Brede kop

De proporties van Thomas Houseago’s Red Man komen in het geheel niet overeen met die van de voorbeeldige homo vitruvianus.

De beelden van Thomas Houseago, zoals hier Red Man, zijn doorgaans kloeke assemblages van stukken van planken hout, hoekig als scherven, die bij elkaar gehouden worden door, binnenin, een staketsel van latten en andere verbindingen. Vervolgens worden deze bouwsels met hand en spatel bewerkt met gips. Dit gemetsel geeft de figuren dan iets meer gewicht en volume. Soms lijkt het beeld dan eerder geboetseerd dan impulsief in elkaar geflanst. Toen ik de kunstenaar midden jaren negentig in De Ateliers voor het eerst aan het werk zag, was de indruk van geïnspireerd gerommel nog veel sterker dan nu. Red Man is een groot beeld, bijna vier meter hoog, en zo te zien is het met een iets ander overleg in elkaar gezet dan de beelden die ik van jaren geleden ken. Ze zijn ook monumentaler. Door eerder het houten staketsel overdadig met gips te bedekken en ze dan (zoals wij vroeger met wc-papier en stijfsel de koppen boetseerden voor onze kinderpoppenkast) verder te bewerken en te kneden, werden de figuren dikker en plomper van vorm. Ze leken op vreemde kobolds. Bij Red Man is het gips droger en stugger aangebracht. Daarna is het in brons gegoten waarover een terracotta patina is aangebracht. Als we het beeld van voren bekijken, zien we dat zijn vorm eigenlijk uit scherp gesneden contouren bestaat die met hun droog getekende lijnen de stijve, schrale ledematen aangegeven. Het volume is mager. Onder de doffe huid zijn sporen te zien van het geraamte. Hier en daar, bij handen (knuisten) en voeten en schaamstreek, is de vormgeving wat zwaarder. Het gezicht is een masker. Van voren is de figuur dus breed - en zoals hij daar zo staat op die klompvoeten lijkt hij primitief als een neanderthaler. Van terzijde is het scherper getekend.

In zijn schraalheid en kantigheid en ook in de zekere logheid in houding is Red Man (evenals de plompere beelden van vroeger) ver verwijderd van de lange en nobele traditie van staande figuren - waarmee het beeld, als type, in de verte wel van doen heeft. De Italiaanse praktijk in de Renaissance kende voor dat soort zelfbewuste figuren de treffende term statua virile. De rijzige man staat rechtop, zijn kop strak op zijn romp. Hij kijkt recht vooruit. Zulke beelden zijn gemaakt door Lorenzo Ghiberti of Donatello - wedijverend met Gods grootste schepping, de Mens. Ze hadden ook de juiste proporties uitgedacht of in oude bronnen teruggevonden: bij zo'n staande gestalte moet het hoofd geloof ik een zevende zijn van de totale lengte van het lichaam. De maten van perfecte ledematen konden rekenkundig van die verhouding worden afgeleid. In de studies van Leonardo werden de proporties verder verfijnd - waarbij hij zich beriep op die welke door de Romeinse architect Vitruvius (naar een Griekse canon) waren ontworpen. Als een man zijn benen zo uit elkaar zette dat zijn lengte een veertiende lager werd en daarbij ook nog zijn armen zo spreidde dat zijn vingertoppen in lijn waren met de kruin van zijn hoofd, dan was zijn navel precies het middelpunt van de cirkel waar die symmetrische figuur perfect in paste. Dan is de lengte van het lichaam ook gelijk aan die aangegeven door de uitgestrekte armen. Binnen de cirkel kan dus ook een vierkant worden getekend. Een mooiere figuur is niet denkbaar - en dit betekende dat schoonheid, objectief bijna, kon worden uitgerekend en ontworpen.

Nu klinkt dat overdreven, maar toen was het een ontdekking. De gedachte dat er een verfijnde proportie bestaat die perfect zou zijn, is de kunst eigenlijk altijd blijven bezighouden - tot aan bijvoorbeeld hoe, met welke uitgemeten onderlinge balans, Mondriaan rechthoeken in zijn schilderijen liet verschijnen. Ook de proporties in werken van meester Judd zijn uiterst uitgewogen. In minimal art was beheerste vormgeving sowieso een wezenlijk uitgangspunt. Dat Thomas Houseago (zoals anderen van zijn generatie) daar langzaam genoeg van kreeg, kan ik me goed voorstellen. De proporties van Red Man komen in het geheel niet overeen met die van de voorbeeldige homo vitruvianus - alleen al de norse kop is duidelijk te groot en te breed en te grof. De twee armen zijn ongelijk in lengte. Omdat het beeld zo als een assemblage van brokstukken in elkaar is gezet, kreeg het die typische onregelmatigheid in formulering. De wonderlijke vervorming maar ook verstrakking van het misbaksel betekende toen voor Houseago een nieuwe, dwarse expressie - door hem ook nog, o ironie, uitgevoerd met juist zulke staande figuren die ooit het model waren voor perfecte, en ook wat versleten schoonheid.

PS Tot het einde van de zomer staat Red Man nog op het plantsoen van de Apollolaan in Amsterdam, in het kader van de beeldententoonstelling ArtAmsterdam