de raamconstructie komen die boeren (leden van twee ‘kolchozen’) er namelijk heel wel uit en na voltooiing van het beraad krijgen ze ter afsluiting het 'eigenlijke’ stuk geserveerd.
Zonnevelds vergissing is niet zo vreselijk, maar brengt hem ertoe van de opvoering in het Amsterdamse Bos, die het raamwerk weglaat, te zeggen: 'Ze kiezen voor de blote fabel, zonder de moraal.’ En dat kan bij Brecht niet, die moraliseert altijd. Oorspronkelijk was het dus zo: twee kolchozen lossen een conflict over grondverdeling vriendschappelijk en rationeel op: postrevolutionaire socialistische idylle. Daarna kijken ze naar een verhaal dat speelt 'in vroeger tijd/ in bloedige tijd’, om daaruit te leren hoe het in voorrevolutionaire tijden toeging. Voor de toeschouwer is de leer (al te) duidelijk. Alle reden dus om in een actuele opvoering die communistische opdringerigheid weg te laten. Maar de 'blote fabel’ die dan overbljft, is: de maatschappij is zo'n zooitje dat alleen types als Groesje en Azdak toch nog en bij toeval iets aardigs kunnen bereiken. Dat lijkt me ook een moraal. Leiden, SJAAK ONDERDELINDEN