Brecht onspeelbaar?

De twee trouwe vijanden van Theater het Amsterdamse Bos dreigden die avond de voorstelling van Brechts De Kaukasische krijtkring te verstoren. Er hing onweer in de lucht. En het was het drukste etmaal van dit jaar op Schiphol. De weergoden streken over hun hart en dreven verder. De vliegtuigen werden in de vertoning opgenomen: als vijandelijk oorlogstuig.

Brechts stuk speelt ‘in vroeger tijd/ in bloedige tijd’, zoals in de openingsregels wordt vermeld, tijdens een burgeroorlog. Het centrale personage in het stuk is Groesje, keukenmeisje bij een gouverneur die tijdens een staatsgreep wordt afgezet. Zijn eega slaat op de vlucht en vergeet haar kind. Groesje besluit voor het kind te zorgen. Na een lange vlucht wordt het haar weer afgenomen. De gouverneursvrouw heeft een erfgenaam nodig om haar bezittingen op te eisen. Daarna vertelt Brecht het verhaal van de oorlog nog een keer, nu vanuit het perspectief van het personage dat de tweede helft van het stuk beheerst, de nihilistische dorpsschrijver Azdak, die door het militaire schuim tot rechter wordt benoemd. Omdat ze ook wel eens willen lachen. Ze komen ruimschoots aan hun trekken: Azdak tovert Vrouwe Justitia om tot een sterk kermisnummer. Zijn laatste zaak gaat tussen Groesje en de gouverneursvrouw. Inzet is: wie mag zich de moeder noemen? Azdak velt een Salomonsoordeel binnen een kring van krijt. Waar-ie vervolgens weer een anarchistische draai aan geeft.
De Kaukasische krijtkring is van oorsprong een raamvertelling: boeren maken ruzie over hoe een stuk grond het best kan worden gebruikt, ze komen er niet uit, een groep acteurs speelt in de pauze van het beraad een stuk, 'tot lering en vermaak’. Moraal van de fabel: je mag iets pas 'van jou’ noemen wanneer je er goed voor zorgt. Die raamvertelling speelt Theater het Amsterdamse Bos niet. Ze kiezen voor de blote fabel, zonder de moraal. De feiten worden nuchter onder ogen gezien. Groesje staat voor de kalme kant van die nuchterheid. Wanneer ze met het hooggeboren kind vlucht, uit angst dat opstandige soldaten het zullen doodmaken, begint ze aan een tocht die wordt bezongen als 'de verschrikkelijke verleiding tot goedheid’. Voor Groesje ligt het simpeler: als ik dit kind nu niet help, zal ik nooit meer van iemand kunnen houden. Op haar vlucht maakt ze van de hooggeboren baby een gewoon kind 'met een neus in zijn gezicht’. In de finale rechtszaak smeekt ze het kind te mogen behouden 'tot het alle woorden kent. Hij kent er nog maar een paar.’ De rechter antwoordt: 'Ik wed dat je er zelf maar twintig kent.’ Azdak heeft te veel rotzooi gezien in zijn leven, hij zuipt maar houdt een heldere kijk op de onderlinge verhoudingen. Zo bijt Azdak de advocate van de gouverneursvrouw toe dat hij heel anders naar haar luistert sinds hij de hoogte van haar honorarium kent. Ik wed dat Brecht veel van zichzelf in deze opportunistische dronkelap heeft gelegd.
De afgelopen jaren wordt bij bijna iedere Brechtvoorstelling (en dat zijn er niet erg veel) geschreven hoe verrassend speelbaar zijn teksten nog zijn. Dat waren ze natuurlijk al lang, zoals in het recente verleden theatermakers als Hans Croiset, Paul Binnerts, Annemarie Prins, de Oostduitse regisseur Fritz Marquardt en de Turkse theatermaker Vasif Ongoren lieten zien. Maar altijd dook het vooroordeel van esthetische stofnesten op (Brecht zou saai zijn, de vervreemdingseffecten uitgewerkt). Ook overleefden de teksten van Brecht de diverse stadia van de Koude Oorlog niet. Het wachten was op de brutaliteit van theatermakers zonder historische ballast, die de teksten weer zouden kunnen lezen als waren ze onlangs door een veelbelovend schrijver in de handen van een inventief regisseur gestopt. Die frisheid straalde een paar jaar geleden af van De goede mens van Sezuan in de regie van Koos Terpstra, die erkende nooit veel in Brecht te hebben gezien maar diens stukken wel nieuwsgierig was gaan herlezen.
De vaste regisseur van Theater het Amsterdamse Bos, Frances Sanders, heeft zich met overgave aan de verfrissende herlezing van De Kaukasische krijtkring gezet. Met haar team (ongeveer vijftig mensen) heeft ze een mooie voorstelling gemaakt. Er resten u nog ongeveer twee weken tijd om erheen te gaan.
(Wordt vervolgd)