DVD: einde van de filmmystiek

Breedbeeld, digitaal geluid, interactiviteit

De Digital Versatile Disc, kortweg DVD, is bezig de cinematografie ingrijpend te veranderden. De keerzijde is dat door de nieuwe technologie de mystiek van film als kunstvorm in het gedrang komt.

In Trash, Art and the Movies (1969) schrijft Pauline Kael: «In het donker van de bioscoop laten ze ons met rust. Daar ontwikkelen we onze eigen esthetische reacties, in alle vrijheid en ver weg van de controle van de offi ciële cultuur. Want plezier zonder toezicht is misschien het enige soort plezier.» Kael, die vele jaren over film schreef voor The New Yorker, ondermijnde hiermee haar eigen positie. De «officiële cultuur» is immers die van critici die aan de hand van objectieve maatstaven een oordeel vellen over een kunstwerk. Wat Kael zegt is radicaal, en het spruit uit de opstand tegen het autoritarisme in de jaren zestig. Maar ze identificeert een cruciaal element in de beleving van kunst, namelijk de roekeloosheid van een eigen mening.

Ironisch is dat de aartsvijanden van de counter culture — kapitalisme en technologie — bijna een halve eeuw later de zienswijze van Kael kracht bij zetten. De opkomst van breedbeeld televisie en DVD (Digital Versatile Disc) biedt de kijker een historische kans zich los te weken van de autoriteit van de «officiële cultuur». Door DVD is film voor het eerst niet meer een medium dat een bezoek vereist aan een bioscoop. De techniek maakt het mogelijk een film thuis in een authentieke vorm te zien. Dat zit hem in de kwaliteit van het geluid, maar bovenal in het beeldformaat. Tot nu toe wordt het beeld van een film op een VHS-videoband verknipt zodat het past op het vierkante scherm van een gewoon televisietoestel. Vaak valt de helft van het originele beeld weg, wat een speelfilm op VHS eigenlijk tot iets wanstaltigs maakt. Met DVD is dat anders. Met een redelijke geluidsinstallatie en een breed scherm valt de bioscoopbeleving thuis goed te imiteren.

Deze ontwikkelingen betekenen dat alle films opnieuw worden uitgebracht en besproken. Het verschil met vroeger is dat de «officiële cultuur» hierbij een ondergeschikte rol speelt. Dag- en weekbladen bespreken wel nieuwe films op DVD, maar bijna nooit een oude western van John Ford of een horrorfilm van Roger Corman die opnieuw zijn uitgebracht, nu op DVD. In dit vacuüm treedt een groot aantal websites waar alle nieuwe DVD’s worden besproken — niet door officiële critici, maar door gewone mensen: academici, theoretici, studenten of hobbyisten. Voor wie zich hierin begeeft, is het zaak het kaf van het koren te scheiden: veel websites bestaan uit slecht geschreven, door bedrijven gesponsorde aanprijzingen van de beeld- en geluidskwaliteit van DVD’s.

De beste van de kwaliteitswebsites is criterionco.com. Hier is te lezen welke films uitkomen onder het gerenommeerde Amerikaanse DVD-merk Criterion, maar ook essays en besprekingen van filmschrijvers en -academici. Zo kan het zijn dat niet de nieuwste popcornfilm op DVD groot nieuws is, maar een oude Walter Matthau-comedy als Hopscotch of de Ingrid Bergman-klassieker Notorious van Alfred Hitchcock. Niet zelden worden films radicaal geherwaardeerd. Gevolg: door technologie verandert de canon.

In 1963 was er bijna geen criticus te vinden die een goed woord over had voor het vier uur durende epos Cleopatra van Joseph L. Mankiewicz. De recensenten vielen over het trage tempo van de film, de decadente sets en Elizabeth Taylors kitscherige vertolking van de titelrol. Veel aandacht ging uit naar de stormachtige relatie van de filmdiva met Richard Burton, die Antony speelt. Vrijwel niemand wees erop dat de film getrouw de Cleopatra-tekst van Plutarchus volgt. Eveneens bleken de filmjournalisten blind te zijn geweest voor het moderne aan Taylors Cleopatra, voor het feit dat ze het Serpent van de Nijl neerzet als een sterke vrouw die haar seksualiteit gebruikt als wapen tegen mannelijke repressie.

