Brexit als katalysator

Boris Johnson geeft een overwinningstoespraak na de verkiezingen van 12 december. © Hollandse Hoogte/Stringer

Londen – Het jaarlijkse Mijnwerkersgala zal de komende vijf jaar in een Conservatief kiesdistrict worden gehouden. Noordwest-Durham was in de nacht van donderdag op vrijdag van kleur veranderd. Sinds mensenheugenis waren Blyth Valley, Burnley, Sedgefield, Warrington en tientallen andere staal- en sneenkoolgebieden in Midden- en Noord-Engeland rood, maar dankzij het landjepik van Boris Johnson bij diens verkiezingszege zijn ze opeens blauw.

De premier herhaalde wat hij in 2008 en 2012 in Londen deed: winnen in gebieden waar de Conservatieven voorheen geen voet aan de grond kregen. Dit keer werd hij geholpen door een fenomeen dat hij zelf heeft helpen veroorzaken: Brexit. Zijn campagne, onder het motto ‘Get Brexit Done’, was gericht op het lokken van Leave-stemmers die ervan baalden dat de Britten 3,5 jaar na het referendum nog steeds in de EU zitten – baalden dat hun stem niet gehoord is.

Jeremy Corbyn betaalde de prijs voor zijn ambigue houding over Brexit, een houding die het gevolg is van de spagaat waar Labour al jaren in zit. Een groot deel van de partij is eurogezind, maar een flink deel van de aanhang, zeker in de voormalige industriegebieden, is eurosceptisch. De sociaaldemocraten hebben de meest eurogezinde kiesdistricten – Stoke Newington en Hampstead bijvoorbeeld – en de meest eurosceptische, zoals Stoke en Hartlepool.

Labour moest uiteindelijk een keuze maken tussen Londen enerzijds en Midden- en Noord-Engeland anderzijds. De keuze is beetje bij beetje gevallen op Londen. Niet zo gek, want alle kopstukken van de partij vertegenwoordigen Londense districten: Noord-Islington (Corbyn), Zuid-Islington (Thornberry), Hayes & Harlington (McDonnell), St Pancras & Holborn (Starmer), Hampstead (Sadiq), Noord-Brent (Gardiner), Greenwich (Pennycook) en Zuid-Brent (Butler).

Het besluit om een tweede referendum te houden is door veel Leave-stemmers in het Noorden als een vorm van verraad ervaren en de bewering dat Leave-stemmers niet precies weten waar ze voor hebben gestemd als een regelrechte belediging. Johnson en zijn topadviseur Dominic Cummings, het brein achter Brexit, zagen die onvrede en hebben daarop ingespeeld. De campagne van de Conservatieven was cynisch, maar bijzonder effectief.

Maar Brexit is slechts aan katalysator van een trend die eerder begonnen was. De Labour-partij heeft zich de afgelopen decennia steeds verder verwijderd van haar traditionele achterban, hetgeen ook geldt voor sociaal-democraten elders in Europa. Het aantreden van Corbyn in 2015 heeft dat proces versneld. Dat hij het bij de verkieizingen van 2017 minder slecht deed dan was voorspeld, is bij zijn aanhangers ten onrechte geïnterpreteerd als een hoopgevend signaal.

Veel Labour-stemmers in de oude heartlands zijn conservatiever dan op de burelen van de Labour-partij wordt gedacht, iets wat door de progressieve denker David Goodhart is beschreven in The Road to Somewhere. Ze vinden het kwalijk dat Corbyn goede contacten heeft onderhouden met de IRA en andere terreurbewegingen. Ze hebben geen interesse in het conflict tussen Israël en Palestina. Ze kunnen weinig belangstelling opbrengen voor genderpolitiek.

De opmerking van George Orwell in The Lion and the Unicorn dat ‘een Engelse intellectueel zich meer zou schamen voor het gaan staan tijdens het God Save the King dan voor het stelen uit een armenpot’ geldt voor de Corbynites. Dat gebrek aan patriottisme – niet te verwarren met nationalisme – zorgt voor onbegrip in plaatsen als Darlington, Workington en Warrington. Labour begrijpt de liefde voor de eigen omgeving – gezin, pub, rugbyclub, vaderland – niet meer.

Corbyns trouwe, idealistische aanhangers hebben inmiddels de schuld gegeven aan Brexit, aan de media, aan de leugenachtigheid van Johnson, aan gematigde krachten binnen de progressieve beweging. Het idee lijkt te heersen dat de kiezers fout zaten, en niet de partijleider. Corbyn zelf heeft al aangekondigd te zullen aftreden, na een periode van zelfreflectie. Wat dat precies inhoudt, moet nog blijken. De partij staat aan het begin van een interne oorlog.

Alan Johnson, de sociaal-democraat die opklom van postbode tot minister van Binnenlandse Zaken, gaf het startschot door op de televisie te verklaren dat Corbyn tijdens het campagnevoeren een ramp was in de deuropening, met het slechtste verkiezingsresultaat sinds 1935 tot gevolg. ‘Ik wil Momentum uit de partij,’ riep hij, ‘ze moeten terug naar de studentenpolitiek.’ Dat sentiment werd gedeeld door meerdere Labour-politici, vooral uit de Blair-hoek.

Tegelijkertijd heeft Corbyn gezorgd voor een enorme stijging van het ledental, voor een hernieuwd enthousiasme en voor de komst van nieuwe politieke talenten, zoals Faiza Shaheen, die net niet wist te winnen in Noordoost-Londen. Ideeën als het nationaliseren van de spoorwegen en nutsbedrijen genieten een zekere populariteit. Er bestaat onvrede over de uitwassen van het kapitalisme, over het gebrek aan betaalbare woningen en over de stijgende armoede.

Progressieve politiek is niet dood op het eiland. In Schotland boekten de nationalisten onder Nicola Sturgeon een fraaie zege. Dat heeft niet alleen te maken met de drang naar onafhankelijkheid, maar ook met het linkse beleid dat de SNP voorstaat. Een leider als Sturgeon zou Labour nu goed kunnen gebruiken. Het is aan Labour om er eentje te vinden. Er zijn, ondanks de slachtpartij, kandidaten genoeg, zoals Dan Jarvis, Rebecca Long-Bailey en Jess Phillips.

Labour heeft vijf jaar de tijd om orde op zaken te stellen. Johnson heeft onderwijl een enorme taak voor de boeg. Niet alleen het bereiken van een handelsakkoord met de EU, maar ook het helpen van de achtergebleven gebieden, waaronder Clwyd South. In dat Welshe district maakte hij in 1997 zijn debuut als politicus. De Old Etonian werd met pek en veren weggestuurd. ‘Ik bevocht Clwyd South, en Clwyd South vocht terug,’ schreef hij later. Nu wint hij er alsnog.

Het was echter geen zege voor de Tories, maar een nederlaag van Labour.


Lees ook