Breken met Erdogan

Twee dagen geleden opende president Erdogan de humanitaire wereldtop – en opeens is dat een cynische grap geworden. In het weekend ervoor konden we lezen dat Turkije Syrische vluchtelingen deporteert als ze bedelen, dat de Turkse politie invallen doet in wijken met vluchtelingen om families weg te voeren, en dat gevluchte Syrische kinderen op aanzienlijke schaal arbeid verrichten in Turkse fabrieken.

Medium commentaar 2021 2016 deal 20turkije

Iets eerder lazen we al dat Turkse grensbewakers vluchtelingen met stokken en traangas hadden geweerd aan hun westgrens (overigens op impliciet verzoek van Europa), en hadden afgetuigd en doodgeschoten aan de zuidgrens. En dan hebben we het nog niet over al dat andere slechte nieuws dat in steeds hoger tempo uit Turkije komt: dat de politieke oppositie illegaal is verklaard, dat de oorlog met Koerdische bewegingen is herstart, dat duizenden mensen de gevangenis in zijn gegaan voor het ‘beledigen’ van hun staatshoofd, dat de premier aan de kant is gezet om ruim baan te maken voor de almacht van de president. Enzovoort.

Vijf jaar geleden was de Turkse regering nog de lieveling van westerse landen en Turkse intellectuelen. Het ‘Turkse model’ werd in binnen- en buitenland gevierd als voorbeeld voor de hele islamitische wereld. Turkije ‘toont niet alleen dat islam geen onoverkomelijke barrière is voor meerpartijendemocratie’, schreef The Economist, ‘de regerende AKP overzag een economische boom, vergrootte het aanzien van het land en toonde dat religieuze mensen aan de macht geen breuk hoeft te betekenen met het Westen.’ Maar dat was toen. De Turkse economie draait nog altijd goed, maar de andere drie verworvenheden kunnen we wegstrepen. En het gaat nu heel hard de verkeerde kant op.

Extra pijnlijk is dat de AKP juist lange tijd krediet kreeg in westerse landen én in Turkije zelf omdat zij veel binnenlandse problemen weet aan het autoritaire karakter van de Turkse staat, en dat wilde afbreken. Nu tuigt de AKP haar eigen autoritaire staat op. Het is nog niet helemaal duidelijk waarom. Sommigen denken dat Erdogan en zijn getrouwen altijd het plan hadden om van Turkije een autoritair–islamitische staat te maken, en dat zij zich een paar jaar liberaal voordeden om dat doel dichterbij te brengen. Anderen denken dat de AKP werkelijk gematigd islamitisch–democratisch was, maar de autoritaire kant op ging toen in 2013 de Arabische lente kortstondig oversloeg naar Istanbul, Izmir en Ankara, en rechters een politiek gemotiveerd proces tegen hoge AKP’ers begonnen. Weer anderen denken dat Erdogan ten prooi valt aan het klassieke dictatorsyndroom: verlicht en populair beginnen en dan, omringd door te veel bewonderaars, afdrijven naar narcisme en onderdrukking.

Wat de reden is voor de autoritaire koers in Turkije is belangrijk om te weten, maar het is op dit moment ook politiek irrelevant. Wat er wél toe doet, is dat het moment gekomen is dat Europa moet stoppen met de schone schijn ophouden in haar relatie met Turkije. De breuk met Turkije komt er toch wel: Erdogan put zich dagelijks uit in verhitte anti-westerse retoriek en Europese landen saboteren openlijk het visumvrije reizen dat Turkije beloofd is in de vluchtelingendeal van maart. Die overeenkomst was altijd alleen een tijdelijke oplossing. In maart was die al onfatsoenlijk; nu is die onverdedigbaar. Het moment is daarom gekomen om Turkije de deur te wijzen als partner.