Blijft Londen Europa’s financiële hart?

Brex and the City

Het Brexit-referendum is onderdeel geworden van een grotendeels verborgen, maar keiharde machtsstrijd. De inzet: het financiële centrum van Europa. De Londense City staat op winst – vooralsnog.

Medium hh 44892836 2

Niet alles draait bij het referendum over een Brexit deze zomer om de Londense City en haar belangen. Maar wel veel meer dan het grote publiek lijkt te beseffen. Terwijl de Britten de afgelopen maanden discussieerden over zulke uiteenlopende onderwerpen als de Britse cultuur, terrorisme, de gemeenschappelijke markt en Schengen, lijkt premier David Cameron in Brussel bovenal één belang te hebben nagejaagd: dat van de financiële sector.

‘Waarom de City kreeg wat zij wilde van de topontmoeting’, kopte de doorgaans uitstekend in de Europese politiek ingevoerde nieuwssite Politico daags na het recent gesloten EU-akkoord. En inderdaad, na een laatste marathonvergadering van dertig uur kwam Cameron thuis met het door de financiële sector gewenste resultaat. Nee, de Britse wens om de Europese arbeidstijdenwet te schrappen was al maanden geleden gesneuveld. Bij het streven naar inperking van de uitkeringen voor EU-werknemers had Cameron fors water bij de wijn moeten doen. Maar ten minste één Britse eis heeft de conservatieve minister-president vrijwel ongeschonden voor de poorten van de hel weten weg te slepen: de comfortabele Europese uitzonderingspositie van de City.

Het komt erop neer dat de Engelse financiële sector ook in de toekomst volop kan blijven profiteren van Europa en haar binnenmarkt. Zónder dat zij moet gehoorzamen aan Brusselse regelgeving. Europese plannen die de City treffen, zoals een mogelijke belasting op financiële transacties of een verbod op short selling, kunnen daarmee genegeerd worden.

Dat de City tot hoofdprioriteit is geworden in het Britse EU-beleid, was al langer duidelijk. Het financiële centrum beschikt informeel zelfs over zijn hoogst eigen eurocommissaris. Deze Jonathan Hill, een voormalige City-lobbyist, is nu verantwoordelijk voor de financiële stabiliteit binnen Europa. Critici vergeleken zijn benoeming met het aanstellen van een kind als baas van een snoepwinkel. Zijn voornaamste taak de komende jaren is de komst van een ‘kapitaalmarktunie’. Die moet het bedrijven makkelijker maken om, net als in de Verenigde Staten, direct geld te lenen op de financiële markten, over de grenzen heen. Dat is, hoe kan het ook anders, in het voordeel van de plek waar Hill vroeger zijn geld verdiende: de Londense City.

Cynisch? Misschien, maar deze strategie heeft Groot-Brittannië geen windeieren gelegd. De financiële sector is goed voor twaalf procent van het bbp. Dat zijn volgens ruime schattingen ruim twee miljoen banen.

Europa speelt een belangrijke rol daarin. Maar niet ten koste van alles. Nog belangrijker voor de City is haar onafhankelijkheid. ‘Een eiland’, zo is het financiële centrum door de geschiedenis heen vaak genoemd. Profiterend van nauwe banden met de rest van de wereld, maar met geheel eigen mores.

In de City waren de regels altijd net wat soepeler dan in de Verenigde Staten of op het Europese vasteland. Toen de Commerzbank in 1973 opnieuw een kantoor in Londen wilde openen, stapten de Duitsers naar de autoriteiten met de vraag wat daar allemaal voor nodig was. Vergunningen, rapportages, andere regels? Het antwoord van de toezichthouder was ontnuchterend. ‘Een bank is in Londen een bank als ik het als zodanig beschouw.’ Veel meer dan af en toe bijkletsen boven een cup of tea bleek daarvoor niet nodig te zijn.

