Bredaas talent met durf

‘Weinig gedurfds op de KunstRai’, kopte het AD verleden week. Als de naamsbekendheid van de geëxposeerde kunstenaars een criterium is, dan was het allemaal aan de veilige kant. Net als voorgaande jaren was er een evenwicht in de keuze van de galerieën dat een aardig beeld geeft van wat in het algemeen onder hedendaagse kunst wordt verstaan: grof geschat driekwart schilderkunst (waarvan de helft abstract en de helft figuratief), drie galerieën met sieraden, twee Aziatische kunst, een Afrikaanse en voor de rest grafiek, beeldhouwkunst en gemengde technieken.

‘Weinig gedurfds op de KunstRai’, maar wel veel aandacht voor fotografie. Terwijl nog regelmatig stemmen opgaan die hartstochtelijk verkondigen dat fotografie ook kunst is, lijkt die vraag helemaal niet aan de orde op dit jaarlijkse kunstkoopfestijn. Gerenommeerde galerieën pakten uit met fotografie, en de prijzen waren navenant. Kost een echte Erwin Olaf bij Barbara Farber maar 31750,-, Cokkie Snoei durft het aan om voor een zeer kleine afdruk van een fotomontage (1969) van de Franse surrealist Pierre Molinier 313.000,- te vragen.
'Weinig gedurfds’: Lee Miller, Wijnanda Deroo, Annemarie Nibbering, allemaal mooi werk, maar de galerieën leken er niet op uit het publiek met waaghalzerij in wording te confronteren. Een uitzondering van enige betekenis was galerie Marijke Raaijmakers uit Grubbenvorst (dat is bij Venlo), die vijf eindexamenkandidaten van de Academie St. Joost in Breda selecteerde. Hoewel de galeriehoudster weinig lijn zag in haar keuze, is de samenhang tussen de kleurenfoto’s frappant. Het zwart-witwerk van Tim Eshuis is poëtisch en formalistisch (gestileerde handen, bomen en panty’s) en wijkt daarmee af van de vier dames. Hoewel Britt Straatemeier extreem geënsceneerde foto’s maakt met jaren-zeventigaankleding en modelletjes van een bureau, Jannie Smit zichzelf als type ensceneert à la Cindy Sherman, Yvonne Brandwijk haar dierbaren portretteert en Anneke in ’t Veld opgroeiende meisjes vastlegt in bijzondere en alledaagse situaties, viert al het geëxposeerde de identiteit van jonge vrouwen, met alle onzekerheden, dromen, verkleedkisten, klutsknieën en bakvisvlechtjes van dien. Het is jammer dat Raaijmakers ervoor heeft gekozen alle foto’s 'Zonder titel’ te noemen. Titels breiden zulk lyrisch werk uit als 'petits poèmes en prose’.
De St. Joost is een broedplaats van fotografisch talent. Ook Gerda Hahn deed er een blauwe maandag de tweede fase, naar eigen zeggen omdat ze er Daan van Golden wilde ontmoeten. Hahn veroorzaakte rond 1 april enige deining in Amsterdam door wilde plakkers het centrum te laten voorzien van een in offset gedrukte foto. In de krant en op televisie deed ze kond van haar besluit geen werk meer te verkopen maar het weg te geven, en niet meer op daarvoor geëigende plekken te exposeren maar haar foto’s via massamedia te verspreiden. Distributie via tijdschriften, Internet en nog meer affiches ligt in het verschiet, maar voor de KunstRai bedacht Hahn op de valreep een geste die aan het hele galeriecircus op de beurs voorbijging. Ze vermenigvuldigde een foto enige honderden malen op ansichtkaartformaat en legde die op de openingsavond in stapeltjes neer: op de wandelpaden, in de telefooncellen, bij de bestekbakken van het buffet en in de 'boodschappen’-vakjes boven de brandslang. Ze liet ze zelfs ronddelen met de hapjes voor de genodigden. Het publiek, inmiddels toch gewend aan gratis ansichtkaarten, durfde slechts na flinke aarzeling of herhaalde aanmoediging toe te slaan.
Met de secularisering van de kunst trad de authenticiteit in de plaats van de cultuswaarde, schreef Walter Benjamin in Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid. Galeriehouders raden fotografen aan kleine oplagen te maken, waar een forse prijs voor kan worden gevraagd. Hoeveel mensen zouden zo'n gratis maar ongesigneerde foto inlijsten als echte kunst? Je moet maar durven.