Noorwegen houdt het hoofd koel

‘Breiviks wensen zijn irrelevant’

De Noorse rechtbank houdt bij het Breivik-proces vast aan de van oudsher kalme benadering van misdaad en straf – anders dan in Nederland. Wat staat de ‘commandant’ straks te wachten? Twee Noorse strafrechtdeskundigen aan het woord.

Terwijl in Nederland al jaren in de politiek wordt geroepen om hardere straffen, minder ‘softe’ rechters en minimumstraffen was het vorig jaar verfrissend te horen dat de Noorse premier Stoltenberg weigerde na Anders Breiviks terreurdaden op te roepen tot vergelding en wraak. Zijn reactie strookt met het Noorse strafrecht, dat niet sterk vergeldings­gericht is. Er bestaat een maximumstraf van 21 jaar (bij ons: levenslang) en er wordt veel werk gemaakt van rehabilitatie van ex-gevangenen, een missie die in Nederland op steeds minder politiek draagvlak en financiële steun kan rekenen.

Heeft deze kalme benadering van misdaad en straf standgehouden tijdens het proces van Breivik? Duidelijk is in ieder geval dat zijn extreme daden de Noorse rechtsstaat hebben opgeschud. In de afgelopen maanden kwamen er berichten over het instellen van een noodwet om Breivik toch nog levenslang te kunnen opsluiten en ook zou sprake zijn van een nieuwe bepaling om Breivik na behandeling nog naar de gevangenis te kunnen sturen. Maar het bleven vage berichten in de Nederlandse media, vanuit de veronderstelling dat een land het zich niet kan permitteren dat Breivik ooit nog zou kunnen vrijkomen. Ter vergelijking: in ons land hebben oververhitte maatschappelijke reacties op misdaad wel kunnen leiden tot een troebele juridische vertaling (met als dieptepunt dat Lucia de B. in 2004 tot de onwettige combinatie van levenslang én tbs werd veroordeeld). Het lijkt erop dat de Noren het hoofd koeler houden en andere oplossingen bedenken, zo blijkt uit e-mailcorrespondentie met de Noorse strafrechtdeskundigen Berit Johnsen en Jo Stigen.

Berit Johnsen, verbonden aan het Krus, een onderzoeksinstituut van het gevangeniswezen, zegt: ‘De slachtoffers speelden een centrale rol in de zaak tegen Breivik en zij willen dat Breivik nooit meer terugkeert in de maatschappij. Desondanks was men het er in de samenleving zowel voor als tijdens het proces over eens dat deze zaak moet worden behandeld volgens de bestaande wetten en regels. Hoe zwaar de zaak ook is, men wil geen uitzondering binnen het bestaande strafrecht maken.’ Dat getuigt van vertrouwen in het recht, en dat was terug te zien in de zelfbewuste en rustige manier waarop het proces van Breivik is gevoerd. Camera’s werden alleen zo nu en dan toegelaten en de openbare aanklagers gedroegen zich waardig. Zij lieten hun twijfel over de tegenstrijdige psychiatrische adviezen (hij had wel/niet een paranoïde psychose op het moment van de terreurdaden) uitmonden in de eis hem te laten behandelen.

Jo Stigen, hoogleraar strafrecht in Oslo: ‘De openbare aanklagers redeneerden dat het principe van het voordeel van de twijfel betekent dat wanneer er twijfel is er moet worden gekozen voor de meest gunstige optie voor de verdachte. En het meest gunstig is behandeling en niet straf. Breivik zelf wil liever naar de gevangenis dan te boek staan als geestesziek, maar Breiviks wensen zagen de openbare aanklagers als irrelevant.’ Deze keuze van het Noorse Openbaar Ministerie vergroot de kans dat Breivik ooit weer vrijkomt. Dat leidde weliswaar tot debat, maar niet tot enorme onrust. Sindsdien, zegt bijvoorbeeld Johnsen, wordt er gediscussieerd over de rol van de psychiatrie in het strafproces. En ook over de vraag hoe duidelijk een psychose voor de rechtbank moet worden aangetoond.

Het klinkt allemaal redelijk en weloverwogen, maar het blijft natuurlijk de vraag hoe de reacties zullen zijn als de rechtbank op 24 augustus vonnis wijst. Want wat betekent in Noorwegen een veroordeling tot behandeling of straf? Er zijn nogal wat verschillen met Nederland. Zo hoeft geen Noorse psychiater, in tegenstelling tot in ons land, zich druk te maken over het causale verband tussen waan en daad. Bij Breivik kregen de psychiaters om die reden niet, zoals bij ons, de glibberige vraag voorgelegd of zijn geestesgesteldheid hem nog genoeg ‘vrije wil’ overliet om op 22 juli vorig jaar te kunnen kiezen tegen het kwaad, maar alleen: of hij op die dag een paranoïde psychose had.

