Sylvain Ephimenco

Brief aan Mei ‘68

Terend op je roem en rentenierend van je herinneringen dacht je nog een eeuw te kunnen flierefluiten en tegelijkertijd de dividenden uit het verleden te kunnen blijven verzilveren. Maar, beste Mai soixante-huit, volgende maand word je 33 en hoewel de midlife crisis nog ver leek, komt nu de leeftijd in zicht waar het gevaar op de loer ligt. Drieëndertig is immers de leeftijd waarop Jezus het loodje moest leggen, en zo te zien hang je nu al vastgespijkerd aan je kruis. Zowel in Duitsland met Joschka Fischer als in Frankrijk via Daniel Cohn-Bendit is je proces in gang gezet. De feiten, zullen historici met me mee eens zijn, zijn flinterdun. Fischer heeft een kwart eeuw geleden een agent in elkaar getrimd en wellicht een keer met een terrorist ontbeten. Dany le Rouge schreef in een provocatief epistel dat kinderen ooit zijn gulp hadden opengeritst, waarna Dany welwillend zijn piemel liet strelen. Dat laatste vind ik persoonlijk niet bepaald verheffend en nogal dom. Maar voor zover bekend heeft zich nog geen slachtoffer van pedo-Dany gemeld. En wat die politie agent betreft: hij heeft de verontschuldigingen van Fischer al aanvaard.

Is er dus zowel in Duitsland als in Frankrijk sprake van een wraak oefening van de rechtse oppositie en wat aanverwante kranten? Ontegenzeggelijk. Nu je kinderen de hoogste politieke posities bekleden, kunnen ze logischerwijs als schietschijf dienen. Daar is niets op tegen. In beide landen heb je decennialang conservatieve krachten met een waar trauma opgezadeld, en dus lag het terugschieten voor de hand. Ik til daar niet zo zwaar aan. Want om de ludieke leus «het is verboden te verbieden» verantwoordelijk te stellen voor alle huidige excessen van het hedonisme, lijkt me nogal lachwekkend. Dutroux een kind van mei? Volgens mij heeft jouw geest niet naar killing fields of goelags geleid. Inte gendeel: je ware kinderen hebben zich altijd krachtig verzet tegen het stalino-communisme uit die tijd.

Dat dit politieke proces te verwaarlozen is, zegt nog niet dat onder de oppervlakte geen ressentiment leeft bij een bepaald deel van de bevolking. Er is zelfs een stroming waarin irrationele frustraties en zelfs haat zich vermengen en tegen jou keren. Dit komt door de morele superioriteit, de arrogantie en de verachting die veel gearriveerde soixante-huitards en intellos affi cheren in de topfuncties die ze bekleden in de media, kunst of politiek. Het algemene verwijt is dat die irritante ex-langharigen nog erger zijn dan de bourgeois die ze toen belachelijk maakten. Er klinken in die brelliaanse aantijgingen behalve haat ook veel frustraties en afgunst. Op de site van Libération, de Franse krant die jij in de jaren zeventig baarde, is dit in diverse bijdragen duidelijk te lezen. «Jij, Libé, maakt deel uit van de bour geois-kliek die jou heeft gebaard. Want ‘68 was maar een kleine revolutie van een kring van manipulerende bour geois. De Sorbonne stonk naar sperma.» Of: «Soixante-huitards, bourgeois, pedofielen — jullie zijn geen mannen. Jullie zijn menseneters. Jullie hebben het leven opgegeten om jullie egoïstische verlangens te bevredigen. Jullie adem stinkt naar de verrotting van jullie ziel.»

Deze niets en niemand ontziende nijd en wrok werden al een paar jaar geleden door de Franse schrijver Michel Houellebecq met zijn Elementaire deeltjes ingeluid. Zijn succes, ook in Nederland, was een voorteken. Op de site van de Volkskrant waren bijdragen over Houellebecq te lezen die niet voor die uit Libé onderdeden: «Boeken die de jaren zestig ontmaskeren als een groots mislukt experiment dat niets dan narigheid bracht kunnen niet genoeg geschreven worden. Het oeverloze geouwehoer en de eindeloze empathie hebben wij eraan overgehouden.» Of: «Ein delijk een boek dat vernietigend is over de jaren zestig. Mijn leeftijdgenoten staan versteld van de naïviteit van het jaren zestig tuig.»

Gehaat, beschimpt en bespuugd zul je worden. Maar ach, na deze kruisiging blijf ik met smart op je wederopstanding wachten.