Economie

Breekbaar Europa

De Italiaanse bankencrisis licht een tipje van de sluier op die de breekbaarheid van de Europese economie gewoonlijk bedekt. De schuldencrisis is voorbij, zeiden Dijsselbloem en Rutte in mei 2014. Maar de kans op crisis bleef te groot.

Dat heet fragiliteit: grote kans op crisis in geval van een onvoorziene schok, en grote schade in geval van crisis. Normale onzekerheden – welke schok is de volgende? wanneer komt die? hoe leidt die tot crisis? – tellen dan op tot één alomvattende zekerheid: we zijn op weg naar een nieuwe crisis. Daarin verschilt fragiliteit van stabiliteit. Tot pakweg 2002 kende Europa een decennium met alle normale onzekerheden, maar zonder reële kans op systeemcrisis. Dat veranderde gaandeweg de jaren 2000. Vlak voor 2007 kon je angstige verhalen beluisteren over de dag dat de dollar valt, globale onevenwichtigheden, de explosieve financiële carry trade en Amerikaanse huizenmarktderivaten. Allemaal lonten in een kruitvat, werd toen betoogd, en als er één ontbrandt is de schade enorm.

Het werd de Amerikaanse huizenmarkt, en de schade was enorm. De andere analyses hadden naar de verkeerde lont gekeken. Maar allemaal onderkenden ze het kruitvat.

Zo is het op dit moment met Europa. Er worden al jaren angstige verhalen verteld over politieke fragmentatie binnen Europa (Podemos, Le Pen, Wilders, UKIP), een grote schok van buiten (Oekraïne, vluchtelingen), of het rare ECB-beleid van lage rentes en gratis geld. We horen over onhoudbaar bezuinigingsbeleid, de nog steeds zeer hoge schulden in Europa, of de economie van zombiebanken en -bedrijven. Elk van deze problemen kan niet zonder gevolgen blijven. Daarom voelt de situatie als een kruitvat met evenzovele lonten. Die zijn bovendien ook nog eens met elkaar verknoopt.

Het verschil met stabiele tijden: dan is er geen kruitvat. Fragiliteit is niet leven voorbij de laatste crisis, maar leven op weg naar de volgende crisis. Je kunt in een fragiele situatie zeggen dat de vorige crisis voorbij is, zoals Dijsselbloem en Rutte deden, en dat is waar. Maar regeren is vooruitzien, en dat is toch iets anders.

De lont die nu is ontbrand heet Brexit, hoewel we nog moeten ontdekken hoe dicht die bij het kruitvat ligt. Direct ontbrandde die andere lont van hoge schulden en zwakke banken. Plotseling staan Italiaanse banken midden in de belangstelling. Naar verluidt is zeventien procent van hun leningen ‘slecht’. Die worden dus waarschijnlijk nooit meer afbetaald. Dat is 360 miljard euro, een kwart van het Italiaanse bbp.

Zonder steun gaat Monte dei Paschi failliet

Een noodsituatie. De oorsprong ervan ligt in de ‘voorbije’ crisis van 2010, toen Italië in recessie raakte en veel leningen onhoudbaar werden. De reactie was toen niet afschrijven, maar doorrollen in de hoop op hernieuwde groei. Die is er in de voorbije zes jaar echter nooit gekomen. Zolang de banken nog winst maakten en kapitaal konden aantrekken, was er zicht op het treffen van voorzieningen om slechte leningen af te dekken. Maar het lage-rentebeleid van de ECB ondermijnt de winstgevendheid van banken, en de enorme koersval na de Brexit sloeg een gat in hun kapitaalpositie. Plotseling staat er veel te weinig tegenover de slechte schulden.

Zonder steun van buitenaf zal Monte dei Paschi, de oudste bank ter wereld, samen met drie of vier van Italië’s grote banken failliet gaan. En zo staat Europa plotseling weer voor een bekende keus: grote banken laten omvallen, of toch opnieuw steunen. De centrale bank van Italië verstrekte al 150 miljard aan garanties en vraagt de ECB om meer. Dat zou echter tegen de eigen EU-regels ingaan, en de ECB dringt juist aan op afschrijven van slechte leningen.

De Italiaanse overheid heeft een staatsschuld die in Europa alleen overtroffen wordt door die van Griekenland. Toch zal ze bij uitblijven van andere steun geld in haar banken gaan pompen om een systeemcrisis te voorkomen. Heimelijk wenst de ECB dat ook, vermoed ik, want niemand wil dat Monte dei Paschi de Lehman Brothers van Europa gaat worden – het bankroet dat crisis en recessie bracht.

Mijn gok is dus dat we bankreddingen, hogere staatsschuld en hernieuwde bezuinigingen gaan zien in Italië. Dan is een crisis weer even afgewend, dan strompelen de zombiebanken nog wat verder, dan wordt de voortdurende fragiliteit opnieuw bedekt. Die rust heeft een prijs. De economie stagneert en we moeten in angst leven voor onverwachte klappen in onze fragiele economie.

Het alternatief is schulden afschrijven. Tot dat gebeurt blijft het echte probleem dat kruitvat, niet de zoveelste lont.