‘Zo ja’, zegt Stigen, ‘dan volgt daaruit dat hem geen schuld treft en dan kan hij dus ook niet worden gestraft.’ Noorwegen kent, met andere woorden, een strikt onderscheid tussen bad of mad (slecht of geestesziek) zonder de grijze tussengebieden van verminderde toe­rekeningsvatbaarheid. Hiermee doen psychiaters wél uitspraken over gradaties van vrije wil en dat maakt het dan ook mogelijk een verdachte eerst jaren naar de gevangenis te sturen en daarna nog naar een inrichting. Gevangenis en medische zorg zijn in Noorwegen ook strikt gescheiden. Johnsen: ‘Straf wordt gedefinieerd als een kwaad, dat moet worden ondergaan als een kwaad, en erg geesteszieke mensen kunnen daar niet aan worden blootgesteld.’ Maar omdat Breivik voor een gewone inrichting als te gevaarlijk wordt gezien, is er nu toch een grijzig gebiedje: bij noodwet werd besloten in de gevangenis in Oslo een psychiatrische unit te bouwen. Johnsen: ‘Zodat Breivik, als hij tot behandeling wordt veroordeeld, goed zal worden bewaakt.’

Maar wat staat Breivik nou te wachten? Als hij wordt veroordeeld tot behandeling, kan dat alleen voortduren zolang hij gevaarlijk blijft? Johnsen formuleert het zo: zolang er een hoog risico is op nieuwe ernstige misdrijven tegen de vrijheden van burgers. Medici adviseren hierover, de openbare aanklagers beslissen, en er zijn toetsingen door de rechtbank: na drie jaar is er een eerste rechtszitting. Voor de duur van Breiviks behandeling is dus het veiligheids­risico beslissend. Johnsen: ‘Vindt de rechtbank dit risico niet meer hoog genoeg, dan zal Breivik moeten vrijkomen.’ Stigen zegt dat er nog wel een transfer mogelijk is naar de gevangenis, zolang Breivik zijn gevaarlijke ideeën blijft aanhangen. Deze voorziening is vorig jaar door de hoogste rechter goedgekeurd. Johnsen nuanceert: ‘Als de medische staf claimt dat iemand is uitbehandeld, kan worden verzocht om zo’n transfer. Maar dit is fel bekritiseerd, omdat het strijdig is met de gedachte dat iemand die ernstig ziek is niet kan worden blootgesteld aan het kwaad dat straf heet.’

Het woord ‘vergelding’ is tot nu toe nog niet gevallen. Hoe zit het als Breivik wordt veroordeeld tot straf? Wat in de Nederlandse berichtgeving is ondergesneeuwd, is dat de Noren naast gewone gevangenisstraf met een maximum van 21 jaar een straftraject kennen dat forvaring heet, of preventieve detentie. De openbare aanklagers hebben in het proces als tweede optie om dit straftraject gevraagd, op z’n minst zolang Breivik zijn gevaarlijke ideeën aanhangt. Opnieuw duikt hier dus het veiligheidsrisico op.

Johnsen: ‘Forvaring in plaats van gewone gevangenisstraf ligt voor de hand, zeker nu een collega van mij, die radicalisering in de gevangenis onderzoekt en de rechtse websites in de gaten houdt, heeft opgemerkt dat Breivik in die contreien nu commander wordt genoemd. De vrees is dat als de orde van The Knights Templar al niet bestond, deze nu gaat ontstaan. De rechtbank zal daarom de mogelijkheid willen openhouden hem langer dan 21 jaar op te sluiten.’ Het gevolg zal zijn dat na maximaal tien jaar – een periode die bedoeld is als vergelding – de rechtbank moet toetsen of het veiligheidsrisico nog altijd bestaat. Na 21 jaar is er opnieuw een verplichte toetsing, waarna verlengingen met steeds vijf jaar mogelijk zijn. Forvaring wordt uitgezeten in een speciale gevangenis met meer behandelend personeel.