Daarentegen komen al deze thema’s aan de orde op de DVD van de film, die bestaat uit vier schijfjes met de digitaal gerestaureerde film, documentaires en nieuwsarchiefmateriaal over Burton en Taylor uit de jaren zestig. Bij het kijken naar de DVD ontstaat het gevoel dat de film voor de allereerste keer draait. Het zwarte haar van Cleopatra schittert; het lichaam van Taylor is onaangetast door tijd; de aanvankelijke viriliteit van Burton spat van het scherm af, wat zijn ineenstorting des te aangrijpender maakt. De conclusie is dat Cleopatra ongeëvenaard is: de dure sets, de spanning tussen de acteurs, een complex, langzaam verteld verhaal dat werkt op zowel het epische als het psychologische vlak. Het blijkt bij nader inzien een meesterwerk.

In navolging van Cleopatra beleeft Marilyn Monroe dezer dagen een digitale wederopstanding. Twaalf van haar films verschijnen onder de titel The Diamond Collection. Volgens de «officiële cultuur» was Marilyn Monroe een slechte actrice, de eeuwige domme blondine in Some Like It Hot of The Seven Year Itch. Maar op DVD vallen «mindere» werken op, zoals Bus Stop. Deze film, digitaal gerestaureerd in het originele cinemascopeformaat, werpt nieuw licht op haar iconische waarde. Hij laat zien dat ze een serieuze actrice was. Haar vertolking van de nachtclubzangeres die wordt achtervolgd door een waanzinnige cowboy is onvergetelijk. De film was profetisch doordat haar tragiek in de film zich zou verplaatsen naar het echte leven, waarin ze tot haar dood werd uitgebuit, mishandeld en achtervolgd door emotieloze mannen.

Wie de Marilyn Monroe-collectie in deze vorm ziet en alle achtergrondinformatie leest en bekijkt, machtigt zichzelf een eigen mening te vormen. Mensen zijn meer en meer «filmgeletterd». In de wereld van de filmwetenschap suggereert men al hier en daar dat DVD de rol van de filmdocent vervangt. Immers, waarom naar een docent luisteren als de regisseur zelf over zijn werk vertelt? Of als cultuurcritici als Camille Paglia op de DVD van Basic Instinct lesgeeft over feministische filmtheorie?

Vaststaat dat de filmkritiek, filmstudies en de filmhistorie niet meer het exclusieve domein zijn van de «officiële cultuur». Dit leidt tot nieuwe invalshoeken. Op de website van Criterion valt te lezen dat de Amerikaanse rampenfilm Armageddon een «kunstwerk is, gemaakt door een meester». Geen enkele criticus durfde zo over deze film te schrijven toen hij een paar jaar geleden in de bioscoop draaide — wellicht terecht. Maar het argument van de auteur op criterionco.com is tamelijk overtuigend.

Er is een keerzijde: de vraag of al die uitleg een film de das om kan doen. En of een film er te goed kan uitzien op DVD. Francis Ford Coppola’s oorlogsfilm Apocalypse Now heeft bijvoorbeeld een vreemde computerspelachtige uitstraling op DVD. De explosies zijn haarscherp hoorbaar. De kleuren van de vlammen zijn felrood, bijna roze, terwijl de film in de bioscoop juist een analoge kwaliteit had: een wirwar van doffe geluiden, een zachte, hallucinerende focus en grijze textuur. Tevens is Marlon Brando als Kurtz in digitale vorm te scherp in beeld. Op film is hij een mompelende schaduw in het donker, vrijwel onzichtbaar, maar des te angstaanjagender.

