Profiel: Tjibbe Joustra

Brein achter Brinkhorst

Nog altijd hangt rond de bakstenen kolos aan de Bezuidenhoutseweg 73 een zweem van stalinisme. «Het Kremlin», zoals het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het Haagse genoemd wordt, keerde in de jaren tachtig onder leiding van CDA-ministers als Gerrit Braks en Piet Bukman langzaam maar zeker verder in zichzelf. Het contact met buitenwereld en samenleving beperkte zich tot de agrarische sector die via korte lijntjes telkens eenvoudig de belangen wist veilig te stellen. Eind jaren tachtig werd duidelijk tot welk een misstand deze introverte situatie kon leiden toen grootschalige visfraude aan het licht kwam. De Noordzee bleek bijkans leeggevist, het ministerie en de inspecteurs van de eigen AID die hiervan op de hoogte waren, hadden jarenlang een andere kant uitgekeken. De kwestie kostte minister Braks de kop. De hoogste baas mocht dan opgestapt zijn, de falende ambtelijke top bleef zitten waar hij zat. Tot op de dag van vandaag wordt het ministerie geleid door de indertijd al zwaar bekritiseerde secretaris-generaal mr. T.H.J. (Tjibbe) Joustra.

Na de visfraude waren het de perikelen rond de varkenspest die het ministerie danig op de proef stelden. Vlak daarop sloeg de gekkekoeienziekte toe, gevolgd door de grootschalige gifkippenaffaire. Crisis na crisis wist Joustra te overleven.

Met het onzichtbaar om zich heen grijpende mond- en klauwzeervirus is vorige week een volgend nachtmerriescenario aangebroken. Opnieuw is het de verwachting dat Joustra zijn hachje wel redden zal. «Het ministerie van Landbouw is de laatste jaren van de ene ramp in de andere gerold. Toen ik er werkte, werd vaak verzucht: goddank dat Joustra er nog is», zegt voormalig landbouwambtenaar Jeroen Dijsselbloem, thans PvdA-kamerlid. «Door al die crises beschikt hij over een schat aan informatie. Net als met de varkenspest heeft hij ook nu weer de regie naar zich toe getrokken en direct het crisisteam geformeerd.»

Na het visfraudeschandaal zag Braks’ opvolger, Bukman, zich gedwongen een commissie te formeren die het ministerie zou doorlichten. Aan het hoofd daarvan stond oud-minister Neelie Kroes. Toen zij, in mei 1992, haar rapport presenteerde, werd duidelijk dat de vergelijking met het Kremlin zo vergezocht niet was.

Kroes’ commissie haalde fel uit naar de ambtelijke top: de werkwijze was vaak «contraproductief» en «hard en sterk top-down». Het ministerie werd autocratisch geleid, er werd op grote schaal geïntimideerd en te veel macht lag bij een kleine groep mensen, meer specifiek bij secretaris-generaal Joustra. Omdat bewindslieden het management van de organisatie geheel overlaten aan de secretaris-generaal met zijn invloedrijke stafdirecties is van «integraal management op het niveau van de directeuren-generaal en van de directies (…) in de jaren tachtig nauwelijks sprake», schreef de commissie-Kroes. «Er heerst een verticale informatiekloof. De uitstraling van de ambtelijke top is niet open. De angst voor het maken van fouten heeft tot gevolg dat creatieve ideeën door zelfcensuur tot in de basis van de organisatie onderdrukt worden.» Het leek Kroes het beste dat aan Joustra’s heerschappij snel een einde kwam.

Joustra dacht daar anders over. «Macht? Daar herken ik mijzelf niet zo in», liet hij zich in NRC Handelsblad ontvallen. Hij weigerde het rapport serieus te nemen en ridiculiseerde de uitkomsten van het onderzoek. Later echter zwakte hij, onder druk van opstandige ondergeschikten, zijn ongelukkige opmerkingen af. «Toen ik het rapport voor de eerste keer las, dacht ik: nou, daar ga ik niet mee verder», zei hij in het personeelsblad. Maar bij nader inzien had hij zich dan toch bedacht: «Ik verander bijzonder graag, en met veel enthousiasme.»

