Sylvain Ephimenco

Brief aan de Nederlandse vrouw

Ik heb al een tijd de indruk dat je verwoede pogingen de Neder landse man te veranderen niet tot dit succes hadden geleid zonder het geduld, de welwillendheid en soms de demissie van diezelfde man. Nu zijn we op het punt aangekomen dat de jacht op steeds meer gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen tot een aanzienlijke verschuiving heeft geleid naar een loodgrijs middenveld. Een mutatie waarin de reductie van natuurlijke verschillen tot een monolithische monstruositeit heeft geleid. Vrouwen en mannen zijn in dit land moderne mutanten geworden die men met moeite uit elkaar kan houden. Mannen zijn steeds meer feminien en vrouwen steeds mannelijker geworden.

De Nederlandse man huilt tegenwoordig heel graag, weet precies wanneer je ongesteld wordt en snelt naar de supermarkt om met zijn bonuskaart je tampons aan te schaffen. Hij is bereid ieder probleem tot in het kleinste detail met jou te bespreken in eindeloze praatsessies die hij met rosé besprenkelt terwijl jij aan het bier zit. Zijn prioriteit is jullie relatie optimaal te doen verlopen door een strikte verdeling van de huishoudelijke taken te realiseren. Het bosje bloemen heeft hij ingeruild voor de pleeborstel. Hij is vergeten dat liefde bedrijven iets anders is dan een uur voorspel en vijf minuten penetratie en brengt daar om de helft van zijn leven door met zijn neus tussen je dijen. Vroeg of laat eindigt de Neder landse man, met gepaste trotst en als een tevreden zak meel (je kunt erop blijven slaan, hij gaat toch nooit staan), langs de feministische meetlat van Opzij.

Deze maand Kees van Kooten: «Vanaf mijn twaalfde zette ik de wc-bril keurig omhoog. Debbie leerde me dat ik hem daarna ook weer naar beneden moet doen, anders moeten jullie nog met je handen aan dat ding zitten.» De man krijgt hem tegenwoordig niet alleen omhoog, hij kan hem ook laten zakken. En net als de vrouw hoort hij te gruwen van iedere toespeling, iedere avance en elk visueel geflirt, zaken die hij als on draag lijke ongewenste intimiteiten beschouwt. Van Kooten: «Ik heb een teringhekel aan vrouwen die in de pauze van een voorleessessie achter je komen staan, hun handen op je schouders leggen en zeggen: wat ben je toch gespannen. Dood moeten ze. Het is zo kleinerend, zo brutaal. Ik zou willen roepen: sodemieter op, ga thuis je man pijpen.»

Nederlandse vrouwen willen door mannen niet meer als vrouw maar als mens benaderd worden, hoor je steeds vaker. Bij gemuteerde mannen is het veel erger: ze willen door vrouwen als vrouw behandeld worden. Ze willen geen wulpse, sexy of romantische partner, maar een maatje. Samen gezellig de ramen zemen.

Opvallend is dat je ontevredenheid groeit naarmate je meer bereikt. Je bent een soort alles vretend rupsje-nooit-genoeg geworden. Zodra je viereneenhalf uur betaald werk per week kunt krijgen, eis je volstrekte gelijkheid met je man, ook al draait hij zestig uur per week. Regisseuse Marijke Jongbloed afgelopen weekeinde tijdens Het Grote Moderne Rela tie debat in het Ketelhuis: «Machts spelletjes, daar draait het toch meestal om: de man die geen echte gelijkwaardigheid in de relatie wil.» Echte gelijkwaardigheid, wat is dat en tot hoever moet het gaan? Als ik jou was zou ik oppassen. Je mutatie is zo ver doorgeschoten dat ik je steeds minder zie staan. Liever alleen dan met zo’n zeurkous die de hele dag bezig is je een schuldgevoel aan te praten. Die gekleed als een man niet meer van links naar rechts schommelt in haar loop, maar als een gepantserde tank van achteren naar voren voortstampt. Die zo verwend is geraakt dat ze in bed op een dweil is gaan lijken. Een inerte corpus delicti zonder enkele neiging tot activiteit en hartstocht, die als een kruidenier haar zoveelste orgasme zuchtend aanslaat. En die je na de daad bijna moet reanimeren alvorens ze je fijntjes laat merken dat je een handdoek moet halen en de tafel beneden nog moet afruimen.