Behalve de culturele betekenis is een discours van economie en technologie bepalend voor het nieuwe opslagmedium. Het schijfje zelf is simpel. Een bobbeltje dat een digitale één representeert op een DVD is 320 nanometer breed en 400 nanometer dik. De nul is een putje met dezelfde afmetingen. Ze zijn niet waarneembaar met het blote oog, net als de lasterstraal in het DVD-apparaat dat de digitale informatie door lenzen en prisma’s verzendt naar een televisiescherm.

Maar de revolutie van bits en bytes, laserstraal en lens doet die van de analoge videocassetterecorder volledig teniet. Anders dan het VHS-systeem zijn DVD’s onbeperkt houdbaar. Dat creëert een lucratieve markt. Voor het eerst hebben twee recente kaskrakers — The Fast and the Furious en Training Day — meer geld opgebracht op DVD dan in de bioscoop. Benjamin Feingold, president van Columbia Tri-Star, voorspelt in The New York Times dat het «binnen een jaar» moeilijk zal zijn nieuwe films op VHS te vinden, met uitzondering van kinderfilms. Cijfers van de NVPI bevestigen dat de wereldwijde revolutie zich ook in Nederland aftekent. Vorig jaar groeide de verkoop van DVD-speelfilms met 120 procent. De verkoop van speelfilms op VHS daalde met 21 procent. De verhuur van DVD-films steeg met 168 procent.

Het is een miljardenindustrie en het verandert de wijze waarop mensen film kijken. Er zijn tekenen die erop wijzen dat het toezicht van de officiële cultuur van de critici, waarover Kael in de jaren zestig schreef, dreigt te worden vervangen door het «toezicht» van grote mediaconglomeraten die de schijfjes wereldwijd aan de man brengen. Zoals critici ooit bepaalden waarnaar men moest kijken, zo proberen de conglomeraten te regelen welke DVD’s in welke landen in de schappen belanden. Hun macht is groot, hetgeen blijkt uit de situatie in Nederland. Bij de platenwinkel Free Record Shop is de domheid van massaproductie schering en inslag; populaire films voor een massapubliek genieten altijd voorrang. De kijker is volledig afhankelijk van de filmkeuze van bedrijven met winstoogmerken.

Wrang is dat de regelgeving die de markt kent tegelijk uitkomst biedt voor degene die niet meegaat in de stroom van commerciële films die op DVD verschijnen. Dat zit zo: officieel is het in Europa niet mogelijk Amerikaanse schijfjes af te spelen. Maar omdat deze qua inhoud nog altijd van betere kwaliteit zijn dan Europese schijfjes, is het bijna standaard geworden Europese DVD-spelers technisch te modificeren om die Amerikaanse DVD’s te kunnen afspelen. Bovendien zijn op internet talloze bedrijven te vinden die «illegale» DVD’s verkopen. Deze schijfjes zijn ook bij gespecialiseerde winkels in Nederland te koop, hoewel het officieel niet mag krachtens de Europese merkenwet.

Hoe meer beperkingen, hoe inventiever kijkers zijn in het omzeilen van de beperkingen. Ze coderen, decoderen en kopiëren er lustig op los en ruilen films uit. Door de vrijheid van de nullen en enen beweegt film als kunstvorm uit de invloedsfeer van het economische en culturele establishment tot in de handen van gewone mensen. Hier hebben vooral ook onafhankelijke cineasten baat bij, juist nu bedrijven die voorheen kleine films ondersteunden onwilliger zijn risico’s te nemen.

Volgens Chris Gore, eigenaar van het onafhankelijke DVD-merk FilmThreat. com en de gelijknamige website, gebruiken steeds meer filmmakers het medium voor het uitbrengen van hun werk — en met succes. In toenemende mate tonen onafhankelijke films een bescheiden winst dankzij de lage productie- en distributiekosten van DVD. Volgens Gore kan een regisseur die duizend exemplaren van zijn DVD-film verkoopt via een onafhankelijke website rekenen op een winst van zo’n achttienduizend euro.

