Economie

Breindrijverij

Is economie een harde wetenschap of deel van de humaniora? In dat voortdurende debat lijkt een nieuwe ronde aangebroken. In de macro-economische modellen zijn mensen rationale, individualistische egotrippers – noodzakelijke veronderstellingen voor de wiskundige optimalisatietechnieken die de modellen hun wetenschappelijke status geven. Een mooi staaltje van physics envy. Het alternatief voor de homo economicus is een gedragsmodel dat de mens- en geesteswetenschappen wel serieus neemt. Beslissingen worden genomen op basis van groepsnormen, autoriteit en sociaal bepaalde beeldvorming. Wie een woekerpolis kocht, deed dat omdat de experts zeiden dat het goed was en omdat iedereen het deed. Dat (bijna) niemand dat nu meer doet komt door een maatschappelijk debat dat onze groepsnormen bijstelde. Individueel rekenwerk of ratio heeft daar bar weinig mee van doen.

Onder invloed van de financiële crisis lijkt de homo economicus eindelijk op zijn retour. Maar het alternatief dat opdoemt in de vakliteratuur is een ander dan gehoopt. Het is de mens als grijze kwab. In de American Economic Review kun je nu breinscans tegenkomen. Wij zijn ons brein, niet als prikkelende boektitel maar als wetenschappelijk werkmodel. Economen proberen zo opnieuw aan te haken bij de harde wetenschap. De neurowetenschappen maken inderdaad adembenemende vooruitgang, maar de toepassingen daarbuiten zijn veelal reductionisme van een soort dat we vaker gezien hebben in de menswetenschappen – op z’n minst drie keer in de afgelopen eeuw. Marxisten, freudianen en neodarwinisten brachten de mens respectievelijk terug tot zijn arbeid en kapitaal, tot seks en vadermoord en tot zijn zelfzuchtige genen. De populariteit van deze modellen bleef niet zonder gevolgen voor ons zelfbeeld. We gingen ons gedrag in de jaren zestig bespreken in termen van klassenbewustzijn – en als dat niet evident was, dan maar vals klassenbewustzijn: zo kunnen reductionistische modellen alles verklaren. Op dezelfde manier kun je nog steeds termen als trauma, verdringing en neuroses bij de kapper horen, en geloven velen dat wat ze doen eigenlijk door de verspreidingsdrift van hun genen gedicteerd wordt. De nieuwste loot aan de reductionistische boom lijkt nu de breindrijverij.

Je kunt nog steeds termen als trauma en neuroses bij de ­kapper horen

De breindrijvers bedoelen met mijn brein ‘ik’. Maar dat mag je niet meer zeggen als je wetenschappelijk wilt praten. Het zelf, leren ons de breindrijvers, is immers een constructie van ons brein, een illusie. Dat is echter geen conclusie uit de wetenschap, maar een non sequitur waar ook de marxisten, freudianen en de neodarwinisten dol op zijn. Allemaal grijpen ze een inzicht in ons gedrag aan om te beweren dat daarmee ook alles is gezegd – niet alleen over ons gedrag, maar over ons zelf. Ons zelf bestaat dan niet meer. Het moet vervangen worden door klasse, seks, gen of breinkwab.

Dit is alleen hierom al slechte wetenschap, omdat het heel veel waarnemingen, data dus, simpelweg negeert, zoals Marilynne Robinson opmerkte. Een enorme hoeveelheid alledaagse ervaring en literatuur suggereert dat mensen innerlijkheid en een zelf hebben, waarnaar ze handelen. Het lijkt dus logisch dat de sociale, historische aard van het menselijk zelf aan de basis van de wetenschappelijke verklaring van gedrag ligt, ook van economisch gedrag. Wel grappig dat schrijfster Robinson, gigant van de humaniora, dit aan de adepten van harde wetenschap moest uitleggen. Grappig, en ook veelzeggend: de menswetenschappen ontsporen in reductionisme zonder de inzichten uit de geesteswetenschappen. Ontdekken dat gevoelens van angst en geluk samenhangen met activiteit in bepaalde delen van het brein is indrukwekkende wetenschap. Ontkennen dat mensen wezens zijn die op dat geluk en die frustratie reflecteren, en dat die zelfreflectie op een zelf duidt, en die interpretatie ons gedrag beïnvloedt – dat is slechte wetenschap. Het ontkennen van de realiteit is dat altijd. Het maakt economie bovendien irrelevant voor de meeste economische vraagstukken. Het is onwaarschijnlijk dat breinkennis een wezenlijke bijdrage (dus geen freudiaanse cirkelredeneringen) gaat leveren aan ons begrip van de opkomst van protectionisme, de groei van private schulden, of de gevolgen van Uber en Airbnb.

Waarom komt de nieuwste hype in de economie toch weer uit de natuurwetenschappen, en niet uit de geesteswetenschappen? De economische wetenschap gaat nu van physics envy naar neuro envy. Keynes karakteriseerde de goede econoom als iemand die de wiskundige, historicus, politicus en filosoof in één persoon verenigt (twee van de vier zijn geesteswetenschappers). Hij ging daarbij in tegen een voorstelling van de economie als de dismal science, die ons steevast als overgedetermineerde vrekken voorstelt. Laten we hopen dat de ene versimpeling nu niet door de andere vervangen wordt.