Even was zijn positie veiliggesteld. In het kamerdebat over de bevindingen van de commissie-Kroes eisten verschillende parlementa riërs evenwel alsnog Joustra’s aftreden. Onder wie toenmalig GroenLinks-fractievoorzitter Ria Beckers, thans voorzitter van de stichting Natuur en Milieu. «Na de commissie-Kroes vond ik dat de hele top en met name Joustra moest opstappen. Het ging om de mentaliteit bij LNV waarbij elke vorm van creativiteit in de kiem gesmoord werd», zegt Beckers nu. Volgens haar heeft Joustra na de kritische rapportage echter wel degelijk zijn leven gebeterd. «Hij was een typische representant van die Kremlin-mentaliteit, maar hij heeft na de commissie-Kroes het roer in een klap omgezet. Dat is ook typisch Joustra, een overlever is het.» Toen Beckers enige tijd daarna bij de stichting Natuur en Milieu begon, was het landbouwministerie sportief genoeg om haar op een keer een bijeenkomst over duurzame ontwikkeling te laten voorzitten. Beckers: «Joustra zat op de eerste rij. Hij kon weer glimlachen en knikte mij vriendelijk toe.»

Tjibbe Joustra zal het gewend zijn, die roep om zijn aftreden. Hij is de langst zittende secretaris-generaal van alle departementen en meer dan eens kreeg hij de wind van voren. Kritiek op het ministerie is direct ook kritiek op Joustra, want «Joustra ís het ministerie», verklaarde J. van der Ven, voormalig landbouwattaché in Rusland in 1999 in een interview met de Volkskrant. «Wie hem niet zinde, is in de loop der jaren weggezuiverd. Op belangrijke posten benoemde hij alleen mensen die hem uitkwamen. En hij ontkoppelde in het ministerie de beleidsafdelingen en de mensen die zich met de praktijk bezighielden. Beleid werd het belangrijkst. Landbouw werd daardoor een ministerie waar niemand meer echt verantwoordelijkheden draagt. Mensen hebben geen functies meer, maar schrijven slechts nota’s die omhoog de organisatie ingaan.»

Zodra er een nieuwe minister aantrad, volgde steevast vanuit verschillende hoeken het dringende advies die Joustra toch eens opzij te zetten. En nieuwe ministers kwamen er. Sinds Braks’ initiatief voor de vermindering van de varkensstapel zijn er meer ministers van Landbouw verdwenen dan varkens, is de running gag die al jaren in Den Haag de ronde doet.

Joustra, eerder werkzaam als hoofd juridische zaken, werd door Braks in 1987 aangesteld als secretaris-generaal. Voor het eerst in jaren was eens niet een boerenvriend uit de «Wageningse school» geparachuteerd, maar een gewiekst jurist zonder uit de boerenklei getrokken voorvaderen. Dat dat niet louter voordelen opleverde, toonde onderzoeksjournalist Oscar van de Kroon fijntjes aan in zijn spraakmakende boek over de visserijfraude, Ministerie in crisis. «De schaduwzijde is een steeds grotere afstand tussen de regels en de praktijk. De effectiviteit van het beleid zakt hierdoor verder in. En wie er wat van zegt, krijgt veelal de wind van voren. Voor critici is vrijwel geen plaats. Als de (soms door Brussel opgelegde) regels maar kloppen, zo luidt het credo», schreef Van der Kroon in 1994.

Joustra’s macht op het ministerie groeide, crisis na crisis. Na Gerrit Braks kwam Piet Bukman, na Bukman kwam Jozias van Aartsen, vervolgens Hayo Apotheker en na diens vroegtijdige vertrek D66-veteraan Laurens-Jan Brink horst. De macht die Joustra onder Braks was gegund, kon de secretaris-generaal onder Bukman ongestoord verder uitbreiden. Het rapport van Neelie Kroes verdween ondertussen snel in een ministeriële lade zonder dat werkelijk iets met de aanbevelingen was gedaan, fulmineerde commissievoorzitter Kroes zelf in 1999 in het Algemeen Dagblad.

