Sylvain Ephimenco

Brief aan Amsterdam

Ik schrijf je deze brief, je zult het me niet kwalijk nemen, met een oog gericht op ’s lands mooiste skyline. Een onuitputtelijke inspiratiebron voor iemand zoals ik die door moderniteit en durf wordt gefascineerd. Maar wees niet ongerust: hoewel Rotterdammer sta ik als vreemdeling nogal neutraal ten opzichte van oude vetes. Ik weet echter dat die in de loop der eeuwen een soort navelstreng hebben gevormd tussen jou en je rivaal aan de Maas. De reden dat ik je nu aanschrijf heeft te maken met mijn bezorgdheid over je gemoed.

Al een tijdje voelen we vanuit het noorden een bries van onbehagen richting onze kant waaien. En met deze zure wind worden beschouwinkjes, artikeltjes en minireportages meegevoerd die door ras-Amsterdammers over Rotterdam als culturele hoofdstad van Europa worden gemaakt. Allemaal voorspelbaar en doordrenkt van traditionele afgunst. Het draait allemaal om dezelfde nietszeggendheden en kan in een zin worden samengevat: het tocht wel erg veel op de Coolsingel.

Iedere keer dat zo'n pijltje met prehistorische boog vanuit het noorden wordt geschoten, voel je bij ons een lichte, bijna niet waarneembare trilling: het is de stad die haar schouders ophaalt. Ik had dit eigenlijk moeten laten voor wat het was, maar na een korte overpeinzing kwam ik erachter dat we hier met de uitdrukking van een malaise te maken hebben. Dat zie je meer met mensen die in een identiteitscrisis verkeren: ze gaan als wilden schoppen tegen het scheenbeen van de grote en machtige broer. Frankrijk zet zich af tegen Amerika, Nederland tegen Frankrijk en Amsterdam tegen Rotterdam. Misschien heeft de EK-finale wel, hoe prozaïsch het onderwerp ook, kwaad bloed gezet en het besef doen rijzen dat het tijdperk van je dominantie ten einde liep. Maar we konden ons toch niet permitteren om al die buitenlandse kuiten op het knollenveld van de Arena te laten struikelen?

Maar het gaat fundamenteel niet om sport. Ajax is overigens op sterven na dood. Het gaat om een proces van bewustwording dat bij jou tot een existentiële worsteling leidt. Zo volg ik met aandacht de discussie die over je binnenstad woedt. Er bestaat zelfs een nieuwe stroming van wanhopige denkers die pleit voor het radicaal vernietigen van je hartje. Zo erg is het. Men kijkt bij jou logischerwijs naar het gigantisme en de soevereiniteit van de almaar groeiende Rotter damse binnenstad en uit gekrenktheid plengt men tranen met tuiten. Amsterdam, zeggen je lokale nihilisten, is gevangen in een historisch korset dat een belemmering vormt «voor grootse daden». Men droomt van baron Hausmann en zelfs van een soortgelijk bombardement dat de Maasstad in puin legde. Bel de Navo maar, ben ik geneigd te zeggen. Maar ja, zelfs een dergelijke shocktherapie zou de immense voorsprong die Rotterdam op jou heeft genomen niet meer verkleinen.

Het is al vijf over twaalf. Lang zaam maar zeker worden alle belangrijke instellingen hiernaartoe gehaald; bioscoopfilms en reclamespotjes worden bijna allemaal hier gedraaid. De toekomst en de daadkracht hebben zich langs de Maas gevestigd, de nostalgie en de herinneringen schommelen op de Amstel. Straks wordt het geld niet alleen hier verdiend maar ook hier uitgegeven. Is dat erg? Nee, we kennen in Rotterdam een stevig verankerd principe van solidariteit en zijn niet te beroerd om aan kansarme broeders rijkelijk uit te keren. Op ons zul je in moeilijke tijden heus kunnen rekenen. Treur daarom niet en aanvaard het lot. Wij bouwen voort en jij conserveert. Het verleden mag je in pacht houden. Wij de imposante Zwaan en jij die lieflijke stenen bruggetjes over die minuscule grachten. Word bijvoorbeeld een museum of een soort nieuwe Efteling op ware grootte. Wij zorgen wel voor voldoende beddencapaciteit en zullen met eigen vervoer al die dagjesmensen naar jou brengen. En over enkele jaren maken we een mooie special over jou in De Groene Rotterdammer.