Tel bij dat opportunisme de Engelse taal op, plus de heel praktisch tussen Amerika en Azië in gelegen tijdzone, en je hebt een verklaring waarom sinds de jaren zestig de hele financiële wereld zich in Londen is gaan vestigen. Directe aanleiding was de komst van de zogenoemde ‘eurodollars’. Dat zijn dollars die buiten de VS worden aangehouden – in dit geval bij een bank in Europa. De omvang van die markt groeide stormachtig: van 1 miljard dollar in 1960 naar 46 miljard tien jaar later. Het leeuwendeel daarvan werd uitgeleend via Londen.

Het gevolg was dat de City, net als voor de Eerste Wereldoorlog , een mondiaal financieel centrum werd. In 1960 zaten er 77 buitenlandse banken in Londen, in 1970 waren dat er al 159. Daaronder de Moscow Narodny Bank en de Bank of China, maar vooral veel Amerikanen. Voor hen werd Londen dé springplank naar Europa. ‘Er zijn ongeveer drie keer zoveel Amerikaanse banken in de City als in New York, ons belangrijkste financiële centrum’, merkte een Amerikaanse bankier in die tijd bewonderend op.

Die functie van bruggenhoofd naar het continent vervult de City nog steeds. Met dank aan de Europese Unie. Vanuit Londen kun je als financiële partij zonder gedoe zaken doen met de complete Europese binnenmarkt van ruim vijfhonderd miljoen zielen. Zo’n 250 buitenlandse banken maken daar gretig gebruik van. Miljarden aan Europese pensioen- en spaargelden worden beheerd vanuit de Britse hoofdstad. Als Europese bedrijven of overheden geld willen ophalen, doen ze dat doorgaans in Londen. Valutahandel in euro’s? Ook daar geldt Londen tegenwoordig als hét mondiale centrum.

Concurrenten liggen al op de loer: Frankfurt, Parijs, Dublin. Zelfs Amsterdam wordt genoemd

De City is de huisbankier van Europa. Het hoeft daarom niet te verbazen dat uit enquêtes telkens weer blijkt dat een ruime meerderheid van het City-personeel voor het EU-lidmaatschap is. Dat is ook het standpunt van TheCityUK, de lobbyorganisatie van de financiële sector. Maar die steun is niet onvoorwaardelijk. Met idealistische verhalen over Europa als garantie voor vrede en veiligheid hoef je hier niet aan te komen. Als het aan TheCityUK ligt, concentreert Brussel zich op verdere hervormingen, liberalisering en vrijhandel, inclusief het omstreden ttip-akkoord. En bemoeit het zich vooral niet te veel met de City. Zoals gezegd: dat is precies wat premier David Cameron de afgelopen maanden in Brussel heeft bevochten.

Er is één voorbehoud. De Britten moeten op 23 juni wél voor het EU-lidmaatschap stemmen. Anders gaat het hele feest niet door. En uitgerekend dat lijkt steeds minder een uitgemaakte zaak.

‘Europa verandert ons in een kolonie, terwijl wij gewend zijn aan een wereldrijk.’ De oprichter van een hedgefonds die The Financial Times aan het woord liet, behoort tot een minderheid in de City. Het zijn vooral kleinere partijen, brokers en hedgefondsen die flirten met een Brits afscheid van de EU. Maar net als in de rest van het land lijkt dit geluid allerminst te verstommen. Als antwoord op de pro-Europese lobby van TheCityUK hebben de eurosceptici in de financiële sector sinds deze week hun eigen pr-organisatie: City for Britain. Zij zijn boos over een aantal recente Europese maatregelen, om nog maar te zwijgen over het in de ogen van veel City-mensen ‘ridicule’ bonusplafond.