De facto kan dit wel uitlopen op levenslang, maar het staat niet vast. Wie weet verandert Breivik, en het Noorse strafstelsel houdt in dat geval de mogelijkheid open om daar gevolgen aan te verbinden. De benadering is anders dan in Nederland, waar vergelding en ook beveiliging van de samenleving inmiddels leiden tot langdurig straffen en levenslang, zonder tussentijdse toetsing van het veiligheidsrisico. In Noorwegen is de blik meer gericht op de persoon van de verdachte en zijn ziekelijke stoornissen. Deze blikrichting is in Nederland zeer bekritiseerd omdat dan slachtoffers niet aan hun trekken zouden komen. Daarom is het ook voor Nederland van belang hoe deze zaak zich verder ontwikkelt en hoe de slachtoffers zullen reageren.

Breivik, die niks moet hebben van de zachte aanpak, loopt al met al mogelijk stuk op een relatief zachte aanpak. Hij blijft opgesloten zolang hij niet verandert, en als hij wél verandert, realiseert hij zich wat hij heeft gedaan.

Noorwegen is wel een dorp genoemd, dat met Breivik zijn onschuld verloor. Wat daar ook van waar is, het zou jammer zijn als dat tot gevolg heeft dat het Noorse strafstelsel als naïef wordt gezien. Het land lanceerde in 2005 voor gevangenen het idee van ‘een gegarandeerde terugkeer in de maatschappij’ en nam dat in 2012 in de wet op, zegt criminologe Hedda Giertsen van de universiteit in Oslo: ‘Noorwegen probeert een antwoord te vinden op een scala aan problemen van ex-gevangenen die aan armoede zijn gerelateerd.’ Volgens Johnsen is er een Noors gezegde dat ongeveer zo luidt: ‘Gevangenen zullen terugkeren in de maatschappij. Eén ervan kan uw buurman zijn. Hoe zou u deze persoon willen hebben?’ Bij Breivik is de gedachte hieraan natuurlijk te absurd. Hij bevindt zich op een metaniveau van het kwaad. Maar op zichzelf is het nuchter: de gevangene van vandaag kan morgen de buurman zijn. In plaats van inspiratie te zoeken in Amerika, met 730 gevangenen per 100.000 inwoners, zouden politici ter afwisseling eens een bezoek moeten brengen aan Noorwegen, met 73 gevangenen per 100.000.


Annerie Smolders is publicist en werkte als rechter in Amsterdam


Tussen daad en straf

Anders Behring Breivik (1979) werd op 25 juli 2011 voorgeleid en formeel aangeklaagd voor moord op 77 mensen en het destabiliseren en vernietigen van de basisfuncties van de maatschappij en daden van terrorisme vallende onder het strafrecht.

In november werd Breivik door twee Noorse gerechtspsychiaters ontoerekeningsvatbaar verklaard. Het rapport leidde meteen tot grote commotie. De kritiek was dat de twee psychiaters geen kennis zouden hebben van de terminologie die extreem-rechts bezigt en Breiviks politieke verklaringen onterecht zouden hebben geïnterpreteerd als ‘symptomen van schizofrenie’. Ook was er onvrede vanwege de 'milde’ gevolgen: in plaats van celstraf kan hij dan tbs met dwangverpleging opgelegd krijgen. Elke drie jaar wordt opnieuw beoordeeld of hij 'genezen’ is en vrijgelaten kan worden.

Naar aanleiding van die kritiek gaf de rechter opdracht tot een tweede onderzoek door andere psychiaters naar de geestelijke gesteldheid van Breivik. Die kwamen op basis van observatie in de gevangenis tot de conclusie dat hij wél toerekeningsvatbaar is. En dat is wat de massamoordenaar het liefst wil: hij is niet gek maar pleegde op 22 juli 2011, aldus zijn eigen uitleg, 'een gruwelijke maar noodzakelijke daad’. Ook zei hij te hebben gehandeld uit zelfverdediging tegen de 'schadelijke invloed van de islam en het marxisme op Europa’. Volgens Breivik was zijn bloedbad bedoeld om Noorwegen te behoeden voor een toekomst als 'multiculturele hel’.

In het slotpleidooi, zomer dit jaar, achtten de aanklagers Breivik ontoerekeningsvatbaar. Aanklager Svein Holden zei dat er niet kan worden uitgesloten dat hij niet psychotisch was tijdens het plegen van de massamoord. De aanklagers vragen daarom om psychiatrische zorg, en niet om een gevangenisstraf. Wel hield Holden in zijn pleidooi de mogelijkheid open dat de rechter een andere conclusie zal trekken.