Ger Groot

Bres

Wiskundig is vastgesteld dat nooit valt uit te maken of een reeks schijnbaar willekeurige gegevens toch niet een inwendige samenhang bezit. De wetenschapsjournalist Stefan Klein schrijft dat in het eerste nummer van het vernieuwde tijdschrift Bres en ik neem het graag van hem aan. Het spoort naadloos met de menselijke hebbelijkheid in alle gebeurtenissen een samenhang te willen zien. We houden er niet van dat iets zomaar gebeurt en leven op voet van oorlog met het toeval.

Bres zelf was daar van oudsher een van de meest sprekende voorbeelden van. Het blad stond vol met nogal zweverige beschouwingen die in de chaos van wereld en wetenschap een verborgen systeem trachtten te ontdekken. Die erfenis heeft het afgeschud, al noemt het zichzelf nog altijd een «tijdschrift voor wetenschap en verwondering». De solide aanwezigheid van vertegenwoordigers van die eerste behoedt het voor een overmaat aan de tweede.

Wetenschap verklaart terwijl de beschouwing zich verwondert: daarvan geven deze onderzoekers duidelijk blijk. En toch ligt de tegenstelling niet zo scherp en misschien ook wel niet dáár. Want terwijl de natuurkennis wetmatigheden onthult, geeft ze tegelijk het aanstootgevende toeval een centrale plaats. De evolutieleer maakte pijnlijk duidelijk dat de mens er helemaal niet had hoeven komen. Wetenschappelijk gezien zijn we toevallige wezens en dat bezorgt ons metafysisch koude rillingen.

Over haar eigen mengsel van wetmatigheid en toeval kan ook de wetenschap zich verwonderen. Menige beoefenaar ervaart de schoonheid daarvan als een esthetisch of zelfs filosofisch mirakel. Zij draagt de twee zielen van opheldering en ontzag in haar borst, zonder de eerste om wille van het tweede te willen stopzetten. Haar beroepseer ligt in de voortgaande ontsluiering van het wereldraadsel, met een theory of everything als bijna mystieke belofte.

Het ongeduld van esoterie en New Age grijpt op die belofte vooruit en zondigt daarmee tegen haar inzicht zoals de druggebruiker tegen de verlichting van de mysticus. Beiden willen voor een dubbeltje plaatsnemen op de eerste rang, met achterlating van discipline en volharding. Hun beloning is gewoonlijk een spektakel van humbug en bedrog. Kwalijk valt hen dat nauwelijks te nemen. Het verlangen naar samenhang wordt, naarmate het leven nijpender wordt, moeilijker te weerstaan.

Er gaapt dan ook een fikse kloof tussen de waarheden van de wetenschap en die van het mensenleven. Pascals angst voor de peilloze kosmische diepten spreekt die al eeuwenlang uit – en Pascal wist als wetenschapper wel degelijk van de schoonheid daarvan. Ze was hem niet genoeg omdat ze geen betekenis had voor de verlossing van zijn eigen ziel. Hij zocht zijn heil in de godsdienst, maar wat moet een seculiere 21ste-eeuwer daarmee?

Voor die laatste lijkt de mystiek van verzinking in het heelal of het niets – van oosterse of wetenschappelijk-westerse snit – niet snel weggelegd. Hij heeft te veel waarde leren hechten aan het «ik», de drager van al zijn economische, democratische en zelfs wetenschappelijke deugden. En dus blijft de kloof open, provisorisch overbrugd door de filosofie, die misschien daarom wel een westerse uitvinding is.

Een wetenschap kan filosofie dan ook niet worden, hoe hard ze dat in haar academische variant momenteel ook probeert, onder langzame uitdoving van haar betekenis. En mystiek al evenmin, want ze bestaat bij gratie van haar redelijkheid, die zich gearticuleerd moet blijven uiten. Ze zoekt samenhang zonder haast of paranoia, en beklemtoont tegelijk de redelijke ongewisheid zonder sciëntistisch nihilisme.

In het vernieuwde Bres is de filosofie een wankele bemiddelaar tussen twee rots massieven van zekerheid, elk met zijn respectieve aantrekkingskracht. Dat maakt haar eens te hachelijker. Want ook zij heeft geen laatste criterium waarmee haar besef van ongewisheid zich laat afbakenen tegen de lonkende samenhang van haar beide anker- en afzetpunten. Onderling verschillend wortelen zij misschien in een gemeenschappelijke grond die de filosofie ooit overbodig zal maken? Van haar einde dromen zowel haar liefhebbers als haar haters, gehaast en veel te vroeg.