Ook onder Van Aartsen gedijde Joustra uitstekend: de liberale minister luisterde goed naar de topambtenaar en accepteerde diens aanvankelijk weinig succesvolle juridische bekrachti ging van de herstructurering van de varkenswet. Onder Apotheker, de populaire Leeuwardense burgemeester die tot zijn eigen verbazing naar het ministerie van Landbouw was geroepen, had die klus afgemaakt moeten worden. Apotheker weigerde echter de harde lijn van Van Aartsen voort te zetten, tot ergernis van Joustra en de rest van de ambtelijke top. Apotheker wenste de varkensstapel slechts terug te brengen als er compensatie voor de boeren kwam, anders was het «immoreel», oordeelde hij. De ambtelijke top, Tjibbe Joustra voorop, maakte de opgestoomde burgervader het functioneren nagenoeg onmogelijk en haalde hem onderuit.

Nog steeds meent de anders zo mediaschuwe Joustra zijn vorige baas te moeten natrappen. Zo viel afgelopen zaterdag in de Volkskrant te lezen dat Joustra er niet aan zou moeten denken dat hij «de BSE- en MKZ-crisis met Brinkhorsts voorganger Apotheker had moeten bestrijden».

Toen Apothekers opvolger Brinkhorst aantrad restte, aldus de eerder genoemde J. van der Ven, slechts één oplossing: het ontslag van Joustra. Alleen dan kon de verdorde bestuurscultuur van het ministerie verbeterd worden, oordeelden vele toevallige adviseurs aan de zijlijn. De oud-landbouwattaché pleitte in de Volkskrant voor een nieuwe secretaris-generaal. «Hij heeft de structuur gemaakt zoals ze is. Hij, de man die eerst de directie juridische zaken leidde, is verantwoordelijk voor het juridische broddelwerk, waardoor nu weer die herstructurering van de varkenssector is mislukt. Dat kun je net aangetreden ministers niet meer in de schoenen schuiven.»

Ook vanuit de Tweede Kamer kreeg Laurens-Jan Brinkhorst andermaal het advies om Tjibbe Joustra, de enige secretaris-generaal die niet meedraait in de mallemolen van ambtelijke topfuncties en inmiddels veertien jaar honkvast is, te vervangen. Brinkhorst nam alle wijze raad voor kennisgeving aan en liet Joustra op zijn plek zitten. Zelf verklaarde Joustra: «Die kritiek is geleverd door mensen die het departement al buitengewoon lang niet meer van binnen hebben gezien. Ik hecht meer waarde aan het oordeel van degenen die Landbouw van dichtbij kennen.»

Hoe heeft Joustra het zo lang kunnen uithouden? Hij is een harde werker zonder privé-leven. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat brandt het licht in zijn ruime kamer aan de Bezuidenhoutseweg. Ambtenaren in zijn omgeving hebben de indruk dat zijn leven slechts uit werken bestaat. Hij is een hartstochtelijke carrièreambtenaar die met de in de loop der jaren vergaarde ervaring gemakkelijk een hinderlijke minister kan overrulen. «Je bent een knappe jongleur als je in staat bent om zó lang op een bepaalde plaats te blijven terwijl er toch zoveel bedrijfsongelukken zijn opgetreden», zei de Wageningse ruraal socioloog prof. J.D. van der Ploeg een aantal jaren terug in VPRO’s Lopende zaken.

