Sylvain Ephimenco

Brief aan de Fransen

Zijn jullie allemaal op jullie hoofd gevallen en hebben jullie überhaupt nog een hoofd? Al gedurende vier dagen die ik in jullie midden vertoef, houden die vragen mij bezig.

Had Charles De Gaulle werkelijk gelijk toen hij vol dédain voor het klootjesvolk dat hij regeerde, doodleuk beweerde: «Les Français sont des veaux»? De generaal bedoelde in feite dat Fransen niet beter zijn dan een kudde makke kalveren. Ze zouden volgzaam en goedgelovig zijn, in staat om achter de eerste de beste leider aan te hollen en blind de afgrond in te stappen met een elan van collectieve waan. Eerst dansen ze met zijn allen rond de guillotine, dolblij om het hoofd van hun koning in een mand te zien rollen, en vervolgens laten ze zich door een Corsicaanse korporaal beetnemen en om die kwakzalver te behagen gaan ze op de meest bizarre slagvelden massaal de pijp uit. De kalverentheorie vloekt op het eerste gezicht met de algemeen aanvaarde karakteristiek waarop de Franse volksaard zou rusten: het individualisme.

Maar van doorgeschoten individualisme heb ik de laatste dagen weinig gemerkt. Het lijkt er zelfs op dat jullie gedwee op een seintje van wie ook zitten te wachten om als homogeen collectief het gekste gedrag te gaan vertonen.

Zo heb ik vernomen dat jullie sinds een paar maanden de wachtkamers van de psy’s hebben opgezocht. Het staat in alle kranten: jullie zijn depressief. Niet vanwege de economische toestand want die is al jaren niet zo goed geweest. De werkloosheid is in de laatste vier jaar zelfs met één miljoen afgenomen. Nee, jullie zijn depressief omdat er veel regen valt. Jullie missen het voorjaarszonnetje en de terrasjes. Het gebrek aan licht maakt jullie zwaarmoedig. Ik zou zeggen: ga lekker de zon opzoeken in gezellige contreien als bijvoorbeeld Afghanistan, daar word je vrolijk van.

Maar het raarste is dat jullie door die zeurende depressiviteit plekjes zijn gaan zoeken om met z'n allen in — voor een buitenstaander volstrekt onbegrijpelijke — euforie uit te barsten. De laatste film van Jean-Pierre Jeunet, Le fabuleux destin d'Amélie Poulain is zo'n plek. In nog geen week zijn meer dan één miljoen Fransen die film gaan kijken. In sommige steden moet je dagen tevoren je plaats reserveren. Ik zag gisteravond een file van honderd meter voor een bioscoop. Het schijnt dat na afloop mensen spontaan opstaan, applaudisseren en zelfs huilen. Maar niemand die in staat is om te vertellen waar die film over ging. Nieuwsgierig las ik een paar recensies waarvan ik niet veel wijzer werd: alleen maar mistige superlatieven. De film gaat over geluk en gelukkig zijn. Een volk van doemdenkers gaat zich collectief vergapen aan andermans geluk. Jullie zijn gewoon knettergek.

En dat wordt bewezen door jullie massale en weer collectieve verslaving aan de zojuist gestarte Franse versie van Big Brother, hier uitgebracht onder de Franse naam Loft Story. Ik vond het een teken van beschaving dat jullie nog niet aan de Endemol-ziekte waren bezweken. Maar hoewel de laatste in Europa zijn jullie misschien wel de ergste als het om de BB-gekte gaat. Geen dag zonder vette krantenkoppen over David, Delphine of Jean-Edouard. Over winden, neuken en geslachtsdelen wassen. Honderd procent Frans, schreeuwt de commerciële tv-zender M6 die voor deze troep niet minder dan 35 miljoen gulden aan Endemol heeft betaald. En iedere avond kijken bijna vijf miljoen toeschouwers naar Loft Story. Jullie zijn geen haar beter dan de Hollanders en waarschijnlijk nog dommer. En ik moet nog tien dagen tussen die kalveren verblijven. Zeg, Charles, hoe moet ik dit vol houden?