Sylvain Ephimenco

Brief aan de verandering

Ik heb weleens gedroomd van een wereld als een gebonden saus. En hoewel ik me niet tot het conservatieve kamp reken, moet ik bekennen dat zo’n perspectief mij meer dan vrolijk stemt. Een wereld waarin alles en iedereen gestold is, lijkt me uit praktische overwegingen heel aangenaam. Want een wereld waarin niets meer verandert, vraagt geen vermogen tot aanpassing. Ik kies om te beginnen alvast voor een permanente zomer, met hier en daar een paar ijsdagen om elfstedentochtfanaten niet al te veel tegen het hoofd te stoten.

Maar serieus: ik mag je niet. Al jaren zit je me dwars. Nog gisteren zag ik het verwoestende resultaat van je werk. Ik kwam de singel op en constateerde dat op de plek waar ik zes maanden geleden nog een vrij uitzicht had, nu een betonnen kolos de horizon verstopt. Ik herken niets meer. Alles is in beweging en ik ben de kluts kwijt. Het liefst zou ik dertig jaar lang naar hetzelfde restaurant willen gaan om iedere keer dezelfde bestelling te plaatsen. En zodra ze de muren er een nieuw kleurtje zouden geven, zou ik wegrennen. Ik vertrouw je gewoon niet omdat je de grootste boosdoener bent in de ellende die vanaf de geboorte op ons wordt uitgestort. Verandering doet leven, is een grove leugen. Verandering blijkt gewoon de dood in de pot te zijn. Dat we jou in onze eerste levensjaren nog pruimen, ligt aan onze kortzichtigheid. We willen graag groeien en aansterken in de veronderstelling dat de eeuwigheid voor ons ligt. Maar spoedig moeten we constateren dat je je niet beperkt tot het toevoegen van wat weefsel en ander organisch materiaal aan ons startkapitaal. Amper uit de puberteit gekomen zien we dat je onbeschaamd afpakt wat je zo gul had uitgedeeld. Ons haar en onze tanden vallen uit, onze ogen worden wat minder — om van onze huid die in feite onze vitrine is, maar niet te spreken. Iedere verandering eindigt onherroepelijk in het grote niets waarvan sommigen beweren dat je er ook nog actief zou kunnen zijn.

Wat ik je ook kwalijk neem, is je verslavende karakter. De enige echte opium van het volk, dat ben jij. En voor al die blinde paarden die jij aanbiedt, heb je intussen een universum verzonnen dat barst van bijstellingen en variaties. Onze wereld is bezig met een permanente metamorfose. De ene uitvinding volgt onmiddellijk op de andere, waardoor we niet meer de tijd hoeven te nemen om ons enigszins aan te passen. We hoeven slechts als zombies achter je aan te hobbelen. Slaafs en betoverd, gedwee maar kwijlend van verlangens naar nieuwe apparaten en gedragingen. We internetten en e-mailen ons suf, bellen mobiel per seconde zonder daar wijzer van te worden, zappen ons plezier de hele dag weg en doen ons voedsel in de magnetron. En als enkele nieuwe virussen, die jij voor de verandering hebt verzonnen, ons vertrouwde vlees bederven, stappen we vrolijk over op krokodillenkotelet en slangenfilet. We gooien onze pruttelende koffiezetapparaten weg voor stomende espressomachines, onze lp’s voor cd’s en onze videobanden voor dvd’s. Hebben we gisteren net een pc aangeschaft, kan deze vandaag al niet meer communiceren met het nieuwe model dat morgen op de markt wordt gebracht. Hebben we net een nieuwe baan gekregen, wordt de eerste werkdag aan een stoomcursus omscholing besteed. En als we uitgeput ’s avonds thuiskomen, worden we door de stilte en de leegte begroet omdat onze partner dringend toe was aan een «nieuwe uitdaging».

Ik heb je deze brief geschreven in de hoop dat je me een tijdje zal ontzien. Ik heb behoefte aan stilstand en rust. Aan straten die niet worden opengebroken en radiostations die op dezelfde frequenties blijven zitten. Voor de verandering.