Moet Europa zich die protesten aantrekken? Nee, stelde Joris Luyendijk onlangs nog in een opiniestuk in The Guardian. ‘Het is al gek genoeg dat het financiële centrum van Europa buiten de eurozone ligt, laat staan buiten de Europese Unie. Dat is alsof je Wall Street op Cuba vestigt’, schreef hij. Luyendijks voorstel: maak de Britten bang. ‘Laten we een eurotop organiseren over naar welke Europese hoofdsteden deze hoofdkantoren (van multinationals uit China, Brazilië of de VS) idealiter zouden moeten verhuizen. Zorg ervoor dat de Engelsen deze discussies kunnen horen’, aldus zijn aanbeveling.

Luyendijk krijgt bijval uit een hoek waarvan hij het wellicht niet verwacht had. Verschillende buitenlandse banken hebben inmiddels gedreigd hun Europese hoofdkantoren uit de City te verplaatsen. Daaronder Goldman Sachs, dat een half miljoen doneerde aan de anti-Brexit-campagne, en het Nederlandse ing.

‘We moeten niet denken dat Frankfurt of andere steden sentimenteel zullen zijn als het erop aankomt de positie van de City aan te vallen’, waarschuwde een drietal hoge diplomaten in The Telegraph. Andere concurrenten die op de loer zouden liggen zijn Parijs, maar ook Dublin – Engels als voertaal is en blijft een pre. Zelfs Amsterdam wordt hier en daar genoemd. Al zullen bankiers er direct op wijzen dat Nederland zich met zijn extra strenge beloningsnormen niet populair heeft gemaakt.

Voorlopig lijkt het grootste gevaar voor de City dat de grote internationale concurrenten als Wall Street, Hongkong en Singapore marktaandeel afsnoepen. Binnen Europa liggen de verhoudingen anders. De City is vele malen groter dan Parijs en Frankfurt, zowel naar omzet als personeel gemeten. Die kloof is de afgelopen jaren verder gegroeid. Maar niets is zeker. Zoals een lobbyist het onlangs formuleerde: ook de Venetianen dachten dat hun financiële wereldmacht voor eeuwig was.

Achter de felle strijd tussen voor- en tegenstanders van een Brexit gaat zo een ander, minstens zo belangrijk gevecht schuil. Welke stad mag zich over tien jaar het financiële centrum van Europa, misschien wel van de wereld noemen? Dankzij Camerons inspanningen aan de onderhandelingstafel staat de City voorlopig op winst. Maar gezien de populariteit van het Brexit-kamp kan dat razendsnel veranderen.

Een echt antwoord op die dreiging heeft het Britse establishment nog niet gevonden. Een Brits afscheid van Europa kan tot een enorme ‘schok’ leiden, waarschuwde minister van Financiën George Osborne dit weekend. Hij kreeg bijval van de G20, die in haar slotverklaring een Brexit onder de grootste bedreigingen voor de wereldeconomie schaarde. Zulke doemverhalen roepen slechte herinneringen op aan het Europese referendum in Nederland in 2005, en vorig jaar nog in Griekenland. Het is ook hetzelfde soort bangmakerij dat eind jaren negentig klonk, toen Groot-Brittannië besloot niet tot de euro toe te treden.

Lang niet iedereen laat zich hierdoor dan ook nog overtuigen. ‘Project fear’, zo noemt de Londense burgemeester en kersverse aanvoerder van het nee-kamp Boris Johnson het spottend. ‘Het is nu duidelijk dat de “blijf”-campagne slechts één emotie wil losmaken bij het Britse publiek, en dat is angst’, oordeelt hij. Johnson vergelijkt Groot-Brittannië met een passagier die noodgedwongen plaats heeft moeten nemen op de achterbank. Voorin zit een taxichauffeur die geen Engels spreekt en compleet de verkeerde richting op rijdt, tegen torenhoge kosten.

Het is een beeld waar lang niet iedereen in de City zich in zal herkennen. Als het aan deze meerderheid ligt, is en blijft de situatie omgekeerd. De City ferm aan het stuur, Europa fors betalend op de achterbank. Net zoals het in de afgelopen decennia ging.


Beeld: In de City zijn de regels altijd net wat soepeler dan in de Verenigde Staten of op het Europese vasteland (Peter Hilz/HH)