Sylvain Ephimenco

Brief aan mijn neef

Toen je dinsdag naar Parijs terugging, durfde ik niet je recht in de ogen te kijken. Geen misverstand, je had natuurlijk het volste recht om boos te zijn: de vorige nacht amper geslapen en toch het gevoel dat je zo uit een nachtmerrie was gestapt. Hoewel ik aan de ongelofelijke gebeurtenissen waar je slachtoffer van werd part noch deel had, werd ik toch door een prangend schuldgevoel bevangen.

Zaterdag was je met je vriendin vol enthousiasme uit Parijs vertrokken voor een vierdaags bezoek aan je oom in Nederland. La Hollande! Rembrandt, Cruijff, Drion, nederwiet! Wat een leuk land, zei je opgewonden toen je in Rotterdam aankwam. Mensen zijn hier zo vriendelijk en behulpzaam. Alles klopt en is fantastisch goed georganiseerd. Maar bovenal raakte je bijna buiten zinnen bij het idee dat je verblijf in Nederland met de nationale feestdag zou samenvallen. La fête de la reine! Orange bovène!

Toen kwam het idee bij mij op dat het misschien leuker zou zijn voor jullie om op die bewuste Koninginnedag Amsterdam aan te doen.

Je vertrok in de ochtend met Aurélie vanaf Rotterdam CS. Het zonnetje glom en ik zwaaide jullie vriendelijk uit.

Twee uur later belde je mij met je gsm. Jullie liepen al een kilometer midden op de rails en Amsterdam CS was nog niet in zicht. Je had al een uur in een stilstaande trein zitten wachten. Nee, zei ik, het was heus zo dat in Nederland de treinen meestal tot het station doorrijden.

Weer twee uur later belde je me om mij gerust te stellen. Amsterdam op de dag van het fête de la reine was werkelijk trop bien. Nog nooit had je zoveel dronken mensen bij elkaar gezien. En die permissieve gewoonte om midden op straat met je piemel te zwaaien om de hele stad onder te urineren, vond je zelfs getuigen van moed.

De rest heb je me later verteld omdat de batterij van je gsm leeg was gelopen. Om vijf uur stonden jullie met z'n duizenden in een station te wachten waar geen treinen meer reden. De deuren van het CS werden op slot gegooid. Je kon geen kant meer op. Alle loketten dicht. En al de uren die je hebt moeten wachten, samengeperst met huilende of woeste reizigers, heb je niet de geringste NS-medewerker of hulpverlener gezien. Geen enkele mededeling in het Engels of Frans. Mensen hadden honger en dorst, plasten in het rond. De grond was bezaaid met een halve meter afval. Toch, Damien, je moet geen verkeerde dingen denken over Nederland. Nederlanders zijn in de regel heus wel goed georganiseerd en behulpzaam, denk aan Srebrenica. En in de oorlog reden de treinen allemaal picobello op tijd.

Ik weet dat je wat ik je nu ga schrijven niet gelooft, want je denkt dat de Nederlandse Spoorwegen nog minder competent zijn dan een busmaatschappij in een derdewereldland. Maar luister, die hele ellende kwam door iemand waar men nog steeds naar op zoek is. Degene die in een trein aan de noodrem heeft gehangen. Zo gaat het hier: als iemand ergens aan de noodrem trekt, wordt het gehele treinverkeer een dag stilgelegd. Mensen als ratten in stations opgesloten, straatmeubilair vernield, de ME ingezet, arrestaties verricht.

Je hebt uiteindelijk maar acht uur op het CS gevangen gezeten. En om drie uur ’s nachts was je weer in Rotterdam. Laat je niet door vooroordelen leiden. Nederland is gelukkig maakbaar, en als je bij ons levensmoe bent, zul je straks op elk station een pilletje kunnen krijgen. Kom gauw terug, Amsterdam is niet heel Nederland. Wat denk je van een zomerwandeling in Enschede of oud en nieuw vieren in Volendam?