Sylvain Ephimenco

Brief aan het Nederlandse volk

Na een verblijf van bijna 25 jaar in jouw midden — dank voor je gastvrijheid — meen ik met recht te kunnen zeggen dat ik je nu vrij goed ken. Je zou onze relatie als een van haat en liefde kunnen omschrijven, ware het niet dat ik het eerst genoemde sentiment niet ken. Irritatie en liefde lijken me hier beter op hun plaats. Maar hoe pregnant ook die ergernissen, ze hebben dat langdurige verblijf nooit in de weg gezeten. De liefde moet dus vele malen omvangrijker zijn.

«Qui aime bien, châtie bien», zegt men in het Frans. In het Nederlands klinkt dat ongeveer als «de Heer kastijdt die hij liefheeft». Hoewel die religieuze connotatie voor een atheïst nogal hinderlijk overkomt, wil ik je vandaag deelgenoot maken van mijn droeve bezorgdheid over de carnavaleske kortzichtigheid waarmee je soms problemen te lijf gaat. Het was me eerder opgevallen dat je analytische vermogen vaak niet verder reikt dan de instant gebeurtenis. Met andere woorden: je kijkt dikwijls niet verder dan je neus lang is. Dat gebrek aan dieper inzicht verschaft je een zekere oppervlakkigheid. Volk van kortstondige opwellingen, dat de roes van de illusie boven het ongemak van de feitelijkheid prefereert. Dat geblinddoekt in uitgerekte polonaises host en kronkelt totdat het de rand van de afgrond met zijn tenen kan betasten. En als het te laat is, als het licht van de lampions is gedoofd, hang je vertwijfeld boven die afgrond die als existentialistische fantoompijn aanvoelt.

Zo heb je afgelopen week de liefde mogen aanschouwen van een prinselijk paar waaraan je je hart onmiddellijk hebt verpand. Je liet je door zwaar geënsceneerde taferelen, afgedwongen verklaringen en obligate rapporten vrijwillig verblinden om van de instant gebeurtenis optimaal te kunnen genieten. Alsof de afwezigheid van een controversiële vader bij een prinselijke bruiloft de lucht zomaar kon klaren. Alsof de binding van het voornaamste instituut van het land met louche kringen uit het buitenland hiermee niet een feit werd. Alsof… ik zou hier alle perspectieven op kunnen noemen die de toekomst zouden kunnen vervuilen, maar dit zou geen effect sorteren. Je consumeert liever onmiddellijk het succulent maar besmet voedsel dat ooit zijn virussen met bataljons door je bloedbannen zal jagen. Het ziektebeeld is een zorg voor later.

Maar op een punt verklaar ik je toerekeningsvatbaar en dus volstrekt verantwoordelijk voor de misdaad die je hebt gepleegd. Een misdaad tegen de menselijke waardigheid. Handelend uit onbeschaamd egocentrisme en eigenbelang heb je de verloochening van een dochter jegens haar vader afgedwongen. Om deze publieke vernietiging van een heilige bloedband te voorkomen was het aanvaarden van de troonsafstand van je kroonprins voldoende geweest. De consequentie was misschien ongemak, maar ook zuiverheid. Maar dit impliceerde ook dat je dat Argentijnse meisje, dat je zo graag dezelfde troon wil zien delen, nooit als koningin had kunnen begroeten. En tussen een swingende maar gemutileerde koningin en niets, was je keuze snel gemaakt. Je hebt daarom onbekommerd en wreed het mes in andermans vlees gezet. Hiermee geholpen door de grenzeloze ambitie van een kind dat om haar koninklijke droom te verwezenlijken tot de krankzinnigste concessies bereid was.

Het is een gotspe te poneren dat je uit principes hebt gehandeld. Je hebt juist gewetenloos principes en eergevoel bij anderen met voeten getreden. Respectloos, minachtend en zelfzuchtig. En toen het kind het emotionele dood vonnis over haar vader had uitgesproken, ben je de straat opgegaan om feest te vieren. Zoals andere orangisten ooit in Haagse drinkgelegenheden hun roes versterkten door elkaar de lichaamsdelen van beroemde gebroeders te tonen of te verhandelen.