Dat jongleren kwam bij de verschillende landbouwcrises goed van pas. Joustra kan crisismanagen als geen ander, weet ook Jeroen Dijsselbloem. «Hij geniet groot gezag binnen het eigen ministerie. Hij heeft zeer veel ervaring, weet vanuit zijn juridische achtergrond alles van Europese richtlijnen en Nederlandse wetten. Dat komt nu met de bestrijding van de MKZ-crisis goed van pas. Om een uiterst besmettelijk virus te beheersen en in te dammen, moeten razendsnel stappen worden gezet. Joustra is heel goed in het snel en ingrijpend beslissingen nemen. In deze oorlogssituatie is hij de juiste man op de juiste plek. Ik denk dat zonder hem de bestrijding van het virus niet zo accuraat aangepakt zou zijn.» Over de persoon Joustra en zijn robuuste leiderschap binnen het ministerie wil Dijsselbloem weinig kwijt. «Ik heb geen zin om te brainpicken.»

Ook PvdA-senator en Wagenings hoogleraar Rudi Rabbinge meent dat het land met Joustra in deze tijden van beleg een goed strateeg aan de knoppen heeft zitten. «Joustra handelt zeer voortvarend in deze crisis. Brinkhorst is formeel natuurlijk de opperbevelhebber, maar de eigenlijke generaal is Joustra.» Volgens Rabbinge had de machtige secretaris-generaal zijn MKZ-draaiboeken al wekenlang goed doorgeoefend klaarliggen. «Hij heeft de touwtjes strak in handen. Door Europa zal hij zich niet laten ringeloren. Hij zal het vaccineren trachten door te zetten.»

Rabbinge vindt het wel een ongewenste situatie dat iemand zo lang een invloedrijke post bekleedt. Maar: «Juist door al die crises op Landbouw was het toch goed dat hij er zat.» Rabbinge heft een lofzang aan op Joustra’s kwaliteiten: «Hij is precies goed, niet overdreven hysterisch, rationeel en duidelijk afwegingen makend. Hij is een survivor juist omdat hij zijn werk goed doet.»

Rabbinge meldt dat er onder minister Van Aartsen even sprake was van het vertrek van Joustra. De secretaris-generaal zou gevraagd zijn voorzitter van de Wageningse Raad van Bestuur te worden. Joustra had al toegezegd toen er in het Wageningse bezwaren tegen hem begonnen te rijzen. Rabbinge: «Het was natuurlijk goed geweest als hij naar Wageningen was gegaan.» De ondernemingsraad in Wageningen zou problemen met hem hebben gehad. «Ze wilden geen Haagse ambtenaar. ‹Dan zie ik ervan af›, zei Joustra toen.»

Terwijl Laurens-Jan Brinkhorst dezer dagen voor de ceremonie met koningin Beatrix en premier Kok de media een snerpende oneliner toewerpt, voert Tjibbe Joustra in het zweet zijns aanschijns het crisisteam aan. Volgens Dijsselbloem is Joustra helemaal niet ingenomen met zijn mediageile meerdere. «Joustra heeft geen baat bij die boude uitspraken van Brinkhorst. Al dat mediageweld van de minister kan zich ook tegen hem keren. Brinkhorst heeft Frankrijk een fors verwijt gemaakt terwijl zijn Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees zelf heeft zitten slapen. Die beschuldiging aan de veehandelaren was ook veel te kort door de bocht. Net als het roepen dat er nooit brandstapels komen. In het zwartste scenario, zal Joustra denken, kunnen we die dingen best nog nodig hebben. Schermen met noodvaccineren is ook illusiepolitiek. Joustra denkt liever eerst drie stappen vooruit voor je naar de media stapt. Een statement moet overeind gehouden kunnen worden.»

Het brein achter Landbouw, Natuurbeheer en Visserij leidt op dit moment het crisisteam met ijzeren hand. Als de crisis bedwongen is, moet minister Brinkhorst zich voor Joustra’s optreden verantwoorden in de Tweede Kamer. Voor de ware crisismanager van Landbouw lijkt er vooralsnog geen vuiltje aan de lucht. Ministers komen en ministers gaan, maar Tjibbe blijft altijd bestaan.