Breed

Een Kamercommissie wil een Monitor Brede Welvaart instellen om het bruto binnenlands geluk te meten. Maar hoe meet je dat?

Het blijft een mooi voorbeeld van de absurditeit van een meetinstrument dat heilig is in Den Haag en vele andere regeringshoofdsteden. Als er iemand tegen een boom rijdt, met als gevolg dat de auto zwaar beschadigd naar de garage moet, alle drie de inzittenden zwaar gewond in het ziekenhuis belanden en de zwaar toegetakelde boom onder handen genomen moet worden door een boomchirurg, dan is dat goed voor de economie. Want kijk eens wat een werk er uit dat ene ongeluk voortkomt.

Het bruto binnenlands product heet het meetinstrument waar de politiek al decennialang aan afmeet hoe het er economisch voor staat in het land. Als gevolg van dit vreselijke ongeluk groeit het bbp. Dat het meetinstrument weinig zegt over de welvaart in een land is daarmee direct duidelijk. Daar waarschuwde de ‘vader’ van het in de jaren dertig van de vorige eeuw ontwikkelde bbp, de Russisch-Amerikaanse econoom Simon Kuznets, overigens zelf al voor.

In de jaren zestig verwoordde Robert Kennedy, broer van de Amerikaanse president John F. Kennedy, het probleem van het bbp ook al eens. ‘Het bruto binnenlands product omvat de vernietiging van de cederwouden en de dood van Lake Superior. Het neemt toe met de productie van napalm en raketten en kernkoppen. Het houdt geen rekening met de gezondheid van onze gezinnen, de kwaliteit van het onderwijs of het genoegen dat we aan spelen beleven. Het is net zo onverschillig voor de properheid van onze fabrieken als voor de veiligheid van onze straten. Het telt niet de schoonheid van onze poëzie mee of de kracht van onze huwelijken, noch de intelligentie van het publieke debat of de integriteit van ambtenaren… het meet kortom alles, behalve dat wat het leven de moeite waard maakt.’

Maar hoe meet je dat wat het leven wél de moeite waard maakt? Daar heeft een tijdelijke commissie van leden van de Tweede Kamer zich onlangs over gebogen, de commissie Breed Welvaartsbegrip. Directe aanleiding was de constatering van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2013 dat het bbp vaak gelijkgesteld wordt met welvaart. De onvrede over dat ‘bbp = welvaart’ zoemde al langer rond op het Binnenhof. Evenals een mogelijk alternatief voor het bbp, het bruto binnenlands geluk zoals dat in het koninkrijk Bhutan wordt gemeten.

Wat het leven dan wel de moeite waard maakt, zal echter voor iedereen anders zijn. Dat maakt meteen duidelijk dat als er een instrument komt dat de brede welvaart zou kunnen meten de indicatoren voor dat instrument in ieder geval niet door politici moeten worden gekozen, zoals de Kamercommissie terecht voorstelt. Politici zullen daar namelijk nooit uitkomen, zoals bleek in Duitsland en Frankrijk, want politieke meningsverschillen gaan juist over verschillen van inzicht over wat het leven de moeite waard maakt. De een zal cultuur belangrijker vinden dan natuur, een volgende hard kunnen rijden op de autobaan belangrijker dan rustig kunnen fietsen op een fietspad, weer een ander vindt een eerlijke inkomensverdeling belangrijker dan een hoog bbp.

Onder al die termen met een positieve klank kan een hoop leed verborgen gaan

De Kamercommissie stelt voor om het Centraal Bureau voor de Statistiek de opdracht te geven jaarlijks een Monitor Brede Welvaart te publiceren. Het cbs hoeft daarvoor niet helemaal vanaf nul te beginnen. Er wordt al veel en van alles gemeten in Nederland, en ook zijn al vanaf 2004 allerlei internationale gremia zoals de oeso, de regionale commissie voor Europa van de Verenigde Naties en Eurostat bezig om internationaal tot harmonisatie te komen bij het meten van de welvaart.

Opvallend is dat zowel in Nederland als in Bhutan de wens andere methodes te ontwikkelen voor het meten van de welvaart een impuls kreeg toen het economisch slechter ging. Alsof brede welvaart pas interessant wordt als het bbp geen mooie cijfers meer vertoont. Daardoor ga je denken dat alleen als er minder geld is een goede gezondheid, schoon water of meer vrije tijd voor politici of koning belangrijk worden. Om dan daarmee te laten zien dat ze toch goed zijn voor hun kiezers of onderdanen.

Hoogleraar Margot Trappenburg aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht had het onlangs in haar oratie over het Ikea-principe dat in Nederland de verzorgingsstaat aan het vervangen is: buurtbewoners die het stadsparkje onderhouden, de buurman die de vuilnisbak in zijn straat heeft geadopteerd, dochters en zonen die een tandje bij zetten bij het verzorgen van hun oude moeder. Het bespaart de overheid geld, maar het maakt mensen werkloos, althans ze hebben geen werk meer waarvoor ze betaald krijgen.

Hoe zou dat doe-het-zelf-principe in de nieuwe Monitor Brede Welvaart nou worden gemeten, vroeg ik me af. Onder het kopje Sociale contacten? Vrijwilligerswerk? Mantelzorg? Participatie? Maar belangrijker nog: hoe zou het worden gewaardeerd? Het zijn allemaal termen met een positieve klank. Maar daaronder kan een hoop leed verborgen gaan, niet alleen inkomensloosheid, maar ook stress en dubbele belasting.

Misschien krijgt dat meten van het ‘doe-het-zelven’ dan wel net zulke absurde uitwassen als het meten van het bbp. Dat mantelzorg verrichten dan bijdraagt aan een goede uitkomst in die Monitor Brede Welvaart, zoals dat auto-ongeluk met zwaargewonden nu bijdraagt aan een gunstig bbp, maar dat u ondertussen wel met uw tong op uw schoenen loopt om betaald en onbetaald werk te combineren of dat u na een dag werken toch op een stokje moet bijten omdat er geen loon tegenover staat. Meten is niet altijd alles weten.