Brief uit Washington

Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zijn gezamenlijk bezig de wereld te verbeteren. Hoe kijken onze correspondenten Patrick van IJzendoorn in Londen en Pieter van Os in Washington naar elkaar. Een briefwisseling.

Beste Patrick,

Ik ben hier nog maar een half jaar. En dat vind ik een gruwelijke gedachte, vooral als ik denk aan alles dat ik zal moeten missen. Alleen al de rijkdom die ik iedere ochtend aantref in de ochtendkranten New York Times en Washington Post. Dagelijks meer dan honderd bladzijden, nagenoeg zonder berichten van persbureau’s, allemaal eigen nieuws, met eindeloze verhalen, soms iets te eindeloos, dat geef ik wel toe, maar daarnaast altijd nog zoveel kort en fantastisch nonsensnieuws, dat mijn dag soms al nauwelijks meer stuk kan na tien minuutjes krantlezen. Neem het verhaal, afgelopen week, over Zach Lund, een van de beste sleetjesrijder in de wereld, een discipline die op de Olympische spelen wel skeletonrijden, of rodelen wordt genoemd. Al sinds zijn 20e neemt hij dagelijks het haargroeimiddel Propecia, met daarin de werkende stof minoxidil. Gezien de bijgelevede foto werkt het middel maar matig: de man heeft zo ongeveer hetzelfde kapsel als ik, zeker niet genoeg dus om in advertenties van Propecia te figureren, zoals onze Dick Advocaat zijn hoofd leent voor een of andere haar-lease-operatie. Dat doet Zach dus ook niet. Sterker, hij werd betrapt op ‘een verboden middel, en hem werd verboden uit te komen op de Olympische winterspelen. Van Minoxidil ga je niet harder rennen, en al helemaal niet harder sleetjerijden, maar het maskeert wel het gebruik van andere stimulerende middelen. Vandaar.

