Economie

Breekpunt

Het was vrij schieten op Mark Rutte waardoor Emile Roemer buiten schot bleef. Rutte maakte zichzelf tot mikpunt doordat zijn uitlatingen voor en na de EU-top alleen door zijn eigen partij met elkaar te rijmen waren.

Zijn verdediging was om kritiek als verkiezingsretoriek te bestempelen. Dat was geen sterke verdediging, zoals ook de peilingen van Maurice de Hond lieten zien: de VVD twee zetels omlaag en de SP twee zetels omhoog. Roemer profiteerde van Rutte, hoewel hij zelf stond te stamelen en te stotteren over de EU-top.

De SP heeft behendig een andere positie ingenomen: van ‘zeg nee stem SP’ naar Roemer als alternatief voor Rutte. De partij lijkt lessen te hebben getrokken uit de verkiezingen in 2006 waarbij tegenover de grote winst in zetels in het parlement geen deelname aan het kabinet heeft gestaan. Mogelijke barrières voor deelname zijn beetje bij beetje afgebroken. Zo is de pensioenleeftijd van 65 niet langer heilig en is de bereidheid uitgesproken om ook met de VVD in een kabinet samen te werken. In zoverre er nog breekpunten bestaan, zijn ze zo algemeen geformuleerd dat er geen buil aan te vallen is, laat staan dat een kabinetsformatie erover struikelt. Dat de inkomensverschillen niet mogen toenemen en dat de marktwerking in de zorg moet worden aangepakt, zijn punten die de SP niet wezenlijk van andere linkse partijen doet onderscheiden. De SP wordt wat fletser. De uitlating van Emile Roemer dat de eigen bijdrage in de zorg niet omhoog mag, klinkt dan meer als een oprisping uit vroeger tijden of als vroege verkiezingsretoriek dan als een aanscherping van de huidige positie.

Met maakpunten, en geen breekpunten, wordt een partij nog niet klaar om te regeren. Salonfähig is nog niet hetzelfde als regeringswaardig. Je verwacht van zo’n partij te horen wat haar reële oplossingen van onze reële problemen zijn. Op dit moment is hét probleem waarvoor urgent een oplossing nodig is de financieel-economische stabiliteit in de eurozone. Juist over dat probleem stond Roemer te stamelen en te stotteren.

De SP wil niet dat een Europees noodfonds maar dat de Europese Centrale Bank obligaties van over­heden opkoopt. Het idee is dat ingrijpen van de ECB de rente begrenst en landen als Italië en Spanje meer tijd krijgen om orde op zaken te stellen. Het is niet zo’n gek idee. De ECB kan zonder beperking opkopen door spreekwoordelijk de geldpers te laten draaien. Het verwijt dat de geldpers de inflatie zal aanwakkeren, is gezocht. Om de inflatie te doen aanwakkeren, zal de eurozone in een situatie moeten verkeren dat de economie hard groeit en de werkloosheid scherpt daalt; van die situatie is de eurozone – helaas – ver verwijderd. Het is ook een pikant idee dat juist de SP een bank vraagt om te speculeren, in dit geval op een goede afloop voor de euro. Roemer erkent dat het opkopen van obligaties een noodgreep is maar vertelt niet welke structurele ingreep uiteindelijk vereist is.

In het verkiezingsprogramma zijn de verdere structurele ingrepen te lezen: de ECB moet onder democratische controle komen en mag niet langer driejarige leningen aan banken verstrekken. Het lijkt een hersenkronkel dat Roemer zich tegen een Europees noodfonds keert maar tegelijkertijd van de ECB een noodfonds wil maken. Het is meer dan vreemd; het is verontrustend. Het verkiezings­programma leest niet als een structurele oplossing voor stabiliteit in de eurozone maar als een kwaadaardig plan om de euro om zeep te brengen. De politieke inmenging bij de monetaire autoriteit zal vrees voor toekomstige inflatie opwekken, staatsobligaties in de eurozone onaantrekkelijker maken en de rente voor landen als Italië en Spanje nog verder laten oplopen. De ECB en de door haar verstrekte leningen aan banken is bovendien zo ongeveer het enige wat de financiële markten voor regelrechte paniek behoedt en het uiteenspatten van de euro in nationale valuta voorlopig voorkomt, zolang de Europese landen niet tot een eenduidige keuze komen. Roemer kiest ervoor om de ene pijler waarop de eurozone wankelt weg te halen.

Blijkbaar hebben Roemer en zijn kameraden zo’n grondige afkeer van banken dat zij hebben bedacht dat de ECB leningen niet aan banken maar aan landen moet verstrekken en dat de ECB niet langer onafhankelijk mag zijn. Afkeer is net zo’n slechte raad­gever als angst. Je zou graag willen dat een partij en een partijleider andere raadgevers kiezen. Dat geldt zeker als ze in een nieuwe Nederlandse regering willen plaatsnemen. Salonfähig is nog niet regeringswaardig.

Maar misschien blijkt Roemer even ‘flexibel’ als Rutte en weet de nieuwe premier hetzelfde te presteren als de huidige: het één zeggen en het andere doen. Dat opent nieuwe mogelijkheden. Dat opent zelfs de mogelijkheid dat uitgerekend Emile Roemer de geschiedenisboeken zal ingaan als de premier onder wie Nederland heeft ingestemd met de euro-obligaties.