Breng ‘de passie’ in beeld

In de jaren zestig kwam de ‘camp’ op als kunststroming.
Iets was ‘camp’ wanneer er welbewust gebruik was gemaakt van kitsch.
Je kunt er op internet honderden voorbeelden van zien.
Camp maakte een kunstwerk hilarisch.
Na veertig jaar merk ik dat de kitsch weer aan de winnende hand is in de kunst. Althans, in de kunst die populair is, de televisiekunst.
De afgelopen jaren heb ik aan tafel gezeten bij een klein tiental redacties en producenten – sterker, ik ben zelf ook enigszins producent.
En wat ik hoor, en zelf zeg, vraag en eis, is dat ik ‘emotie’ wil zien.
Emotie, de kitsch van nu.
Alsjeblieft, ondervraag Vader en Zoon (liefst met dode broertjes en zusjes ertussen), laat de liefde zien van boeren en buitenlui, toon de scheiding van je ouders, en geef ons het lijden in close-up van al je bijna-doden, geef ons de doodsstrijd, die pijnlijke wereld van de alzheimerpatiënt, maar ook de andere ziekten en vergeet nimmer de zieken en gebrekkigen.
De emotie heeft een religieuze betekenis gekregen.
Onze emotie als verbindend element. Getuig van uw emotie, en gij zult verlost worden. Emotie als rechtvaardiging van soms ongeoorloofd gedrag (‘Ik was een zondaar…’). Emotie ook als graadmeter van morele superioriteit (‘Het kan toch niet zo zijn dat wij hongerige kinderen zomaar laten sterven’).
De emotie als plaatsvervangende God die uit alle macht de ratio probeert te verdringen.
Toen de camp opkwam, verscheen ook het New Journalism aan de horizon.
Maak in je journalistieke artikelen gebruik van de technieken van de prozaïst. Een mooi, maar moeilijk fenomeen, dat om zeep is geholpen door de beperkte lengte van de hedendaagse reportages.
Maar op de televisie is er nog ruimte voor.
Met de technieken van de film kunnen we nog meer emotie aan een verhaal toevoegen. Wie lijdt en bijna sterft, krijgt te maken met een ‘zoom in’ zodat we al met de dood kunnen kennismaken die door de poriën van een huid dringt en rust in de veelzeggende rimpels van de ouderdom. En zijn er geen rimpels, dan maken we ze, in de grime, met wat zalf en poeder.
Zolang valsheid verkocht wordt als emotie durven we er niets over te zeggen. ‘Hij was oprecht.’ ‘Hij was zichzelf.’ ‘Hij was nu eerlijk.’ In religieuze termen: ‘Hij is nu verlost, we hebben hem vergeven; door zijn schuldbekentenis is hij nu weer vrij om als gewoon mens tussen ons te leven.’
Men zegt dat thans het politieke klimaat verhard is.
Dat klopt. Harde woorden wijzen op harde emoties.
Of iemand daadwerkelijk een racist is, doet niet ter zake, het gaat om het woord, om de emotie die daar omheen zit (Auschwitz, fascisme, opstanden in Chicago, Martin Luther King, Mandela, de goede kant).
En natuurlijk, een woord als ‘kopvoddentax’ heeft dezelfde pretentie.
Het komt voort uit de machteloosheid van de rationaliteit die verdrongen is door ‘de passie’.
Dat is ook de reden dat argumenten er niet meer toe doen.
Stel je voor dat argumenten wél de dienst gaan uitmaken. Stel je voor dat de rationaliteit weer terrein gaat winnen. Dan zullen er veel generalisaties omvallen.
Zo ver is het nog niet.
De vettige pindakaas van het leed waarmee we ons kunnen identificeren moet nog uitgebreid op onze boterham worden uitgesmeerd.
‘Breng de depressie in beeld.’
Maar nu er een werkelijke depressie is, vallen de beelden tegen.
De echte depressie is camp geworden.