Als iemand mij op mijn twintigste had gevraagd: “Wat wil je liever, een miljoen winnen in de loterij, of de zekerheid dat er geen haar meer zal uitvallen en dat je tot je zestigste gezegend blijft met een bos haar als dat van Richard Gere of Robert Redford.” Ik had voor het laatste gekozen. Ja, hoe belachelijk ik dat nu ook vind; het is waar, ik had daar voor gekozen. Vrienden van destijds zijn mijn getuigen. Bij Zach waarschijnlijk hetzelfde. Hij spande een rechtzaak aan –en mag nu inderdaad alsnog naar de Spelen- maar hij bood niet aan te stoppen met het slikken van Propecia. Hij leeft waarschijnlijk in de veronderstelling –terecht of niet- dat het spul werkt. (Het mooie van dit spul is trouwens, dat ik overigens nooit heb geslikt, mijn ontbrak het geloof, dat de bijsluiter waarschuwt dat je al je haar in versneld tempo alsnog verliest als je er mee stopt. Zachs nachtmerrie.) Goed, de New York Times kan ik in Nederland ook lezen. Maar de lol zit ‘m er natuurlijk in dat je in het cafe of aan de lunch over Zach kunt beginnen en dan ontdekt dat je Amerikaanse gesprekspartner ook tot bladzijde C16 is gekomen, die ochtend. En wellicht kan hij het meest recente verhaal over Karl Rove aanvullen met een achtergrondartikel dat hij net heeft gelezen in de Atlantic Monthly, de New Yorker of de Weekly Standard. En dan heb ik het nog niet over de combinatie van het ochtendnieuws met de spin die eraan gegeven wordt op Fox-teevee, vooral in de ‘No-spin-zine’ van Bill O’Reilly. Als Fox-kijker sta ik altijd weer versteld van de strijdlust, de listigheid en de gewoonweg lompe ambitie die vooral het republikeinse kamp tentoonspreidt. Deze week ging Rove in de tegenaanval. Of beter, hij ontkende niets, maar omarmde het nieuwe schandaal. Een journalist van de New York Times, James Risen, onthulde alweer enige tijd geleden dat Bush de NSA (National Security Agency) de opdracht heeft gegeven, na elf september, om telefoongesprekken en emails af te luisteren, ook zonder toestemming te vragen aan een speciaal daarvoor in het leven geroepen rechter en ook zonder dat er een indicatie van schuld bestaat. In andere woorden: De NSA is ermee begonnen om bij de belangrijkste uitvalswegen van communicatielijnen te zoeken op woorden als Al Qauda, bom, infidel, Groene Amsterdammer, en nog zo wat verdacht vocubulaire. Dit is jou vast niet ontgaan. Misschien wel de reactie van Rove, na een weekje dubben. (Bush heeft het ‘programma’ toegegeven.) “Democraten roepen moord en brand”, zei Rove, “maar wie verdedigt hier het land?” Juist. Die democraten moet je niet aan de knoppen zetten, dan gaan ze een beetje lopen bakkelijken over privacy en andere in deze oorlog onbelangrijke neuzeligheden. En binnen enkele dagen blijkt meer dan de helft van het land het met Rove eens te zijn. Net als in de verkiezingen, altijd weer.
Mag je zo iemand briljant noemen?
Moeilijk. Want het moet gezegd: het is meestal preken voor eigen parachie, aan beide kanten. Er bestaan nauwelijks meer Amerikanen die te overtuigen zijn. Daarvoor is het land te zeer gepolariseerd. Met twee polen wel te verstaan. Sociologen schrijven er al zo’n twee a drie jaar boekenkasten over vol, over ‘The great divide’. Over bijna elk onderwerp denkt de helft van het land met de republikeinen en het Witte Huis mee, want daar ook wordt gezegd. En de andere helft is verondwaardigd, over eigenlijk ieder plan dat er uit het Witte Huis komt. Toen ik afgelopen week enkele medewerkers op Capital Hill en in het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken belde met de vraag of het nu vervelend was dat er juist in deze dagen, waarin het Nederlandse parlement beslist over de uitzending van troepen naar Afghanistan, geen Amerikaanse ambassadeur in Den Haag is, gaven republikeins gezinde ambtenaren steevast als antwoord: “Nee, dat is niet erg. We hebben genoeg contact met Den Haag en de Nederlandse ambassade hier.” Terwijl democratisch gezinde ambtenaren als uit één mond verklaarden dat het ‘een schande’ was, een illustratie van de zwakheid van deze regering, en de boevenbende in het Witte Huis. Uit recent onderzoek blijkt ook dat de vracht aan Bush-bash-boeken nagenoeg alleen door democratisch stemmende amerikanen wordt gekocht, terwijl de rechtse zeikboeken, als ‘hundred liberals that screw up America’ louter door republikeins stemmende Amerikanen wordt gekocht. Niemand wordt ooit overtuigd. De mooiste statistiek op dit punt kan ik je niet onthouden. 50 procent van de Amerikanen zegt ‘ja’ op de vraag: Vind u dat Bush het land bijelkaar brengt? Precies hetzelfde percentage Amerikanen antwoordt bevestigend op de vraag: Vind u dat Bush het land verdeelt?
Meesterlijk. (Ja, moet je hier even over nadenken.)
Dit is een van de weinige opiniepeilinguitkomsten die daadwerkelijk de waarheid naar boven brengt. Waar je politiek ook staat, je kunt uit deze twee gegevens niet anders concluderen dan dat Bush inderdaad het land verdeelt. Al is het maar op dit ene gebied: De opvatting dat Bush een verzoener is.
En dit haal ik allemaal gewoon uit de ochtendkrant.
Jezus, volgend jaar moet ik echt weer in hoeken en gaten gaan zoeken, in die ene vijver Nederland… en ik geloof dat Nederlanders ook helemaal niet meer geinteresseerd zijn in het buitenland sinds het eigen land ontplofte. Zal ik dan zelfs over integratie moeten gaan schrijven? Jakkes!
Groeten, Pieter.