Menno Hurenkamp

Brief aan mijn bank

Meneer Rijkman Groenink, luister eens. U bent naar verluidt een cultureel onderlegd man. Dus u snapt bij voorbaat waar ‘brief aan mijn bank’ op slaat: het is de tekst van Gerard Reve die begint met een verzoek om geld over te boeken en halverwege ontspoort in een visioen dat de schrijver een ezel aanrandt (die ook nog God is). U heeft een bank. Ik schrijf een brief. Nu nog even kijken wie de ezel is.

Toen ik als zelfstandige aan de slag ging, leek het me nuttig naast een girorekening ook een bankrekening te bezitten. Dat werd uw, nee, onze ABN Amro. Ik had beter de Rabobank kunnen nemen, waar ik in mijn jeugd een rekening had. Daar kon ik geld opnemen met als legitimatie de mededeling dat ik Hurenkamp heette. Vijftig procent kans dat de brave Rabo-mensen dat geld van de rekening van mijn vader afboekten – wilde tijden. Maar helaas, ik koos uw bank.

Mijn rekening gebruik ik mondjesmaat. Een pinpas heb ik niet. Voor opnames spreek ik de altijd erg behulpzame mensen achter een van uw dungezaaide loketten aan. Soms staat er een stevig bedrag op die rekening. Ik schrijf het nooit weg naar spaarrekeningen of aandelenrekeningen. Want voor je het weet heb ik het weer nodig. Dat kost me geld, honderden euro’s per jaar. Het verdwijnt allemaal in uw zak. Ik kan daarmee leven. Sommige mensen maken de dingen mooi en anderen maken ze duur. En wie handig is, doet allebei.

Ik ben geen expert in financiële zaken, meneer Groenink, maar mijn indruk is dat u misschien wel handig bent, maar dat u de dingen niet zo mooi heeft gemaakt. U claimt nu victorie, maar een jaar geleden wilde u bepaald een andere kant op met onze bank. Van uw grote plannen is eigenlijk niet veel terechtgekomen. De toekomst van onze bank is nu door anderen dan u bepaald. In Nederland heeft u een goede naam. Vermoedelijk omdat u lid bent van heel culturele zaken, zoals het museumbestuur. Dat maakt in dit land vrij snel indruk. Maar uit de buitenlandse pers maak ik op dat men u in Engeland en Amerika net zo ver vertrouwt als men u denkt te kunnen gooien. Niet zo heel ver dus. Dit vanwege onverkwikkelijkheden rond de internationale takken van ABN Amro, variërend van klassieke fraude tot zakendoen met terroristenstaat Libië.

U heeft va banque gespeeld en verloren. Dan bent u nog niet noodzakelijk de ezel. Wel lijkt bescheidenheid gepast. Wie berekent mijn met interest opgebouwde verbazing als blijkt dat u vertrekt met medeneming uit onze bankkas van driehonderd modale jaarsalarissen? Niet een bloemetje voor de moeite, nee, twintigduizend van die knisperende paarse flappen zo in uw bankiershandje. Dat is toch wat? U gokt onverstandig met mijn geld en bij wijze van beloning kiepert onze bank straks een pallet vol vijfhonderd-eurobiljetten in uw achtertuintje. Zoals ik schreef, ik ben geen expert, maar dit móet iets te maken hebben met de ‘internationale concurrentie om topbestuurders’, die goudgerande cirkelredenering volgens welke ook falende types recht hebben op een greep uit de kluis.

Aan het eind van dit verhaal voel ik mij als die tegen zijn zin gebruikte ezel, meneer Groenink. En ik overweeg nog of ik Marianne Thieme van de Dierenpartij op uw spoor zet of naar een andere bank ga. Maar deze affaire krijgt een staartje.