Doe-het-zelf-DVD-merken houden vooralsnog weinig bedreiging in voor een groot bedrijf als Miramax, dat naam heeft gemaakt met de marketing en het massaal verspreiden van onafhankelijke films. Maar het is niet ondenkbaar dat binnen afzienbare tijd een nieuw Reservoir Dogs eerst exclusief verschijnt op DVD — en pas daarna een wereldwijde bioscoophit wordt.

Nieuwe regisseurs kennen niets anders dan digitale technologie. Onvermijdelijk is dat de mogelijkheden van DVD hun regiestijl zal beïnvloeden. Het is nu al standaard geworden om scènes die zijn gesneuveld in de bioscoopversie van een film, te laten verschijnen op DVD. Ook vinden veel regisseurs het nodig met een extra geluidsspoor beeld voor beeld aan de kijker uit te leggen wat de bedoeling was van een bepaalde belichtingstechniek of camerabeweging. Dat kan behoorlijk irritant zijn, net als een regisseur die niet weet hoe zijn film te laten eindigen en vervolgens op DVD de kijker maar laat kiezen wat het beste is.

Een extreem voorbeeld is Memento, waarin regisseur Christopher Nolan het verhaal aan het einde begint en vervolgens vertelt aan de hand van een reeks terugblikken. Op DVD laat Nolan de kijker beslissen of hij deze versie wil zien en of hij de film als het ware zelf wil monteren door te kiezen voor een traditionele, chronologische volgorde. En wat te denken van Mike Figgis’ TimeCode, waarbij het scherm in vier vakken is verdeeld en de kijker het verhaal volgt vanuit vier verschillende hoeken. Op DVD geeft de regisseur de kijker de gelegenheid te kiezen welke camera hij wil zien en welk geluidsspoor hij wil horen. Wie is de kijker, en wie de kunstenaar?

Deze mogelijkheden zijn creatief; ze voegen iets toe aan het originele werk. Maar ze leiden ook tot uitwassen binnen de geglobaliseerde markt. Steeds meer internationale kaskrakers verschijnen in drie verschillende DVD-versies. Zo verscheen The Lord of the Rings met een stortvloed aan extra scènes, documentaires en geluidssporen met commentaar van regisseur Peter Jackson.

Dit soort acties appelleert niet alleen aan de hebzucht van DVD-kopers. Ook komt het tegemoet aan de dwingende menselijke behoefte om kunst te begrijpen, wat het kunstwerk niet altijd ten goede komt. In de bioscoop was The Lord of the Rings een meesterlijke film. Op DVD smelt hij weg tegen de achtergrond van het nauwgezet uitleggen van alle special effects en de «geheime bedoelingen» van auteur J.R.R. Tolkien. Tijdens het kijken en het ontrafelen gaat de mystiek van de cinema op in rook tussen de nullen en de enen van het schijfje. Wel hebben DVD’s als deze de toekomst. Mensen denken nu eenmaal dat de extra’s op de schijfjes «mooi meegenomen» zijn.

De massa’s die zuchten naar zoveel mogelijk digitale explosies in breedbeeld; dat is de prijs van het principe «plezier zonder toezicht» waarover Pauline Kael schreef in 1969. Maar ze schreef ook vernietigend over trash in de film. En ze relativeert: «Rotzooi doet ons hunkeren naar kunst.» Dat is wat DVD bovenal doet: het medium bevrijdt de kijker zodat hij zelf kan beslissen wat kunst is. Maar «zonder toezicht» betekent niet zonder context. DVD creëert ook context. Het medium maakt film democratischer doordat filmtheorie en -historie toegankelijk worden voor een breed publiek. Althans, dat geldt vooralsnog hoofdzakelijk voor Amerika.

In november verschijnt Le mepris (1963) van Jean-Luc Godard bij Criterion, met commentaar van een vooraanstaande filmtheoreticus, een uurlange discussie tussen Godard en regisseur Fritz Lang, en een digitale videotransfer van de film door Godards cameraman, Raoul Coutard. Het gaat om een van de grote meesterwerken van de Europese cinema, maar deze DVD zal in Nederland noch worden besproken, noch gedistribueerd.